Werken aan onze gezondheid doen we allemaal. We sporten, proberen gevarieerd te eten en optimaliseren onze leefstijl. Maar hoe vaak staan we stil bij de mensen die we om ons heen hebben staan? Mensen die ons steun geven, meedenken en meedragen – en bij wie wij dat zelf doen? Dat doen we veel minder. Terwijl sociale relaties een cruciale bijdrage leveren aan onze gezondheid. Wie betekenisvolle contacten heeft en zich verbonden voelt met anderen, heeft simpelweg meer kans op een lang en gezond leven. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving heeft met Gezond Verbonden dan ook een advies uitgebracht dat zich juist richt op sociale verbondenheid.
Het belang van sociale verbondenheid wordt breed ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. In 2025 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog een uitgebreid rapport over het verband tussen sociale relaties en gezondheid. Sociale verbondenheid werkt op meerdere niveaus: zij kan gezondheidsproblemen voorkomen, bestaande zorgvragen verlichten en mensen ondersteunen tijdens zorg- en hersteltrajecten.
De preventieve kracht schuilt in het feit dat sociale verbondenheid stress verlaagt en het immuunsysteem versterkt. Als mensen steun ervaren van naasten is de kans ook kleiner op risicogedrag; het stimuleert gezonde gewoonten.
Het is een inzicht dat helemaal niet nieuw is. De Anonieme Alcoholisten werken niet voor niks al decennia met groepsbijeenkomsten en buddy’s. We leren wel steeds meer over de indirecte voordelen van sterke sociale relaties. Mensen met meer steun van naasten hebben bijvoorbeeld minder kans op hart- en vaatziekten omdat die sociale steun een verlagende werking heeft op hoge bloeddruk.
Ook voor mensen met een aandoening of gezondheidsproblemen hebben sociale bindingen een heilzame werking. Wie een hecht sociaal netwerk heeft, kan bij vragen of zorgen sneller terecht bij mensen in de eigen omgeving. Daardoor worden kleine hulpvragen vaak snel opgepakt, voordat ze uitgroeien tot een grotere vraag. Daarnaast kunnen naasten ook helpen om problemen vroegtijdig op te merken en iemand in contact te brengen met passende hulp in de wijk of bij een zorgverlener. Mensen met steun van naasten weten ook vaker de weg in de bureaucratie.
Sociale relaties helpen bovendien bij zorg- en hersteltrajecten. Steun van familie, vrienden of andere naasten vergroot de kans op een goed behandelresultaat en sneller herstel aanzienlijk. Dit geldt voor zowel fysieke als mentale gezondheidsproblemen. Die steun is niet alleen emotioneel belangrijk. Anderen kunnen je ook helpen bij praktische zaken, het nemen van goede besluiten en het vasthouden van motivatie om een behandeling vol te houden en adviezen op te volgen.
Een van ons (Dajana) heeft tijdens haar zwangerschap in groepsverband begeleiding gekregen. Niet alleen levert dat fijne sociale contacten op (ze was net verhuisd naar een andere stad); het delen van ervaringen is ook leerzaam. De moeders in spe leren ook van elkaar.
“ Mensen onderschatten de invloed van sociale steun op hun gezondheid ”
Toen wij bij de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving werkten aan dit advies, twijfelden we soms of we niet bezig waren met het intrappen van een open deur. Het positieve effect van sociale relaties op de gezondheid is toch algemeen bekend? Was het maar waar. Veel mensen zijn er niet van op de hoogte. Uit een uitvraag van Motivaction blijkt dat 98 procent van de Nederlanders gezondheid vooral koppelt aan mentale en fysieke aspecten; slechts 2 procent noemt ook sociale relaties. Opvallend is dat mensen de invloed van sociale steun op hun gezondheid structureel onderschatten. Van alle factoren die gezondheid beïnvloeden, is hier het verschil tussen de daadwerkelijke impact en de waarde die mensen eraan toekennen het grootst.
