Paul: “Een wethouder heeft een grote verantwoordelijkheid. Er is zoveel onrecht in de samenleving, dus er moet veel gebeuren. Ik probeer dag in dag uit mijn stinkende best te doen om het goede te doen. Of dat nou gaat over het bouwen van extra woningen, het bevorderen van kansengelijkheid of zorgen dat vluchtelingen gewoon op een nette manier worden opgevangen. Dat doen we zoveel mogelijk samen met onze inwoners en met samenwerkende partners. Want als je als bestuurder richting wilt geven, moet je ergens in vooropgaan, zonder de rest te verliezen.
De politieke context waarbinnen dit gebeurt maakt natuurlijk wel veel uit. Toen ik in Helmond wethouder was, was GroenLinks de negende partij. Hier in Arnhem zijn we nu de grootste. Hoe wij met vluchtelingen omgaan is mogelijk dankzij een progressieve raad en een progressief college. Voor nieuwe raadsleden en beginnende wethouders is het zaak om zich bewust te zijn van wat het maximaal haalbare is in de politieke context.”
Nadya: “Omdat je niet alles kunt bereiken wat je zou willen, is het heel belangrijk dat je morele kompas goed is en blijft. Kun je jezelf in de spiegel blijven aankijken? En bij impopulaire maatregelen moet je als bestuurder in gesprek blijven om uitleg te geven – ook als het niet jouw portefeuille is. Neem het parkeerbeleid in Amersfoort, niet iedereen is blij met betaald parkeren. Maar de mobiliteitstransitie is nodig om een leefbare samenleving te creëren, met voldoende huizen, zonder dat de stad dichtslibt met blik. Besturen is niet alleen besluiten nemen, maar ook hierover verantwoording afleggen.“
Paul: “Zeker nu we met de PvdA op zoveel plekken samengaan en samenwerken en nog groter worden, is het zaak om nooit bestuurlijk arrogant te worden. Met andere fracties, ook als je ze niet per se nodig hebt voor een meerderheid, moet je verbinding blijven zoeken. Om daar een voorbeeld van te geven: toen ik in Helmond zat, was het eigenlijk heel gebruikelijk dat de oppositie altijd tegen de begroting stemde. Het laatste jaar is het toen gelukt om de begroting unaniem aangenomen te krijgen. In een vroegtijdig stadium vroeg ik andere fracties al naar wat belangrijk voor ze was. Ik denk dat er uiteindelijk evenveel moties van de oppositie als van de coalitie werden aangenomen. De begroting voelde als iets gezamenlijks. Pas dan kun je echt spreken van een succes.”
Ik zie best wel overlap in jullie stijl. Jullie geven richting, maar doen dat door te investeren in gezamenlijkheid en betrokkenheid. Is dit volgens jullie ‘typisch GroenLinks’ of past dit bij een algemene bestuursstijl in de lokale politiek?
Paul: “Laat ik het zo zeggen: dat we wars zijn van bestuurlijke arrogantie is een houding die we hopelijk mee gaan nemen naar de nieuwe partij. In de Nederlandse politiek moet je samenwerken om wat voor elkaar te krijgen. Je hebt er ook niks aan als een politieke actie voor GroenLinks een groot succes is, maar je coalitiegenoot er knarsetandend bij zit te kijken. Een politiek succes is alleen een succes als het voor iedereen een beetje een feestje is.”
Nadya: “Ik herken wel wat Paul zegt over het wars zijn van arrogantie. De eerste jaren vroegen mensen vaak verbaasd of ik wethouder was. Ik vind het heel gezond om jezelf niet te identificeren met het wethouder-zijn, maar om ‘gewoon te doen’ – lekker dicht bij jezelf te blijven. Sommigen noemen dat authenticiteit. Ook prima. Ik kom uit een echt rood nest en ben opgegroeid met het democratische principe van ‘omzien naar elkaar’. Toen ik werd ondergedompeld in GroenLinks werd ik steeds meer gecharmeerd van het activistische – even nét wat principiëler in de wedstrijd gaan staan. Dat paste ook bij mij.”
Het is geen makkelijke tijd om lokaal te besturen. Gemeenten krijgen alsmaar meer verantwoordelijkheden en hebben een zorgplicht, maar de duimschroeven worden steeds verder aangedraaid. Ook dit jaar komt er weer minder geld vanuit het Rijk naar gemeenten. Hoe gaan jullie hiermee om?
Nadya: “Veel gemeenten bevinden zich in vergelijkbare financiële en beleidsmatige omstandigheden. Gedeelde smart is halve smart, maar wat hebben onze inwoners daaraan? Dat vraagt om scherpe keuzes. Wij hebben kritisch gekeken naar de mogelijkheden om om te buigen, hebben lucht weggehaald waar dat kon, en hebben organisaties en onszelf efficiënter laten werken. Het anders inrichten van de jeugdhulp vraagt op korte termijn juist om investeringen doordat meer kinderen dat nodig hebben, maar dat geld krijgen we niet van het Rijk.