In februari sloeg de grootste werkgeversvereniging van Nederland alvast een piketpaaltje richting de formatiegesprekken. Dit is traditie; steevast komt het machtige en invloedrijke VNO een maand voor de verkiezingen met haar visie op de nabije toekomst van ons land.

Het is bemoedigend dat de werkgeversvereniging onder leiding van de nieuwe voorzitter Ingrid Thijssen de kant van klimaat en sociale gelijkheid kiest. Dit geeft hoop voor een groener en eerlijker Nederland.

Maar er zit een addertje onder het gras. Voor de goede verstaander is de boodschap duidelijk: laat het bedrijfsleven bepalen hoe de klimaat- en sociale agenda er de komende vier jaar uit gaat zien, en alles komt goed. Deze visie is allerminst een trendbreuk: ook haar voorgangers drukten Nederland op het hart dat het bedrijfsleven al onze problemen zou oplossen.

Nieuwe regelgeving was niet nodig en zou zelfs alleen maar in de weg zitten; bedrijven zouden op basis van vrijwillige afspraken zorgen voor leefbare lonen en voor de aanpak van klimaatvervuiling.

“ 

Laat het bedrijfsleven bepalen hoe de klimaat- en sociale agenda eruit gaat zien, en alles komt goed

 ”

De ervaring leert dat de wereld zo niet in elkaar zit; denk aan de vervuiling bij Chemours in Dordrecht of de stikstofcrisis. Aan het feit dat kledingbedrijven nog steeds spullen afnemen uit landen die het vakbondsrecht niet erkennen. Uit het feit dat we producten importeren die met Oeigoerse dwangarbeid zijn gemaakt. Ook uit onderzoek blijkt dat vrijwilligheid niet werkt, ook al zijn er weldegelijk bedrijven die het goede voorbeeld geven.

Op zich is dat logisch: private bedrijven staan voor private belangen. Klimaat, milieu, gelijkheid en mensenrechten zijn publieke belangen. Het is aan overheden om die laatste belangen te dienen. De afweging tussen economie, mens en milieu wordt in de Tweede Kamer gemaakt, en niet in de Board Rooms van het bedrijfsleven.

En daar komt het addertje. VNO-NCW stelt onomwonden dat bedríjven onze sociale problemen en de klimaatcrisis zullen oplossen. Waar ze de overheid voor nodig heeft, is de financiering.

Van de afgelopen twintig jaar weten we dat korte termijn economische belangen vooropstaan. Niet voor niets stelt een bedrijf als Shell dat de overheid met andere regels moet komen voordat het bedrijf zelf meters kan maken. Alleen met duidelijke doelstellingen en kaders vanuit de overheid die het belang van mens en planeet borgen, zal het bedrijfsleven efficiënt en effectief bijdragen aan sociaal eerlijk en duurzaam Nederland.

De keuze voor de taakverdeling tussen overheid en bedrijfsleven is bepalend voor de nieuwe regering. Als het aan de liberalen ligt, zal het bedrijfsleven de leiding houden op de publieke agenda met de overheid op de achterbank. Laten we leren van het verleden, en niet opnieuw in de valkuil van de markt trappen.