Interview Christiana Figueres

Het was een iconisch moment. Half december 2015 sprongen in hartje Parijs de lampen op de Arc de Triomphe aan. Ze vormden een kreet van victorie: c’est fait!, het is gelukt. Het Klimaatakkoord van Parijs was een feit. Iets minder dan tweehonderd landen beloofden dat ze de opwarming van de aarde onder de anderhalf à twee graden zouden houden. Het was een tour de force geweest, een uitkomst waar vooraf vooral scepsis over bestond, want eerdere klimaattoppen waren steeds geëindigd in teleurstellingen. Maar op 12 december 2015 lukte het wel. De wereld ging haar leven beteren.

Vijf jaar eerder, in 2010, was een Costa Ricaanse vrouw aangesteld als secretaris-generaal van de klimaattak van de VN. Net daarvoor was de top in Kopenhagen jammerlijk mislukt. Christiana Figueres, dochter van een moeder die ambassadeur was en een vader die drie keer president van haar geboorteland Costa Rica werd, en zus van een broer die hem opvolgde, kreeg de opdracht een volgende klimaattop voor te bereiden. Toen haar kort na haar aantreden gevraagd werd hoe zij de kansen voor een internationaal klimaatverdrag inschatte, zei ze: not in my lifetime.

Die uitspraak werd haar wake-upcall. Toen ze na dat pessimistische antwoord naar huis ging, realiseerde ze zich wat de consequenties van haar uitspraak zouden zijn. Een wereld zonder klimaatakkoord is een wereld waar haar kinderen niet zouden kunnen overleven. Een wereld vol vernietigende conflicten, immense onbewoonbare gebieden, miljoenen vluchtelingen. Dat was het moment waarop Figueres besloot om aan die wereld niet mee te werken. Om haar houding drastisch te veranderen, van pessimistisch in een vasthoudend optimisme.

Daarmee werd ze de hoofdonderhandelaar, maar meer nog het ‘fossielvrije olievrouwtje’ van de Parijse onderhandelingen. In de aanloop naar de conferentie in 2015 reisde ze onvermoeibaar de wereld over om standpunten van regeringen te horen, en vanuit die uiteenlopende belangen tot een compromis te komen. Collaboratieve diplomatie noemde ze het. En dat slaagde wonderwel.

Koppig optimisme

Toen Figueres’ werk gedaan was, vertrok ze bij de VN, maar bleef ze zich inzetten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Met Tom Rivett-Carnac, een boeddhistische politiek strateeg uit Engeland, richtte ze Global Optimism op, een organisatie die maatschappelijke verandering stimuleert met een focus op de klimaatcrisis. Onlangs brachten ze samen een boek uit: The Future We Choose, in het Nederlands vertaald als Wij bepalen de toekomst. Hierin pleit Figueres voor koppig optimisme. Onze toekomst ligt niet vast, schrijft ze. Die wordt gevormd door wie wij willen zijn.

U haalt inspiratie uit de woorden van Mahatma Gandhi, die zei dat we zelf de verandering moeten zijn die we willen zien. Daarom kiest u ervoor een koppig optimist te zijn. Waarom is dat zo nodig?

“Optimisme is een keuze voor hoe we ons in de wereld bewegen, een mindset. Het is geen blind geloof, geen houding van ‘wat ik ook doe, het komt wel goed’. Dat zou onverantwoordelijk zijn, een stommiteit. Optimisme is voor mij een houding waarmee ik de realiteit tegemoet treed.

Foto van Christiana Figueres
Foto: Jimena Mateo

Veel mensen zeggen: de realiteit is zo donker, daar kan ik niet optimistisch over zijn. Maar dat is alleen zo als je gelooft dat je houding in het leven bepaald wordt door wat je in het heden ziet. Daarmee plaats je jezelf in een slachtofferpositie en ontneem je jezelf alle kracht.

Optimisme betekent voor mij: ik begrijp dat er een enorme opgave ligt. Ik vertrouw de klimaatwetenschap en ik zie de impact van ons handelen op de aarde en toekomstige generaties. En daarom kies ik ervoor al mijn inventiviteit in te zetten om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. Want achterover leunen en niks doen, dat is immoreel en onverantwoordelijk.

Ik geloof niet in wanhoop. We moeten de werkelijkheid onder ogen zien en besluiten dat we alles willen doen wat nodig is, dat we onszelf aan de haren uit het moeras moeten trekken om zo een andere werkelijkheid te creëren. Dat is een moedige keuze, want er is dagelijks slecht nieuws, dagelijks aanleiding om op te geven.

