We moeten ons afvragen of we die mensen nog wel kennen

In de reacties op de verkiezingsuitslag komen enkele elementen steeds terug, met name vanuit het partij-establishment. Het gaat om een redelijk consistent rijtje. Blijkbaar is men er van overtuigd dat dit het is. Maar de analyse is naar mijn smaak oppervlakkig en getuigt van gebrek aan inzicht in de samenleving. De analyse is gestoeld op minachting voor de kiezer, met name voor degenen die niet tot de 'elite' behoren. Het miskent de echte redenen waarom zovelen van ons wegliepen. Ik loop het rijtje af.

Uitleggen werkt niet

Analyse: boodschap deugt wel, ons programma is goed, maar we moeten het beter uitleggen.
Natuurlijk vinden 'we' dat ons programma deugt. Het treurige is zelfs dat vriend en vijand ons programma prijst. In het recente verleden waren het het CDA en de PvdA, en in mindere mate de VVD, die in reactie op verkiezingsnederlagen riepen: 'We moeten ons verhaal beter uitleggen'. In 2010 kregen CDA en PvdA opnieuw klappen, en het CDA dit keer weer. Uitleggen werkt niet. De kiezer is niet gek en wil niet betuttelt worden.

Als er belangrijke elementen in ons programma zitten (zie volgende punten) die hem of haar niet aanstaan dan stemt hij of zij niet op ons. Zo simpel is het. Dat we daarbij soms het slachtoffer zijn van retoriek van andere partijen en onze eigen nuance niet meer voor het voetlicht krijgen, hoort bij het spel. Als je dat spel niet wilt meespelen, heb je in de politiek niets te zoeken.

Dus: We hebben een glasheldere en simpele boodschap nodig, een aansprekende leider die met 'het volk' kan communiceren en niet perse als intellectueel het gelijk wil hebben. Als we erop blijven hameren dat we 'het beter moeten uitleggen', doen we aan belediging van de kiezer.

We moeten harder werken

Analyse: onze groene agenda is goed in orde, maar we krijgen hem niet voor het voetlicht. We moeten harder werken.
Hier staat eigenlijk dat we 'meer van hetzelfde' moeten doen. Maar wat er werkelijk aan de hand is is het volgende:

• Er is een enorme beweging voor meer duurzaamheid gaande in bedrijven, bij particulieren, bij overheden. GroenLinks heeft daarbij geen aansluiting. We vragen al deze mensen en organisaties niet 'wat kunnen we voor je betekenen, hoe kunnen we je helpen om succesvol te zijn met je plannen en idealen'.

• We ontberen een goede analyse over het minimale succes van de vergroening van de economie. Die zou naar mijn mening gevonden moeten worden in het besef dat de economische verhoudingen allesbepalend zijn voor de koers die de samenleving neemt op alle andere terreinen, dus ook op milieugebied. De dominante krachten in de economie werken tegen, komen op voor eigenbelang en behoud van wat men heeft. Als we echte vergroening van de economie willen (verdergaand dus dan hier en daar wat moderne technologie) dan tasten we hun belangen aan. Daar moeten we een strategie voor hebben.

Dus, ja: we moeten harder werken, maar we moeten vooral samenwerken met de veranderkrachten in de samenleving en ons beter wapenen tegen het verzet.

Inzetten op emancipatie van de zwakkeren

Analyse: We moeten op de sociale agenda laten zien dat we echt sociaal zijn en niet alleen maar verworven rechten willen behouden.

Dit is één van de ergste. Met het pleidooi voor een andere inrichting van het arbeidsrecht enkele jaren geleden (in 'Vrijheid Eerlijk Delen') hebben we onszelf ongelooflijk kwetsbaar gemaakt. Dat is moedig en mag, moet misschien wel, maar we zijn in de jaren daarna doof gebleven voor het boze commentaar uit de samenleving. Dat kwam niet alleen uit kringen die opkomen voor verworven rechten, zoals Jolande Sap onlangs nog weer suggereerde bij Pauw en Witteman. Ook steeds meer gerenommeerde economen tonen met onderzoeksgegevens aan dat versoepeling van het ontslagrecht geen gunstige effecten heeft op de arbeidsmarkt en zelfs averechts uitpakt voor de productiviteit.
We hebben niets met dat commentaar gedaan, behalve 'nog een keer uitleggen'. Tot mijn grote ontsteltenis kon zelfs Ineke van Gent dat niet overtuigend in een debat over de toekomst van de arbeidsmarkt. Toen ik in dat debat als ondernemer en GroenLinkser opmerkte dat ik versoepeling van het ontslagrecht helemaal niet nodig vindt waren verbaasde en zelfs boze blikken mijn deel. Toen een wetenschapper opmerkte dat flexibilisering niet is wat werknemers willen, kwam er geen antwoord. Een mij bekende vakbondsbestuurder heeft jarenlang aan bestuur en bureau, en ook op die avond, gevraagd wat dan de voordelen zouden zijn van die nieuwe arbeidsmarkt, voor werknemers wel te verstaan. Hij heeft inmiddels zijn lidmaatschap opgezegd.