Zelfs zorgprofessionals onderschatten het risico van weinig sociale steun, sociale isolatie en eenzaamheid als voorspellers van voortijdig overlijden. Daarnaast blijkt dat zorgverleners het effect vooral koppelen aan risico’s voor de mentale gezondheid, en veel minder aan fysieke gezondheid. Daarbij moeten we natuurlijk opmerken dat niet élke relatie goed is voor onze gezondheid. Er zijn ook ongezonde relaties, die ons negatief beïnvloeden. Het is dan ook belangrijk dat we werken aan goede relaties, die we als betekenisvol en wederkerig ervaren.
Via de zorg sociale relaties versterken
In hun boek Switch: How to Change Things When Change Is Hard schrijven Chip en Dan Heath over kennis die true but useless is: waar maar waardeloos, omdat zij geen handelingsperspectief biedt. Veel mensen die werkzaam zijn in de zorg willen nog best erkennen dat het hebben van goede sociale relaties gezond is, maar ze zien niet hoe dat van invloed is op hun werk. Je kunt mensen in de spreekkamer geen vrienden voorschrijven.
Ze willen ook nog best wel geloven dat je sociale bindingen kan versterken, maar een rol voor zichzelf zien ze niet. Dat is eerder een opdracht voor sociaal werkers. De rol van de medische professionals is dan hooguit om patiënten door te verwijzen, zoals gebeurt bij Welzijn op recept.
Veel mensen komen bij de huisarts met fysieke klachten, die eigenlijk voortkomen uit een sociaal probleem. Ze zijn eenzaam of ze hebben geldzorgen. Het idee achter Welzijn op recept is dat zulke patiënten beter geholpen kunnen worden in het sociaal domein. Dat is een belangrijke samenwerking tussen zorg en sociaal die nog veel steviger gemaakt kan worden.
Maar doorverwijzen naar een ander is niet de enige manier. We zien óók veel andere kansen binnen de zorgcontext om te werken aan sociale verbondenheid. Als in de zorg het besef doordringt dat sociale relaties een determinant van gezondheid zijn, dan zijn er vier manieren om daar recht aan te doen.
Het begint met oog hebben voor de sociale situatie van een patiënt. Wie maakt deel uit van diens netwerk? Op wie kan hij of zij terugvallen voor praktische of emotionele steun? Of ontbreekt zo’n netwerk juist en speelt eenzaamheid een rol? Zulke signalen worden vaak al zichtbaar tijdens gewone contactmomenten, zoals een intake, huisbezoek of spreekuur. Een voorbeeld van een initiatief dat hierop inspeelt, is de Netwerkintake.
Een volgende stap is om het netwerk niet alleen in kaart, maar ook in positie te brengen. Dat kan door bewust naasten, zoals familieleden en vrienden, te betrekken bij gesprekken over behandeling, herstel en dagelijkse zorg. Door hen actief onderdeel te maken van het zorgproces, wordt niet alleen de patiënt beter ondersteund, maar ook het netwerk zelf versterkt en soms zelfs ontlast. Zo groeit er een gedeelde verantwoordelijkheid en ontstaat een krachtiger, wederkerig sociaal vangnet.
“ Laat netwerken meebeslissen ”
Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat het niet zozeer gaat om het ‘inschakelen’ van netwerken door hun te vragen dingen te doen, maar door ze te laten meebeslissen. Een van ons (Pieter) heeft als Eigen Kracht-coördinator gezien wat het verschil is. Bij een Eigen Kracht-conferentie maken familie, vrienden en buren een eigen plan als alternatief voor bijvoorbeeld een voorgenomen uithuisplaatsing. Het is ontroerend als een kind door de vereende krachten van het netwerk thuis kan blijven wonen of weer naar huis kan.
Bij de hiervoor genoemde stappen geven medewerkers in de zorg zich rekenschap van het bestaande netwerk van een individu met een zorgbehoefte. Het is ook mogelijk om het contact met de zorg aan te grijpen om netwerken uit te breiden of te versterken. We noemen dat matching. Zorgverleners kunnen ook een brugfunctie vervullen om verbondenheid te vergroten door iemand in contact te brengen met nieuwe netwerken. Het hierboven genoemde voorbeeld van Welzijn op Recept is daar een mooi voorbeeld van.
