Gemeenten, scholen, ziekenhuizen: ze rusten op servers die zich onttrekken aan onze wetgeving, onze controle, onze waarden. Wat betekent autonomie nog wanneer de publieke ruimte wordt gehost door private machten? En wat betekent publiek, wanneer het afhankelijk is van het commerciële? Deze vragen, die zich eerst fluisterend aandienden, eisen nu een stem.
Autonomie is een woord dat we zelden verbinden aan technologie. We gebruiken het voor mensen, voor naties, voor ideeën. Maar zelden voor de systemen die ons dagelijks leven doordringen: de software die onze communicatie mogelijk maakt, de platforms die onze meningen vormen, de infrastructuur waarop onze publieke instellingen draaien. Toch is het precies daar dat autonomie vandaag de dag op het spel staat – niet in de grote politieke gebaren, maar in de stille afhankelijkheden van onze digitale omgeving.
Neem de paradox van de publieke cloud. Gemeenten, ziekenhuizen, scholen – instellingen die geacht worden te handelen in het algemeen belang – draaien op servers van bedrijven die zich niets gelegen laten liggen aan dat belang. De data van burgers, opgeslagen in datacentra buiten onze jurisdictie, vallen onder wetten die haaks staan op onze eigen.
De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) botst frontaal met de Amerikaanse Cloud Act, die bedrijven verplicht toegang te geven tot data, ongeacht waar die fysiek zijn opgeslagen. Wat betekent privacy nog, als soevereiniteit niet langer territoriaal is?
Big Tech is geen neutrale leverancier van digitale diensten. Het is een cultuurdrager – een macht die onze publieke ruimte vormgeeft, onze communicatie structureert, onze instituties herdefinieert. De Cloud is geen wolk, maar een architectuur van afhankelijkheid. En wie de infrastructuur beheerst, beheerst ook de voorwaarden van autonomie.
Die afhankelijkheid is zelden zichtbaar. Ze nestelt zich in de routine van aanbestedingen, in de standaardinstellingen van softwarepakketten, in het gemak van ‘wat iedereen gebruikt’. Een gemeente kiest voor een Amerikaanse cloud provider omdat diens technologie snel werkt en compatibel is met bestaande systemen. Een school gebruikt gratis platforms die tegelijk data verzamelen en gedragsprofielen opbouwen. Een ziekenhuis vertrouwt op infrastructuur waarvan niemand precies weet waar die zich bevindt – of onder welke wetgeving ze valt. De keuze lijkt technisch, maar is in wezen politiek. Want met elke klik op ‘accepteren’ verplaatst de zeggenschap zich verder van de publieke naar de private sfeer.
Publieke waarden
Wat verdwijnt, verdwijnt niet met geweld, maar met stilzwijgen. Het verdwijnt in de taal van efficiëntie, in het gemak van standaardoplossingen, in de logica van ‘wat werkt’. Wat verdwijnt is het vermogen om te begrijpen, te kiezen, te weigeren. Publieke instellingen verliezen niet alleen controle over hun data, maar ook over hun rol als dragers van publieke waarden. Transparantie wordt vervangen door dashboards, zeggenschap door gebruikersvoorwaarden. De digitale ruimte, ooit een belofte van democratisering, is verworden tot een landschap waarin publieke instellingen zich gedragen als klanten – en niet als ontwerpers van hun eigen infrastructuur.
Er zijn tegenbewegingen. Gemeenten die kiezen voor open source, onderwijsinstellingen die hun infrastructuur herzien, burgers die pleiten voor publieke datacentra. Maar autonomie herwinnen is meer dan een technische keuze – het is een culturele heroriëntatie. Het vraagt om een her-denken van wat publiek is, en wie daar zeggenschap over heeft. Misschien ligt autonomie niet in onafhankelijkheid, maar in het vermogen om collectief te ontwerpen, te begrijpen, te corrigeren. In systemen die niet alleen werken, maar ook uitlegbaar zijn. In infrastructuur die niet alleen functioneert, maar ook van ons is.
Misschien is autonomie geen toestand, maar een beweging. Geen bezit, maar een praktijk. Iets wat we telkens opnieuw moeten vormgeven, in de keuzes die we maken, de infrastructuur die we bouwen, de vragen die we stellen. De digitale ruimte is geen gegeven, maar een ontwerp – en wie ontwerpt, draagt verantwoordelijkheid. Aan het Gardameer, waar het water de tijd lijkt te vergeten, dacht ik: misschien is het tijd dat wij dat niet meer doen.