Al jaren werk ik bij milieu- en mensenrechtenorganisatie Both ENDS samen met lokale partners aan het afschaffen van oneerlijke handelsverdragen. Handelsverdragen zijn technisch, complex en niet-transparant. Ze zorgen op dit moment vooral voor ongebreidelde toegang voor bedrijven om maar te kunnen blijven graven en boren naar nieuwe grondstoffen. Zo ook in de nikkelmijnen van Indonesië, die we deze zomer hebben bezocht. Grondstoffen worden onder erbarmelijke omstandigheden gewonnen, het productieproces gaat gepaard met gigantische vervuiling en een kaalgeslagen, vergiftigd landschap blijft achter. Dat moet anders. De oplossing ligt erin om gelijkwaardige, betrouwbare en eerlijke handels- en investeringsafspraken te maken. Dat vraagt erom dat we breken met de heersende trend om steeds nieuwe handelsakkoorden te sluiten zonder de noodzakelijke voorwaarden daaraan te stellen.

Mijnbouw in Sulawesi.
Mijnbouwgebied op Oost-Sulawesi. Foto: Marius Troost.

In september kondigden de Europese Unie en Indonesië een deal aan over een vrijhandelsakkoord dat jarenlang vastzat, het zogenaamde Comprehensive Economic Partnership Agreement (CEPA). Dit staat niet op zichzelf: ook het controversiële EU-Mercosur-verdrag staat op het punt om getekend te worden. Centraal in deze handelsverdragen staat het veiligstellen van de Europese toegang tot grondstoffen: de metalen en mineralen die worden gebruikt in onze elektronica, batterijen en auto’s. Keer op keer ontbreken echter de broodnodige afspraken om mens en milieu te beschermen bij de productie hiervan. De enorme nikkelmijnen in Indonesië laten zien wat de gevolgen zijn van mijnbouw zonder regels. Als wij in Europa geen voorwaarden stellen aan de grondstoffen die wij hier gebruiken, dragen wij mede bij aan verwoesting en uitbuiting aan de andere kant van de wereld. In gesprek met gemeenschappen en werknemers op Oost-Sulawesi verkenden we wat er nodig is om mens en milieu wél te beschermen. 

Grondstoffenhonger

De vraag naar grondstoffen is de afgelopen jaren sterk toegenomen en zal alleen maar verder toenemen. Dit geldt zeker voor zogenaamde ‘transitiemineralen’ – grondstoffen die worden gebruikt voor de energietransitie. Het gaat dan bijvoorbeeld om metalen en mineralen die worden gebruikt voor accu’s in elektrische auto’s, zonnepanelen en windmolens, zoals koper, lithium en nikkel. Deze grondstoffen zijn oneerlijk over de wereld verdeeld: in Europa zijn wij afhankelijk van andere landen voor een groot deel van de grondstoffen die wij gebruiken. Veel zeldzame mineralen worden gewonnen in kwetsbare regio’s en gemeenschappen, wat onvermijdelijk een grote druk legt op deze plekken. Zo ook op Oost-Sulawesi in Indonesië.

Volgens sommige schattingen levert Indonesië meer dan een kwart van de wereldwijde grondstoffenvoorziening. Het land heeft de grootste nikkelreserves ter wereld, evenals grote hoeveelheden bauxiet en kobalt – stuk voor stuk belangrijke grondstoffen voor de energietransitie. De nikkelwinning vindt vooral plaats in een aantal hotspots, waaronder op Oost- en Zuidoost-Sulawesi en de Noord-Molukken. In de regio Morowali in Oost-Sulawesi alleen al bevinden zich het Morowali Industrial Park (IMIP), het grootste nikkelindustriegebied van Indonesië, en het IHIP-industriepark.

Littekens in het landschap

De enorme vraag naar grondstoffen blijft niet zonder gevolgen. Mijnbouw leidt per definitie tot grote ecologische schade, in elke stap van het proces. Grote stukken land worden ontbost om plaats te maken voor een mijn. Vanuit de lucht boven Morowali is dat duidelijk te zien; opvallend zijn de littekens in het landschap waar regenwoud is gekapt voor de nikkelmijnbouw. Na het mijnen zelf worden vervuilende chemicaliën gebruikt om de grondstoffen uit het erts te halen. Als gevolg hiervan blijft afval achter in de vorm van overgebleven gesteente en zogenaamde tailings. Als deze giftige tailings niet zorgvuldig worden opgeslagen, bestaat het risico dat ze vermengd raken met het grondwater of overstromingen en aardverschuivingen veroorzaken. Ook dit wordt in Morowali meteen duidelijk: de rivieren die in de zee uitmonden zijn troebel, bruin en vervuild, terwijl er een paar honderd meter stroomafwaarts kinderen zwemmen en spelen in diezelfde rivier.

“ Om de nikkelsmelterijen van energie te voorzien, zijn er tientallen vervuilende kolencentrales gebouwd ”

De volgende stap in het productieproces, de raffinage, brengt weer andere vormen van vervuiling met zich mee. Om de nikkelsmelterijen van energie te voorzien, zijn er tientallen vervuilende kolencentrales gebouwd. Overal waar je kijkt, zie je rokende schoorstenen en gigantische kolenopslagplaatsen in de open lucht. Lokale bewoners wonen soms op enkele tientallen meters afstand van de rokende centrales, wat leidt tot een epidemie van longproblemen onder de bewoners. Bovendien zijn deze centrales een ramp voor het klimaat vanwege hun enorme CO2-uitstoot. De winst die Indonesië boekt bij het terugdringen van de landelijke uitstoot wordt met deze nieuwe centrales volledig tenietgedaan.