De zorg kan tot slot ook zelf bijdragen aan het creëren van nieuwe netwerken door zorg en ondersteuning anders te organiseren. We zien hier een analogie met onderwijs: veel mensen hebben vrienden gemaakt op school of op een beroepsopleiding of universiteit. Onderwijs is niet bedoeld om sociale bindingen te creëren, maar het is wel een prettig bijproduct. Zorg kan net zo goed een platform bieden waar mensen elkaar leren kennen. Dajana vond nieuwe contacten tijdens de groepsconsulten van de verloskundige.
Een ander mooi voorbeeld zijn de oases voor mensen met gevoeligheid voor psychoses in Amsterdam. Zij wonen met twintig tot vijfentwintig mensen in een gemeenschap. Ze hebben een gemeenschappelijke ruimte, eten geregeld met elkaar en ondernemen samen activiteiten. Een van de bewoners werkt als community-coördinator. En de betrokken zorgverleners werken als team voor de hele gemeenschap, niet gekoppeld aan een bewoner.
Dat staat in schril contrast tot andere mensen met vergelijkbare aandoeningen die geïsoleerd in een wijk wonen en wat een-op-een hulp krijgen van een thuisbegeleider. Uit onderzoek van de GGD Amsterdam blijkt dat 77 procent van de mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen ernstig eenzaam is. Ongeveer de helft heeft geen zinvolle dagbesteding en bijna een kwart is bekend bij het meldpunt Overlast en Zorg.
Veranderen van het geïndividualiseerde zorgstelsel
Met een andere inrichting kan de zorg dus bijdragen aan sociale verbondenheid en daarmee ook indirect aan gezondheid. De vraag is dan waarom dat niet veel meer gebeurt. Dat komt omdat ons zorgstelsel sterk stuurt op individuele zorgconsumenten. De financiering is daar ook op gebaseerd. Het heeft heel lang geduurd voordat er een vergoeding kwam voor Centering Zwangerschap – de groepsconsulten waaraan Dajana deelnam. En dat in de oases in Amsterdam een team zich richt op alle bewoners kon alleen door de individuele zorgindicaties bij elkaar op te tellen. Om via de zorg sociale verbindingen te versterken is daarom vaak een andere financiering nodig.
“ De kost gaat voor de baat uit ”
Doordat de zorg zo gericht is op individuele zorg is het voor zorgverleners ook moeilijk om het onderwerp aan te snijden. En ook bij zorg die sociale verbindingen versterkt gaat de kost voor de baat uit. Veel zorgverleners voelen zoveel werkdruk dat er geen ruimte is om de zorg anders te organiseren, zelfs als dat op termijn tijd bespaart.
En dus blijft de praktijkondersteuner somatiek steeds een-op-een mensen met overgewicht en diabetes type 2 uitleggen dat veel gezondheidswinst kan worden geboekt met een andere leefstijl. Terwijl het ook mogelijk is om een groepsconsult te doen, zoals huisarts Loïse Jacz in Den Haag heeft ontwikkeld. Haar praktijk laat zien dat groepszorg én de kwaliteit van de zorg vergroot voor de patiënten én het werkplezier van zorgmedewerkers vergroot omdat zij minder aan basale informatieoverdracht hoeven te doen en meer tijd overhouden voor complexe en uitdagende zaken.
Naast financiering kan ook regelgeving initiatieven gericht op verbinding onbedoeld in de weg zitten. Zo mogen zorgcoöperaties die zelfstandig huishoudelijke hulp organiseren geen btw terugvorderen over de ingekochte hulp, terwijl deze dienst vrijgesteld is van btw wanneer deze onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt.
Het gaat daarbij niet altijd om wettelijke regels. In de zorg wordt veel gewerkt met protocollen. Alles wat daarbuiten valt, wordt dan gezien als franje. Zo heeft lotgenotencontact geen standaard-plek in een kankerbehandeling, terwijl de mogelijkheden hiervoor al lang voorhanden zijn.
Denk bijvoorbeeld aan de kankerinloophuizen van IPSO. Dit zijn plekken waar mensen met en na kanker elkaar ontmoeten, met elkaar moeilijke dingen kunnen bespreken of gewoon even met elkaar kunnen ontspannen. Dit helpt bij het herstel. Dat betekent niet dat patiënten pas een behandeling kunnen krijgen als ze eerst hun gezicht hebben laten zien bij een IPSO-centrum, maar wel dat de default (kankerbehandeling is gericht op de autonome zorgconsument) wordt omgedraaid naar een behandeling die zich richt op de sociaal verbonden mens. Dat het gewoon wordt om interventies gericht op het versterken van sociale verbondenheid in het behandelplan op te nemen, tenzij een patiënt het anders wil.