Zulk optimisme moet koppig zijn, want het is geen keuze voor een moment of een dag. Dus we moeten zeggen: ja, het is een uitdaging, het is zwaar, maar we doen het iedere dag weer opnieuw. Klimaatverandering bestrijden geeft geen garantie op succes, maar mislukken en niks doen is onacceptabel.”

Hoe heeft u die koppigheid ontwikkeld?

“Mijn vader was een koppige optimist, ook al zou hij die term nooit gebruikt hebben. Hij heeft grote uitdagingen het hoofd geboden, met als belangrijkste de democratisering van Costa Rica. Hij deed dat met dezelfde vastberadenheid die nodig is voor een groene verandering. Dus die houding heb ik al vroeg gezien: niet buigen voor de realiteit die zich aandient, maar je richten op de toekomst die je wenst. Maar ik moet erbij zeggen dat ik misschien nog wel koppiger ben dan mijn vader. Hoe ouder ik word, hoe koppiger en ongeduldiger.”

Boos ook?

“Nee, niet boos, wel meer vastberaden. Vastberaden om de dreigingen die ik zie, die de meest kwetsbare mensen het hardste raken, het hoofd te bieden.”

Individuele actie

In Wij bepalen de toekomst roepen Figueres en Rivett-Carnac hun lezers op om tien acties te ondernemen, van het visualiseren van een betere toekomst tot het leren herkennen van wetenschappelijk onderbouwde standpunten over klimaatverandering. Van het afstand doen van de hang naar materiële welvaart en de verslaving aan fossiele brandstoffen tot het planten van bomen. En van het werken aan gendergelijkheid tot het besluit politiek actief te worden. Ook geven de auteurs tips voor wat de individuele lezer concreet kan doen om bij te dragen aan nuluitstoot in 2050: binnen een week of maand, en de komende tien of dertig jaar.

Die gerichtheid op de individuele actie, is dat niet het paard achter de wagen spannen? De echte vervuilers zijn de grote bedrijven, ons voedselproductiesysteem en de bouwsector. Waarom richt u zich niet tot hen?

“Wie neemt de besluiten bij grote bedrijven? Wie gaat over de bouwsector?” Figueres laat een lange stilte vallen. “Wie zouden dat zijn? Abstracte identiteiten, onzichtbare krachten in CEO-kantoren? Welnee, iedere beslissing wordt genomen door een individu, een mens. Sommige mensen hebben alleen invloed op hun eigen leven, sommigen hebben invloed op hun familie, hun gemeenschap, hun stad of zelfs een heel land. En sommige mensen hebben invloed op een bedrijf, klein of groot. Maar ieder besluit wordt genomen door een individu, met verantwoordelijkheid over zijn eigen invloedssfeer.”

Maar u roept mensen op om bomen te planten, of hun consumeergedrag te veranderen. Critici zeggen: daarmee lossen we de echte problemen niet op.

“Dat is een misverstand. Stel dat ik de CEO ben van een groot bedrijf. Als ik lees over bomen planten, dan begrijp ik dat ik niet een enkele boom moet planten, dan begrijp ik dat mijn invloed verder reikt en dat ik moet investeren in oplossingen voor biodiversiteit en natuur. Want daar ligt mijn invloedssfeer. Als ik opgeroepen word de waarheid te verdedigen en wetenschap serieus te nemen, dan weet ik als CEO, als politicus of als burgemeester dat ik in het publieke domein duidelijk moet maken dat wetenschap leidend moet zijn bij de besluiten die we nemen.”

Blik op de sterren

Figueres vertelt hoe ze geïrriteerd raakt als de invloed van individuele acties wordt onderschat. Want ook burgers zonder politieke functie of bestuurdersrol bij bedrijven zijn belangrijk. Bedrijven en regeringen, zegt ze, laten zich beïnvloeden door wat individuele burgers of klanten vragen. Maar hoe kijkt ze dan naar politieke leiders die het klimaatprobleem ontkennen of negeren?

Landen als de VS, Rusland of Brazilië, waar leiders besluiten nemen die het economische kortetermijnbelang dienen, maar die geen verantwoordelijkheid nemen voor de langere termijn. Geopolitieke verhoudingen die eerder tot nationalisme en afsluiting leiden dan tot de noodzakelijke samenwerking. Mijn pessimistische tegenwerpingen brengen Figueres niet van haar stuk: “Het is onze verantwoordelijkheid om onze blik gericht te houden op de sterren, op de toekomst.

