Nadya Aboyaakoub-Akkouh is wethouder in Amersfoort namens GroenLinks. Tot haar portefeuille behoren jeugdzorg, primair en voortgezet onderwijs, inburgering en integratie, en werk, inkomen en armoedebeleid. In 2023 werd zij verkozen tot Beste Lokale Bestuurder van Nederland.

Paul Smeulders is wethouder in Arnhem namens GroenLinks. Hij heeft de portefeuilles financiën, wonen, grondzaken en vluchtelingen. Hij werd in 2017 verkozen tot Beste Lokale Bestuurder.

Waarom zijn jullie actief geworden in de gemeentepolitiek en op basis van welke politieke drijfveren? 

Nadya: “Mijn maatschappelijke betrokkenheid werd begin jaren negentig geactiveerd in de schoolklas. Daar probeerde ik de leraar maatschappijleer al te overtuigen van de zaken zoals ik ze zag. Ik verweerde me altijd kranig tegen ideeën die het debat bepaalden, zoals dat Marokkanen vooral overlast veroorzaken.

Portretfoto Nadya Aboyaakoub-Akkouh
Nadya Aboyaakoub-Akkouh

Mijn politieke betrokkenheid ontstond pas echt toen de gemeente een bankje voor mijn deur in Rotterdam-Zuid had weggehaald. Het beeld bestond dat alleen hangjongeren hierop zaten. Ik wist dat het bankje ook gebruikt werd door oudere mensen uit de verzorgingstehuizen in de omgeving. Dit wakkerde mijn rechtvaardigheidsgevoel aan. Ik nam contact op het deelgemeentekantoor en zette een handtekeningenactie op.

Het hielp allemaal niks. Maar het politieke vuur was wel ontbrand. Ik was al eerder benaderd door de PvdA, een verzoek waar ik geen gehoor aan gaf. Maar door deze situatie stond ik ineens aan. Nog altijd is mijn leidraad: hoe bestrijd ik onrechtvaardigheid, hoe kom ik op voor kansengelijkheid en hoe krijg ik iedereen hierin mee?”

Paul: “Vroeger was de slogan van GroenLinks ‘Knokken voor wat kwetsbaar is’. Dat kunnen mensen zijn, maar ook de natuur. Opkomen voor stemmen die niet zomaar gehoord worden, dat is nog steeds wat mij motiveert.

Op mijn veertiende werd ik lid van GroenLinks. Dat was tijdens de opkomst van Pim Fortuyn. Ik was het heel erg oneens met hoe Fortuyn over bepaalde bevolkingsgroepen sprak. Paul Rosenmöller was destijds de enige die hiertegen inging. In die tijd begon ik me ook zorgen te maken over klimaatverandering.

Ik werd politiek actief nadat ik in 2005 in een krant las dat GroenLinks in Helmond voor de gemeenteraadsverkiezingen een lijsttrekker zocht. Ik kende niemand die politiek actief was. Ik stuurde een mailtje naar het enige raadslid van GroenLinks: ‘Hoi, ik ben Paul, ik ben zeventien en studeer bestuurskunde. Kan ik iets voor jullie doen?’ Ik werd nummer twee op de lijst en toen is het balletje gaan rollen.

Voor veel mensen is de politiek een hoge drempel. Ik weet nog heel goed dat ik in het begin echt opkeek tegen gemeenteraadsleden en wethouders, laat staan de burgemeester. Nu weet ik dat het allemaal gewoon mensen zijn die met meer en minder succes er het beste van proberen te maken. Met dit verhaal probeer ik anderen te overtuigen om politiek actief te worden.”

Inmiddels zitten jullie allebei aan de knoppen in Amersfoort en Arnhem. Wat werkt in de alledaagse praktijk om succesvol idealen om te kunnen zetten in daden? 

Nadya: “Ik weet waar ik naartoe wil vanuit een duidelijke visie en neem daar verantwoordelijkheid voor. Tegelijkertijd blijf ik luisteren naar wat er in de praktijk gebeurt. Beleid werkt alleen als inwoners mee kunnen doen en professionals het kunnen en willen uitvoeren. Ik heb dus ook een rol in het enthousiasmeren van mensen. Ik begin altijd bij het contact om te begrijpen wat er speelt. Pas daarna stuur ik op resultaat. Dus eerst de relatie dan de prestatie. 

Mijn keuzes en manier van werken worden dus ook bepaald door vragen als: wat gaat dit plan of overleg concreet opleveren, voor wie doen we dit en wat merken mensen hier dagelijks van? Vertrouwen ontstaat niet alleen door plannen of woorden, maar door consequent te handelen en vol te houden.”