Hetzelfde geldt voor de oases voor mensen met gevoeligheid voor psychoses. Het is heel mooi dat er in Amsterdam nu drie oases zijn voor ongeveer honderd bewoners, maar er zijn in die stad 13.000 mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. Veel meer mensen zouden de kans moeten krijgen om na een verblijf in een psychiatrische instelling beschermd te gaan wonen in een gemeenschap.
Waarom via de zorg?
Ons pleidooi om via de zorg sociale bindingen te versterken roept vaak twee kritische reacties op. De eerste reactie is: waarom zou je sociale bindingen via de zorg willen versterken? Dat kan toch veel beter met burgerinitiatieven, ontmoetingen in de buurt en nieuwe vormen van wonen die veel meer inzetten op omzien naar elkaar? Hier is sprake van een misverstand: we pleiten er niet voor om alleen via de zorg sociale bindingen te versterken, maar óók via de zorg. Dat gebeurt nu heel weinig terwijl er heel veel kansen liggen.
“ Het is geen extra opdracht aan de zorg, maar raakt aan de missie van de sector ”
De zorg is een hele grote sector waar veel meer geld in omgaat dan in het sociaal domein en waar velen van ons op enig moment in ons leven mee in aanraking komen. Juist daarom kan een andere werkwijze in de zorg zoveel impact hebben. Het is bovendien iets dat past bij de zorg. Met de toename van de zorgvraag is het nodig om meer nadruk te leggen op het bevorderen van gezondheid. Het versterken van sociale bindingen draagt bij aan gezondheid. Het is dus geen extra opdracht aan de zorg, maar raakt aan de missie van de sector.
Niet oogsten, maar zaaien
We constateren dat er juist door de dreigende tekorten al een heel groot beroep wordt gedaan op naasten. Kwetsbare ouderen moeten langer thuis wonen. In instellingen wordt een beroep gedaan op familieleden om vrijwilligerswerk te doen. En heel veel mensen verrichten ook al mantelzorg. Sterker nog, velen van hen voelen zich overbelast. Komt ons pleidooi er niet in feite op neer om nog meer zorg en ondersteuning af te schuiven op partners, kinderen, familie, vrienden en buren?
Het klopt dat de overheid een groot beroep doet op zorg en ondersteuning door naasten. Maar dat is geen reden om niet ook via de zorg in te zetten op het versterken van sociale bindingen. Het lijkt erop alsof de overheid wel de opbrengst van sociale bindingen wil incasseren, maar niet wil bijdragen aan het versterken ervan. Wel oogsten, niet zaaien en bemesten. Wie dat wil omdraaien moet in alle domeinen van de samenleving op zoek naar manieren om sociale bindingen te versterken.
Dat is geen vrijblijvende onderneming. Daarvoor moeten we ook de bekostiging op de schop durven te nemen. Naast financiering van zorg voor individuen, ook geld voor groepen of gemeenschappen. Maak het gewoon om bij medische klachten die voortkomen uit sociale problemen de oorzaak aan te pakken in plaats van het symptoom. Onderzoek bij alle behandeltrajecten of het mogelijk is om in te zetten op de heilzame werking van de groep of de gemeenschap. Dat sociale verbondenheid goed is voor je gezondheid mag voor sommigen klinken als een waarheid als een koe, maar het vergt een revolutionaire inslag om er recht aan te doen.
Lees ook in deze Helling
Word vriend & ontvang de Helling
Altijd de nieuwste artikelen lezen? Als vriend van Wetenschappelijk Bureau GroenLinks ontvang je 4x per jaar de Helling per post. Ook heb je bij elke nieuwe editie direct toegang tot alle Helling-artikelen op onze website.
De Helling draagt bij aan verdieping en politieke visievorming binnen GroenLinks. Met jouw vriendschap steun je het werk van het tijdschrift en Wetenschappelijk Bureau GroenLinks.