“ Het is onze verantwoordelijkheid om onze blik gericht te houden op de sterren, op de toekomst ”

Ik geloof in de bottom-upbeweging die werkt aan de toekomst die we wensen. Sommige geopolitieke leiders zullen daarop aansluiten, andere niet. We leven nooit in de ideale omstandigheden, maar dat mag ons niet stoppen. Wij houden ons vizier gericht op een toekomst waarin onze kinderen en hun kinderen veilig en gezond kunnen leven.

In democratische landen gaat het om bewustwording, zodat er gestemd wordt op leiders die de toekomst veiligstellen. In niet-democratische landen hebben we een heel andere uitdaging. Maar ook daar zijn kansen. Kijk naar China. Het land werkt aan ambitieus klimaatbeleid. Waarom? Omdat het in hun belang is.

Ze zien dat ze competitief blijven door de CO2-uitstoot terug te dringen en over te gaan op hernieuwbare energie. Klimaatbeleid is niet tegengesteld aan economische belangen. Sterker nog: ze gaan hand in hand. Uiteindelijk zal die economische drijfveer belangrijker zijn dan geopolitieke tegenstellingen. En zullen ook de niet-democratische landen de juiste besluiten nemen.”

Uw optimisme is aanstekelijk. Maar China investeert in eigen land miljarden in hernieuwbare energie terwijl het tegelijkertijd miljarden aan fossiele brandstoffen op het Afrikaanse continent uitgeeft. En ook de Amerikanen investeren meer in fossiel dan in hernieuwbaar.

“Ik ben het niet met je eens. Het begint echt te veranderen. Kijk naar de Net-Zero Asset Owner Alliance, een groep van zo’n dertig investeringsfondsen, met een portfolio van 5 biljoen dollar. Zij gaan hun investeringen CO2-neutraal maken. Hun aandeelhouders vragen erom. En BP heeft aangekondigd dat ze de gas- en olieproductie in de komende tien jaar met 40 procent terug zal brengen en klimaatneutraal wil zijn in 2050. In plaats van olie te boren in ontwikkelingslanden gaat ze investeren in hernieuwbare bronnen. De aandelen stegen daarop met 7 punten. De markt begint in te zien dat het in economisch opzicht veiliger is in klimaatneutrale bedrijven te beleggen.

Ik beweer niet dat al het kapitaal al verlicht is, maar het tegendeel is zeker ook niet waar. We zitten midden in een transitie en transities zijn per definitie rommelig en chaotisch. In zo’n periode kun je zoeken naar bewijs dat het verleden overwint, en dit ook vinden. Je kunt ook een andere bril opzetten en bewijs zoeken voor een nieuwe toekomst, en dat vind je óók. Eerlijk gezegd zijn er altijd heel veel tinten grijs. Het is denk ik behulpzaam om minder simplistisch te denken in termen van het een of het ander, maar meer in termen van complexe nuances.”

Armste landen

Een van de grote issues tijdens de onderhandelingen over het Klimaatakkoord was de discussie over de rol van ontwikkelingslanden. Tot op de dag van vandaag woedt die discussie voort. Arme landen zijn niet verantwoordelijk voor de vervuiling, maar lijden er het zwaarste onder. Mogen we van hen vragen hun olie en gas in de grond te laten zitten?

”Ook hier geldt: maak het niet simplistisch. Dat een deel van de wereld zich de afgelopen eeuw ontwikkelde door fossiele brandstoffen te gebruiken, betekent niet dat dit model de enige mogelijkheid voor ontwikkeling in de toekomst is. We hebben inmiddels veel betere technologie. Tien jaar geleden was telecommunicatie tussen de meest afgelegen gebieden in de armste landen onmogelijk. Als die landen voor de ontwikkeling van de twintigste eeuw hadden gekozen, hadden ze kabels aangelegd, netwerken die het hele land verbinden.

Maar wat gebeurde? Ze gingen massaal over op mobiele telefonie. Ze sloegen de westerse ontwikkelingsfase over. Dat zal nu weer gebeuren met hernieuwbare energie. Dat gezegd hebbend zijn er twee grote uitdagingen. Ten eerste: de prijs van kapitaal. De armste landen worden het hardst getroffen door klimaatverandering. Vanwege die kwetsbaarheid is kapitaal in de armste landen veel duurder dan elders. Dat is een economisch onrecht dat bovenop het klimaatonrecht komt.