“ Je moet als bestuurder vooropgaan zonder de rest te verliezen ”
Paul Smeulders

Paul: “Een wethouder heeft een grote verantwoordelijkheid. Er is zoveel onrecht in de samenleving, dus er moet veel gebeuren. Ik probeer dag in dag uit mijn stinkende best te doen om het goede te doen. Of dat nou gaat over het bouwen van extra woningen, het bevorderen van kansengelijkheid of zorgen dat vluchtelingen gewoon op een nette manier worden opgevangen. Dat doen we zoveel mogelijk samen met onze inwoners en met samenwerkende partners. Want als je als bestuurder richting wilt geven, moet je ergens in vooropgaan, zonder de rest te verliezen.

De politieke context waarbinnen dit gebeurt maakt natuurlijk wel veel uit. Toen ik in Helmond wethouder was, was GroenLinks de negende partij. Hier in Arnhem zijn we nu de grootste. Hoe wij met vluchtelingen omgaan is mogelijk dankzij een progressieve raad en een progressief college. Voor nieuwe raadsleden en beginnende wethouders is het zaak om zich bewust te zijn van wat het maximaal haalbare is in de politieke context.”

Nadya: “Omdat je niet alles kunt bereiken wat je zou willen, is het heel belangrijk dat je morele kompas goed is en blijft. Kun je jezelf in de spiegel blijven aankijken? En bij impopulaire maatregelen moet je als bestuurder in gesprek blijven om uitleg te geven – ook als het niet jouw portefeuille is. Neem het parkeerbeleid in Amersfoort, niet iedereen is blij met betaald parkeren. Maar de mobiliteitstransitie is nodig om een leefbare samenleving te creëren, met voldoende huizen, zonder dat de stad dichtslibt met blik. Besturen is niet alleen besluiten nemen, maar ook hierover verantwoording afleggen.“

Paul: “Zeker nu we met de PvdA op zoveel plekken samengaan en samenwerken en nog groter worden, is het zaak om nooit bestuurlijk arrogant te worden. Met andere fracties, ook als je ze niet per se nodig hebt voor een meerderheid, moet je verbinding blijven zoeken. Om daar een voorbeeld van te geven: toen ik in Helmond zat, was het eigenlijk heel gebruikelijk dat de oppositie altijd tegen de begroting stemde. Het laatste jaar is het toen gelukt om de begroting unaniem aangenomen te krijgen. In een vroegtijdig stadium vroeg ik andere fracties al naar wat belangrijk voor ze was. Ik denk dat er uiteindelijk evenveel moties van de oppositie als van de coalitie werden aangenomen. De begroting voelde als iets gezamenlijks. Pas dan kun je echt spreken van een succes.”

Ik zie best wel overlap in jullie stijl. Jullie geven richting, maar doen dat door te investeren in gezamenlijkheid en betrokkenheid. Is dit volgens jullie ‘typisch GroenLinks’ of past dit bij een algemene bestuursstijl in de lokale politiek?

Paul: “Laat ik het zo zeggen: dat we wars zijn van bestuurlijke arrogantie is een houding die we hopelijk mee gaan nemen naar de nieuwe partij. In de Nederlandse politiek moet je samenwerken om wat voor elkaar te krijgen. Je hebt er ook niks aan als een politieke actie voor GroenLinks een groot succes is, maar je coalitiegenoot er knarsetandend bij zit te kijken. Een politiek succes is alleen een succes als het voor iedereen een beetje een feestje is.”

Nadya: “Ik herken wel wat Paul zegt over het wars zijn van arrogantie. De eerste jaren vroegen mensen vaak verbaasd of ik wethouder was. Ik vind het heel gezond om jezelf niet te identificeren met het wethouder-zijn, maar om ‘gewoon te doen’ – lekker dicht bij jezelf te blijven. Sommigen noemen dat authenticiteit. Ook prima. Ik kom uit een echt rood nest en ben opgegroeid met het democratische principe van ‘omzien naar elkaar’. Toen ik werd ondergedompeld in GroenLinks werd ik steeds meer gecharmeerd van het activistische – even nét wat principiëler in de wedstrijd gaan staan. Dat paste ook bij mij.”

Het is geen makkelijke tijd om lokaal te besturen. Gemeenten krijgen alsmaar meer verantwoordelijkheden en hebben een zorgplicht, maar de duimschroeven worden steeds verder aangedraaid. Ook dit jaar komt er weer minder geld vanuit het Rijk naar gemeenten. Hoe gaan jullie hiermee om?

Nadya: “Veel gemeenten bevinden zich in vergelijkbare financiële en beleidsmatige omstandigheden. Gedeelde smart is halve smart, maar wat hebben onze inwoners daaraan? Dat vraagt om scherpe keuzes. Wij hebben kritisch gekeken naar de mogelijkheden om om te buigen, hebben lucht weggehaald waar dat kon, en hebben organisaties en onszelf efficiënter laten werken. Het anders inrichten van de jeugdhulp vraagt op korte termijn juist om investeringen doordat meer kinderen dat nodig hebben, maar dat geld krijgen we niet van het Rijk.