Hoezo 'beter uitleggen'. Wat kiezers van ons willen horen is hoe we als GroenLinks gaan voorkomen dat de slavernij terugkeert (zie het boze en mooie artikel in NRC 22/9/12 van Paul Mutsaers), niet dat ze nog gemakkelijker op straat gezet zullen worden, niet dat de ziekte-uitkering voor zzp-ers van 24 naar 3 maanden gaat, niet dat de WW korter wordt. Wat kiezers willen horen is hoe we de banken gaan aanpakken, niet dat zij zelf competitiever moeten zijn en harder moeten werken. Wat kiezers willen horen is hoe er voor hen gezorgd wordt, niet dat ze meer voor zichzelf moeten zorgen. Niet dat de ontslagvergoeding naar beneden gaat en dat ze die niet meer naar eigen inzicht mogen besteden, maar moeten investeren in de eigen 'ontplooiing' en 'employability'.

Dat is een vorm van 'eigen verantwoordelijkheid' die domweg rechts is, niet progressief. Wat werknemers willen weten is hoe Nederland voorkomt dat we in een race naar de bodem verzeild raken door (Europese) versoepeling van arbeidsbescherming, door concurrentie van Polen en Bulgaren. Wat werkenden en werklozen willen horen is hoe hun zekerheid toeneemt, hoe we kunnen samen-leven en samen-werken op een duurzame manier, niet dat ieder het zelf maar moet uitzoeken. Wat werknemers willen zijn duurzame en veilige arbeidsverhoudingen, niet een guur en onzeker Amerikaans klimaat.

Nu zijn er vast mensen die roepen dat ik onze goede bedoelingen verdraai en dat ik de partij hiermee geen dienst bewijs. Kijk even in de spiegel zou ik zeggen. Lees nog eens wat ik schrijf, luister nog eens naar het gemor in de samenleving. Keer op keer hebben mensen die zich inzetten voor emancipatie van de zwakkeren – de 'onderliggende' klassen – die ontdekking gedaan en hij is nog steeds waar: je moet de beleving en concrete ervaring van de mensen voor wie je wilt opkomen als vertrekpunt nemen voor je analyse, je moet het in hun taal en woorden kunnen vertellen. Zie Freire, zie Marx, maar zie ook hoe Diederik Samsom de enige was die geen beleidstaal sprak.

Om met de filosoof Althusser te spreken: de intellectuelen die GroenLinks zo ruim bevolken spreken de taal van de heersende ideologie (neoliberalisme); arbeiders en uitgebuitenen voelen zich nog steeds meer thuis bij Das Kapital.

Samen-werken, samen-leven

Analyse: we vinden vrijzinnigheid en tolerantie belangrijk, dus komen we op voor individuele vrijheden.

Zelf heb ik in een ingezonden brief in het laatste Magazine verdedigt dat GroenLinks natuurlijk moet opkomen voor individuele emancipatie. Een andere vorm van 'bevrijding' is voor mij ook niet denkbaar, ik ben niet bereid de ene vorm van onderdrukking – uitgebuit als loonslaaf of ondergeschikt in een paternalistisch systeem of homo te midden van homohaters – in te ruilen voor een andere. Dat stelt grenzen aan collectieve arrangementen en aan collectieve actie: dwang is zelden passend. En altijd is daar het risico dat na de individuele bevrijding de onderlinge solidariteit wordt begraven als zijnde niet langer nuttig voor het eigen geluk.

Maar de uitstraling die GroenLinks nu heeft is dat we van de weeromstuit ook helemaal wars zijn van collectieven, van gezamenlijke actie, van solidariteit, ja zelfs van samen-werken en samen-leven. Het beeld kleeft aan ons dat we een partij zijn geworden die individuen aan zijn lot overlaat: neem zelf de regie, maar wees dan ook in je eentje verantwoordelijk voor je lot. Dat er weinig GroenLinksers zijn die dat echt vinden doet er niet toe: het kleeft aan ons.

We ontberen een visie op wat de 'goede samenleving' voor ons inhoudt. Voor mij is dat minstens een samenleving waarin we voor elkaar zorgen,waarin solidariteit de norm is. Als dat spanning oplevert met individuele vrijheid dan is er werk aan de winkel. We zullen onze gedachten hierover moeten aanscherpen, zonder ook maar een centimeter in te leveren op het gebied van tolerantie en de vrijheid om te worden wie je bent.

De 47%

Analyse: we moeten onze kiezers vinden waar ze de vorige keer zaten: de grachtengordel, de betere wijken, de hoogopgeleiden, de welgestelden, de intellectuelen.

Deze analyse komt uit de kringen van onze verkiezingen-goeroe De Voogd. Stemmen proberen te halen bij degenen die de vorige keer niet op je stemde is zonde van alle inspanningen. Je 'rendement' is groter als je je richt op de verandergezinden met een groot hart, die de vorige keer ook al op ons stemden. Wat een onzin. Het doet me erg denken aan Romney die in één zin 47% van de Amerikanen afschreef. Wie het miste: 47% van de amerikanen zou liever aan de tiet van de overheid hangen dan zelf de handen uit de mouwen te steken; dat wordt dus nooit wat met hen en ze zijn voor Romney niet interessant.

Niet alleen als kiezers afgeschreven, maar ook als mensen die er toe doen. Waarom zoekt GroenLinks de mensen voor wie we zeggen op te komen niet meer op? Als we de hand niet reiken, waarom zouden ze dan op ons stemmen? Als we hen niet meer spreken, hoe kunnen we dan weten wat er leeft? Toen Wiebe van der Ploeg zijn speech hield waarmee hij het lijsttrekkerschap aanvaarde voor de Provinciale verkiezingen in 2011 sprak hij warme woorden over de zwakkeren in de Groninger samenleving waarvoor hij wilde opkomen. Maar hij sprak ook zijn zorg uit: "we moeten ons afvragen of we die mensen nog wel kennen". Korter kan ik het niet samenvatten.