Ten tweede investeerden ontwikkelingslanden pas de afgelopen decennia in infrastructuur voor fossiele energie en transport. Veel van die infrastructuur is nu ongeschikt voor hernieuwbare energie. Dus moet ze versneld afgeschreven worden. In de westerse wereld speelt dat probleem niet. Investeringen voor fossiele energie zijn al veel langer geleden gedaan en inmiddels vrijwel afgeschreven. Dus kunnen westerse landen nu veel makkelijker overstappen op smart grids, slimme netwerken voor duurzame energie.

De oplossing is dat ontwikkelingslanden goedkoop aan kapitaal moeten kunnen komen om te investeren in een duurzame economie. En dat ze geholpen worden met de afschrijving van inefficiënte investeringen. Als we dat niet regelen, veroordelen we de ontwikkelingslanden tot oude fossiele technieken met oude infrastructuur. Terwijl de westerse wereld met nieuwe technologie op hernieuwbare energie overstapt.

Dat het kan, bewijst president Modi van India. Hij heeft zich verbonden aan de missie om alle communities in India aan hernieuwbare energie te helpen. Met fossiele energie kan dat niet, want dan heb je een landelijk netwerk nodig van buizen en infrastructuur. Met hernieuwbare energie hoeft dat niet meer. In India worden decentraal overal kleine smart grids aangelegd, zodat uiteindelijk alle Indiase dorpen aan schone energie komen.

Net als de rijke westerse landen moeten de ontwikkelingslanden overstappen op deze nieuwe werkelijkheid. Dat vraagt een heel andere economische structuur en een heel andere manier van denken dan de economie van de twintigste eeuw. Maar we moeten daarnaartoe, en we moeten ontwikkelingslanden helpen daar te komen.”

Wie zijn ‘wij’?

“Overheden die in bilaterale relaties technische en financiële hulp bieden aan ontwikkelingslanden. Maar ook de financiële instituties die voor kapitaal zorgen. En het bedrijfsleven, dat veel beter zijn best moet doen om te investeren in arme landen. Ze moeten eindelijk begrijpen dat er groeimogelijkheden liggen, dat hun klanten ook daar rondlopen. Ook hier komt het weer aan op besluiten van individuen.”

Meer samenwerking

De overgrote meerderheid van deze beslissers is man. U wijst op het belang van gender in de oplossing van de klimaatcrisis. Waarom is dat zo belangrijk?

“Allereerst: vrouwen worden disproportioneel getroffen door klimaatverandering, zeker in de ontwikkelingslanden. Vrouwen zijn verantwoordelijk voor het eten op tafel, de verbouw en bereiding van het voedsel en de opvoeding van de kinderen.

Voedsel, water en hout worden ingrijpend getroffen door klimaatverandering. Soms gaan hele oogsten verloren door klimaatverandering, door droogte of juist hevige regen. Vruchtbaar land wordt woestijn. Huiselijk geweld komt voort uit het feit dat vrouwen meer moeite hebben aan voedsel of water te komen.

Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is dat vrouwen andere oplossingen bedenken dan mannen. In mijn ervaring als onderhandelaar bij het Klimaatakkoord heb ik dat duidelijk gezien. Vrouwen neigen ernaar meer samen te werken. Ze brengen de visie van anderen in, zoeken coöperatief naar nieuwe gezichtspunten. Ze denken ook loyaler, meer langetermijn- en toekomstgericht. Hoe dat komt? Omdat vrouwen kinderen krijgen en opvoeden. Biologisch zijn wij letterlijk de dragers van de toekomst.

“ Mannen hebben een idee en gaan ermee rennen. Ze houden van tegenstellingen, van het simplistische denken in ja of nee ”

Verder heb ik gemerkt dat vrouwen inclusiever denken, minder in zwart-wittegenstellingen. Ze begrijpen de complexiteit, de nuances beter. Mannen hebben een idee en gaan ermee rennen. Ze houden van tegenstellingen, van het simplistische denken in ja of nee. En juist klimaatverandering wordt niet opgelost met denken in tegenstellingen. Daarom zijn vrouwen zo hard nodig.

Idealiter zitten beide aan tafel, mannen en vrouwen. Zodat de verschillende en onverwachte gezichtspunten ingebracht worden, de complexiteit wordt erkend. En tegelijkertijd het proces op snelheid gericht blijft. Er is ook directe actie nodig. De complementariteit van de twee is het ideaal.”

