Groene Lopers zijn alleen te vinden in Overijssel. Hun taak is overal hetzelfde: het ondersteunen en verbinden van lokale groene initiatieven. Bij de oudste Groene Loper in Zwolle zijn het Erik de Kruif (65) en Brechtje Pathuis (37) die als betaalde krachten burgers stimuleren hun straat of buurt aantrekkelijker te maken met groen. Het idee is dat als je mensen betrekt bij de ontwikkeling van natuur, landschap en biodiversiteit, zij zorgzamer met hun leefomgeving omgaan.
Kernteamleden De Kruif en Pathuis werken parttime voor de Groene Loper. Erik is coördinator vrijwilligerswerk bij Landschap Overijssel, zelfstandig snoeicoach en hij verzorgt de natuurgidsopleiding bij IVN Natuureducatie. Pathuis is adviseur informatiemanagement bij zorginstelling Trajectum in Zwolle. Erik en Brechtje noemen zich kartrekkers. Het zijn de burgers zelf die met plannen moeten komen. Erik: “Wij werken bottom-up. Wij zeggen niet dat mensen iets moeten doen; de straat of buurt komt naar ons toe.”
Brechtje: “Erik en ik moedigen buurtinitiatieven aan, we regelen duurzaamheidssubsidies, organiseren plantacties en helpen bij het plannen van vergaderingen en informatie-avonden.” De Kruif stond aan de wieg van de Groene Loper Zwolle. Brechtje is nu ruim een jaar actief voor de Zwolse afdeling. Brechtje: “Iedere individuele Zwollenaar kan vergroenen, maar als je met meerdere mensen vergroent dan helpen wij daarbij. We zijn een Wikipedia, een vraagbaak en een aanjager. We helpen je de weg te vinden.”
Erik: “We zijn ook makelaar. We kijken of er geld beschikbaar is voor de burgerinitiatieven. De provincie en de gemeenten dragen financieel bij. Er zijn buurten die er zelf geld in willen steken. Andere buurten kunnen of willen dat niet. Mensen willen dan wel maar hebben het geld niet. Of ze zeggen: groen vind ik leuk maar het moet me geen geld kosten.” Brechtje begrijpt dat wel: “Als je geen brood kunt kopen, dan kunnen wij het over groen hebben, maar dat wordt wel een ingewikkeld gesprek.”
Erik denkt met enige weemoed terug aan de beginjaren toen de Groene Loper kon rekenen op flinke subsidies van het Oranjefonds voor groene activiteiten op Burendag en bij NLdoet. “We kregen toen ruim 300 euro per activiteit. Daarmee kon je vier geveltuinen beplanten en dan hield je nog geld over voor catering, een insectenhotel of bankje. Het Oranjefonds ondersteunt ons helaas niet meer. We waren blijkbaar te succesvol. Maar voor de gemeente was het toen al wel duidelijk dat de aanjaagfunctie van de Groene Loper ook geld opbracht.”
Biodiverse eilanden
Erik en Brechtje zijn trots op de geboekte resultaten. De vergroening in de provincie heeft ertoe geleid dat de betrokken steden nu biodiverse eilanden zijn. Erik: “Tien jaar geleden was het woord biodiversiteit een non-begrip. Nu weten de meeste mensen dat het aantal insectensoorten met meer dan 75 procent is afgenomen.” De steeds kleiner wordende groep resterende insecten moet het niet hebben van het buitengebied. Dat mag er met al het gras groen uitzien, maar het is geen insectvriendelijke natuur meer.
Erik: “Je ziet het platteland steeds meer vergrasfaltiseren. De biodiversiteit lijdt daaronder. Wormen verdwijnen omdat het grondwater laag moet staan, zodat boeren met hun trekkers hun land op kunnen. Er wordt over sloten heen gespoten waardoor de biodiversiteit in bermen verdwijnt. Biodiversiteit vind je bijna alleen nog in de steden. Onze voortuinen en geveltuinen zijn essentieel voor het voortbestaan van insecten. Mochten we ooit tot het inzicht komen dat ook het platteland weer biodivers moet worden dan zijn de steden een bron van leven.”