Ondertussen werken de werknemers in de nikkelindustrie dag in, dag uit in deze negentiende-eeuwse omstandigheden. Both ENDS sprak met SPIM, de vakbond voor arbeiders bij IMIP, en een tiental werknemers. Zij zijn zich terdege bewust van hun werkomstandigheden, maar velen van hen hebben geen alternatief en een gevaarlijke baan is beter dan helemaal geen baan. Ze werken in de hitte en rook, vaak zonder voldoende beschermende uitrusting. Dit leidt regelmatig tot arbeidsongevallen, zelfs met dodelijke afloop. Volgens een van de werknemers werken ze "met één been in de fabriek en één been in het graf". 

Nikkelfabriek in Morowali,
Nikkelfabriek in Morowali, Oost-Sulawesi. Foto: Marius Troost.

Wie maakt de regels?

De getroffen gemeenschappen en werknemers blijken nergens terecht kunnen om deze milieuproblemen en mensenrechtenschendingen aan te kaarten. De overgrote meerderheid van de bedrijven die actief zijn in de nikkelwinning en -verwerking in Indonesië komt uit China. Het nikkel wordt vervolgens naar China zelf verscheept om te worden verwerkt tot bijvoorbeeld accu's voor elektrische voertuigen. Deze accu's worden gebruikt in verschillende Europese auto's, zoals van Volkswagen en Mercedes. 

Maar het is vaak een grote uitdaging om de Chinese bedrijven verantwoordelijk te houden voor misstanden. Er zijn nauwelijks mechanismen om te controleren op de naleving van milieu- en arbeidsstandaarden en als arbeiders en bewoners contact zoeken met de verantwoordelijke eigenaren van de fabrieken, krijgen ze steevast nul op het rekest.

Dan blijven alleen de Indonesische regionale en nationale overheden over; wat in de praktijk neerkomt op de nationale overheid. Dit komt doordat de nikkelprojecten in Indonesië vaak het stempel ‘nationaal strategisch project’ krijgen. Deze projecten zijn controversieel, want wanneer een project dit stempel krijgt, worden er allerlei uitzonderingen gemaakt op de gangbare milieustandaarden en -eisen. Regionale overheden worden buitenspel gezet, waardoor ze onmogelijk nee kunnen zeggen tegen schadelijke projecten in hun regio.

Aangezien lokale gemeenschappen niet op de Indonesische overheid kunnen rekenen om hun rechten te verdedigen en het milieu te beschermen, kunnen zij in de praktijk dus nergens terecht. Ze bevinden zich in een soort Wilde Westen, waar mensenrechten en milieurechten terzijde worden geschoven en alles moet wijken om maar zoveel mogelijk nikkel te produceren.

Een weg vooruit

Desondanks blijken de meningen over de kosten en baten van mijnbouw niet zwart-wit. Zelfs boeren die al vóór de mijnbouw-boom in Morowali woonden, zien naast de duidelijke negatieve gevolgen ook voordelen. Een peperboerin van wie land is afgenomen om een mijn te bouwen, zegt dat de recente toestroom van arbeiders haar de mogelijkheid gaf om kamers te gaan verhuren. Andere boeren hebben kraampjes en winkeltjes geopend langs de hoofdstraat. Een voormalige boer, nu politiek actief, merkt op: "We willen niet dat Indonesië alleen maar onbewerkte grondstoffen blijft verkopen, we moeten industrialiseren" en zegt dat "elke verandering ook offers vraagt". Dat zegt veel, zeker aangezien hij op maar een paar honderd meter afstand van een enorme kolencentrale woont. Ook biedt Morowali economische kansen voor Indonesiërs: er zijn honderdduizenden banen voor werknemers in de nikkelindustrie.

Waar iedereen het wel over eens is, is dat het toezicht op en de regulering van de mijnbouw op dit moment totaal ondermaats is. Bedrijven kunnen zakendoen in totale wetteloosheid en hebben weinig oog voor gezondheid en milieu. Nu de handelsdeal tussen de EU en Indonesië is ondertekend, bestaat het risico dat de winning van grondstoffen zoals nikkel nog zal versnellen. De druk op gemeenschappen zoals die in Oost-Sulawesi zal alleen maar toenemen. Het is daarom van het grootste belang dat we maatregelen nemen om mens en milieu tegen onze grondstoffenhonger te beschermen. 

“ Handelsdeals moeten bindende regels bevatten om het milieu en lokale gemeenschappen te beschermen ”

In de eerste plaats betekent dit dat we naar onszelf en ons consumptiegedrag moeten kijken: nikkel uit Oost-Sulawesi komt terecht in de batterijen van veel van onze elektrische auto’s. Een grotere, zwaardere auto betekent een grotere accu en meer grondstoffen. Daarom moeten we zo snel mogelijk de trend van alleen maar grotere en zwaardere auto’s (SUV’s) keren en investeren in alternatieven en openbaar vervoer. Handelsdeals moeten bindende regels bevatten om het milieu en lokale gemeenschappen te beschermen en bedrijven moeten aansprakelijk kunnen worden gesteld in het geval van misdragingen. Dit toont wederom het belang aan van wetgeving zoals de Europese anti-wegkijkwet, die Europese bedrijven verplicht misstanden in hun waardeketen te voorkomen. 

We bevinden ons op een kantelpunt. Als we de energietransitie goed willen aanpakken, moeten we zeker weten dat milieuproblemen niet slechts verplaatst worden naar de plekken waar de grondstoffen worden gewonnen, zoals Morowali. Handelsregels kunnen daaraan bijdragen, maar doen op dit moment het tegenovergestelde. Toenemende extractie van grondstoffen wordt gestimuleerd, terwijl maatregelen en regels ontbreken om de uitwassen te bestrijden. Als EU kunnen we die regels stellen, maar de wil ontbreekt. Het is hoog tijd om deel te worden van de oplossing in plaats van het probleem.