Naast vrouwen die onevenredig getroffen worden door de klimaatcrisis worden ook onze kinderen erdoor getroffen. Moeten zij niet een veel grotere stem aan tafel krijgen?

“Ik denk niet dat het eerlijk is om de last van de besluiten af te schuiven op jonge mensen. Zodat wij, volwassenen, kunnen zeggen: godzijdank, de jeugd gaat ons redden. Jonge mensen moeten de kans krijgen zich te ontwikkelen, hun leiderschapskwaliteiten tot bloei te laten komen. Ze komen aan de tafel te zitten, maar tegen die tijd is het te laat om de juiste besluiten te nemen. Daarom moeten wij nu, met hen in gedachten en voor ogen, de besluiten nemen die hun toekomst veiligstellen.

De rol van jonge mensen is om volwassenen ter verantwoording te roepen en ons onder druk te zetten.”

De jonge generatie is boos op volwassenen die besluiten nemen die hun toekomst schaden. Sommigen roepen al op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Steunt u hen?

“Jazeker. Grote economische of politieke veranderingen vinden nooit plaats zonder burgerlijke ongehoorzaamheid. Als we naar klimaatverandering kijken, dan zien we dat de meest getroffen groepen niet of nauwelijks gehoord worden. Vrouwen, jongeren, mensen in de armste landen. Burgerlijke ongehoorzaamheid ontstaat als zij zolang genegeerd zijn dat ze het niet langer accepteren. Dat is een heel belangrijk moment en het is aangebroken.

Uit onderzoek naar eerdere transformaties weten we dat er een kantelpunt is als 3 procent van de bevolking zich aansluit. Op dat niveau van burgerlijke ongehoorzaamheid zijn we nog niet, maar we naderen het.”

Wat nu bij de aanpak van de Covid-19-crisis gebeurt, zien we in nog sterkere mate bij de politisering van de klimaatcrisis. In plaats van een eensgezinde collectieve aanpak wordt het onderwerp van politieke en maatschappelijke polarisatie. Hoe ziet u dat?

“Ik heb nooit begrepen waarom klimaatverandering gepolitiseerd is geraakt. Het is niet links of rechts, gaat niet over nationalisme of globalisme. Klimaatverandering is een mensenrechtenissue en een economische kans. Het is heel droevig dat het in sommige landen wel onderdeel geworden is van de politieke strijd. Dit betekent dat het onderhevig wordt aan politieke cycli. Soms gaat het de goede kant op, soms wordt er weer op de rem getrapt, afhankelijk van de politieke wind die waait.

“ Het politiseren van klimaatmaatregelen slaat echt helemaal nergens op ”

Maar het politiseren van klimaatmaatregelen slaat echt helemaal nergens op. Linkse partijen zien ze als een mensenrechten-, een gezondheids- of een ongelijkheidsissue. Rechtse politici kijken ernaar vanuit bedrijfscontinuïteit, een investeringsrisico, vanuit bescherming van kapitaal en bezittingen, als een groeimogelijkheid voor klanten. Dus vertel me maar: allebei de benaderingen zijn van belang en waar. Het CO2-vrij maken van de economie overstijgt politieke tegenstellingen. Het is goed voor alle partijen.

De klimaatcrisis is de grootste onrechtvaardigheid die de mensheid ooit heeft gekend. Het is onrechtvaardig voor de armste landen, onrechtvaardig voor toekomstige generaties, onrechtvaardig voor de natuur en het is onrechtvaardig voor de aarde. Het ergste is: we hebben de crisis zelf gecreëerd. Mijn leven staat in het teken van het elimineren van dat onrecht.”

- CV CHRISTINA FIGUERES -

Geboren
Costa Rica, 7 augustus 1956

Opleiding 
Antropologie aan de London School of Economics

Werk
Onder andere Adviseur bij de Costa Ricaanse ambassade in Bonn, directeur van Renewable Energy in the Americas en oprichter van het Center for Sustainable Development of the Americas. Van 2010 tot 2016 was Figueres secretaris-generaal bij de klimaattak van de VN. Ze leidde de klimaatonderhandelingen in Cancun (2010), Durban (2011), Doha (2012), Warschau (2013) en Lima (2014), en sloot in 2015 namens de VN het Klimaatakkoord van Parijs.

Figueres is medeoprichter van de non-profitorganisatie Global Optimism die mensen wil inspireren om zich in te zetten tegen klimaatverandering, en mede-auteur van Wij bepalen de toekomst (uitgeverij Het Spectrum, 2020).