“ Er zijn gemeenten die er moeite mee hebben dat burgers het heft in handen krijgen bij de vergroening ”Erik de Kruif
Hoewel er grote stappen in de goede richting zijn gezet, kan er ook in de steden nog de nodige natuurwinst worden geboekt. Erik: “Er zijn gemeenten die er moeite mee hebben dat burgers het heft in handen krijgen bij de vergroening. Veel gemeenten zeggen nog: vergroenen? Ja, dat moeten we doen, vanzelfsprekend. Maar ze willen alleen loslaten binnen door de gemeente gestelde kaders.” Erik en Brechtje noemen het wel logisch dat gemeenten voorwaarden stellen.
Brechtje: “Je moet na een vergroening nog wel met een rolstoel of kinderwagen over de stoep kunnen. Ambulances en politie moeten toegang blijven houden. Je mag geen stekelige struiken planten en geen kabels beschadigen. Ik zie ook dat mensen de grond ramvol zetten met planten – en dat werkt niet.” Erik: “We blijven uitleg geven. Niet alles wat een buurt bedenkt kan. Maar dat mensen fouten maken, vinden wij niet erg. Het heeft nog nergens tot gevaarlijke situaties geleid.”
Sociale cohesie
Vele losse laagdrempelige initiatieven, gebundeld door de Groene Loper, hebben in Zwolle niet alleen vergroening opgeleverd. Brechtje: “Als je een stuk gemeentelijk groen wilt adopteren heb je minimaal twee buren nodig. Je moet dus contact met hen zoeken. En als je bezig bent met het onderhoud van je adoptiegroen beginnen mensen vaak een gesprek. Zo ontmoet je weer anderen en krijg je door vergroening sociale cohesie.”
En er zijn meer voordelen. Erik: “Als je vergroent verhoogt dat de status van je straat. De prijzen van de huizen stijgen. De sterk vergroende oude Zwolse arbeiderswijk Assendorp is een mooi voorbeeld. De huizen daar zijn veel kleiner dan die in een nieuwbouwwijk als Stadshagen maar die piepkleine woninkjes in Assendorp met hun slechte energielabel zijn toch een stuk duurder.”
“ Vergroening is al lang geen linkse hobby meer ”Brechtje Pathuis
Brechtje constateert dat vergroening al lang geen linkse hobby meer is nu mensen merken dat de klimaatverandering leidt tot hittestress en wateroverlast. Ook rechtse mensen beginnen in te zien dat klimaatadaptie – en dus vergroening – een bittere noodzaak is nu na elke stortbui kelders vollopen in straten waar nog voornamelijk tegels liggen. “In de straten met groen raken we het regenwater makkelijker kwijt.” Erik voegt toe: “Vergroening is ook goed voor de fysieke en mentale gezondheid van bewoners en een wapen tegen verloedering en zwerfvuil.”
Brechtje: “Je voelt je prettiger als je in een groene straat woont. Steeds meer mensen zijn zich ervan bewust dat groen geen franje is. Bij de Groene Lopers zie je een hardnekkig optimisme. We gaan niet bij de pakken neerzitten. Ik geloof in de kracht van mensen die in actie komen, ook als de overheid het laat afweten.” Erik: “Uit officiële onderzoeken blijkt dat groen gelukkig maakt. Ik wil de hoop en verwachting houden dat we een mooiere, groenere wereld kunnen maken voor onze kinderen en kleinkinderen.”
Waardplanten: veilige herberg voor insecten
De eerste actie van de Groene Loper Zwolle was het helpen aanleggen van bloemenlinten. Buurtbewoners maakten stukjes grond gras- en struikenvrij en zetten er bloemen in. Het resultaat: bijen konden langs een lint van bloemen door de stad trekken. De afgelopen jaren hield de Groene Loper zich onder meer bezig met de verspreiding van biologische bloembollen, het vergroenen van de aarde rond bomen en de aanleg van geveltuinen.
Wie door Zwolle fietst, ziet ook overal zogenoemde waardplanten staan, die als een soort herberg fungeren voor insecten. Waardplanten zijn de directe schakel tussen biodiversiteit en insecten. Die vinden er een plek waar ze kunnen eten, drinken, rusten, slapen en zich voortplanten. Dankzij de Groene Loper staan er nu in tal van Zwolse geveltuinen waardplanten waar insecten een veilig onderkomen vinden.