Blog

Deze week discussieerden homo's en lesbiennes in de Rode Hoed over hedendaagse homohaat. De aanwezigen, grotendeels homomannen, hadden in meerderheid te maken gehad met pesterijen en scheldpartijen, en concludeerden al snel dat de rechten van homo's wettelijk weliswaar goed geregeld zijn, maar dat de sociale acceptatie sterk te wensen overlaat. Homo's kunnen trouwen en kinderen adopteren, maar niet op zondagmiddag naar Ajax. De logische vraag was: hoe kunnen we de sociale acceptatie van homoseksualiteit vergroten?

Onderzoek

De aanwezige professionals op het terrein van homo-emancipatie hadden onderzoek gedaan, en wisten precies hoe groot het probleem was. Zij wilden vooral meer onderzoek. Zo inventariseert alleen de politie Amsterdam-Amstelland homogerelateerd geweld, en de zaal sprak al snel de wens uit dat elk korps dat moet doen. Het COC riep de aanwezigen op bij incidenten vooral aangifte te doen. De onderzoekers wilden meer weten over internationale vergelijkingen en constateerden allerlei andere kennisleemtes.

Na deze wens te hebben uitgesproken, kwamen de homovertegenwoordigers met het ene na het andere afgesleten politieke voorstel over homovoorlichting en weigerambtenaren. Het leverde geen oplossingen op, en dus formuleerden de aanwezigen een nieuwe, abstracte vijand.

Hetero-normativiteit

Een jongen vertelde dat hij heerlijk met mannen had gezoend, maar dat het toch vies is om anderen dat te zien doen. Dit was het probleem: er is sprake van 'hetero-normativiteit' en 'binair denken over gender'. De begrippen werden niet uitgediept, dus kennelijk wist iedereen intuïtief wat er bedoeld werd. Een heteroseksuele vrouw ging onderzoek doen naar homoseksualiteit en dat vonden haar vrienden erg bijzonder. Een betere illustratie van hetero-normativiteit is niet mogelijk, nietwaar? Waarom waren er eigenlijk alleen homo's op dit debat afgekomen? vroeg een ander zich af.

Hoe hetero-normativiteit bestreden moet worden, daar kwam men niet uit. De een vond dat mannen in het openbaar meer moeten zoenen, terwijl een ander erop wees dat juist zichtbaarheid van homo's tot geweld leidt. Homo's zijn een minderheid en dat zullen ze altijd blijven, verzuchtte een aanwezige, en een ander dacht dat uitgescholden worden bij het leven hoort, zelfs voor hetero's. De aanwezigen wisten het eigenlijk ook niet. En daarom een roep om meer onderzoek en meer politieke inmenging, want dat klonk voor iedereen nuttig.

De rol van de politiek

De eindvraag van het debat was: wat zou je doen als je een dagje premier was? Deze vraag toont precies het probleem van de homobeweging aan. Het ligt altijd allemaal aan anderen: aan de minister die geen homovoorlichting verplicht wil stellen, aan de conservatieve christenen die een ander beeld hebben van homoseksualiteit dan het COC, en eigenlijk ligt het ook aan de hele hetero-gemeenschap die geen debatten over homohaat bijwoont, impliciet de eigen seksualiteit als uitgangspunt neemt en minder kennis van homoseksualiteit heeft dan homo's zelf.

De vraag had natuurlijk moeten zijn: wat kunnen homo's zelf doen in hun dagelijks leven om de acceptatie te vergroten? Niemand die op het idee kwam dat als je sociale acceptatie wilt, je dat niet via de politiek of met onderzoeksdata kunt opleggen. Wettelijk heeft de politiek zo goed als alles al geregeld en zijn vrijwel alle homo-voorstellen symboolpolitiek geworden, zoals bloeddonatie door homo's of meevaren met de Canal Pride.

Het heeft geen zin voor meer acceptatie naar de politiek te kijken, homo's moeten naar zichzelf kijken. Dus met de intolerante tegenstanders praten, tot een vergelijk komen, van elkaars perspectief leren en elkaar proberen te respecteren. Zonder deze eindeloze gesprekken, geen acceptatie. Daar kan geen enkele partij in de Tweede Kamer of gemeenteraad iets substantieels aan toevoegen.