“ Het is cruciaal om niet te beknibbelen op de sociale basis ”
Nadya Aboyaakoub-Akkouh

We hebben verder geprobeerd om het sociale domein zoveel mogelijk te ontzien, maar dat is niet helemaal gelukt. In het sociale domein wordt veel verwacht van de eigen verantwoordelijkheid. Maar om dat te laten slagen is juist een stevige sociale basis nodig. Je moet elkaar blijven tegenkomen in bibliotheken, zwembaden, wijkcentra. En als je wil dat ouders en de omgeving in staat worden gesteld om een grotere rol te pakken, dan is het juist zaak om te investeren in jongerenwerk of sociale hulpverlening op scholen. Het is dus cruciaal om niet te beknibbelen op de sociale basis. Dat hebben we dan ook niet gedaan. Sterker nog. Je moet daarin investeren.”

Paul Smeulders
Paul Smeulders

Paul: “Ja, Nadya heeft gelijk. We krijgen voor jeugdhulp aantoonbaar veel te weinig geld. Het Rijk flikkert deze enorme verantwoordelijkheid gewoon zo over de schutting. 

Het allerbelangrijkste dat nodig is om goed te kunnen besturen, is dat gemeenten langjarige zekerheid krijgen voor alle taken die ze doen. Door alle transities die we moeten maken, neemt de omvang alleen maar toe – denk aan de energietransitie of de woonopgave. Maar voor dit soort grootschalige operaties moeten we het doen met incidenteel geld. 

Neem het Nationaal Programma Arnhem-Oost. We wilden achttien jaar lang extra investeren in kinderen die daar geboren worden, zodat ze dezelfde kansen krijgen als de kinderen die in de rijkere buurten worden geboren. Dit vraagt om langjarige zekerheid, maar die hebben we niet gekregen. We willen gewoon het goede doen, maar op veel dossiers wordt het ons door Den Haag moeilijk gemaakt.”

Hoe blikken jullie terug op de kille wind van het kabinet-Schoof – zo guur is het niet eerder geweest? 

Paul: “Ik ben blij dat we af zijn van ministers die als doel hebben om chaos te creëren. Ik denk aan Marjolein Faber, die als PVV-minister van Asiel het hele systeem kapot probeerde te maken. Begrijp me goed, ik ben geen verdediger van het huidige systeem; de IND doet er te lang over door gebrek aan middelen, het COA is niet goed toegerust op de taak die ze hebben. Maar Faber probeerde het systeem alleen nog maar verder te ontregelen. Het leek wel doelbewust beleid dat mensen in Ter Apel buiten moesten slapen, omdat dat een beeld creëert van een asielcrisis. Dat is echt een schande.”

“ Wie in Nederland woont, mag zich geen tweederangs burger voelen ”
Nadya Aboyaakoub-Akkouh

Nadya: “Een dieptepunt voor mij was het moment dat zelfs onze minister-president stelde dat er een integratieprobleem is in Nederland, naar aanleiding van de Maccabi-rellen in Amsterdam. Wie in Nederland woont, mag zich geen tweederangsburger voelen. Dit raakt zo direct aan wie wij zijn als land, als samenleving. Het land wordt niet verder gebracht door verkeerde mensbeelden. We hebben juist meer gemeenschapszin en saamhorigheid nodig.”

Is het mogelijk om lokaal weerstand te bieden als het tegenwind is in de nationale en wereldwijde politiek? Hoe kun je de lokale kracht versterken?

Nadya: “Zolang mensen in bestaansonzekerheid leven is er een voedingsbodem voor politici die moedwillig mensen tegen elkaar opzetten. Ik voel daarom een enorme plicht om lokaal warmte te organiseren. Dat kan door ervoor te zorgen dat mensen in hun eerste noden kunnen voorzien en door nabijheid te creëren. Als dat met minder financiële middelen moet, dan kan dat ook door eropuit te gaan: gesprekken voeren in de buurt, mensen samenbrengen, vertrouwen geven.

Ook taal bepaalt of er warmte wordt gevoeld of kilheid. Daarom spreken wij bijvoorbeeld niet meer van armoedebeleid, maar van meedoen en rondkomen. Dat spreekt iedereen aan – juist ook de mensen die het betreft. Door in inclusieve taal vanuit een positief mensbeeld te praten, kun je veel betekenen. Dat geldt ook voor de wijze waarop mensen worden aangesproken bij het loket en hoe ze worden geholpen. We proberen ervoor te zorgen dat niemand meer van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Professionals krijgen meer ruimte om te kunnen handelen.”

Paul: “In Arnhem hebben we ook laten zien dat het echt heel anders kan. Na de Maccabi-rellen organiseerden we ‘De Avond van de Goede Moed’ – we gingen met honderden mensen in gesprek. Dat leidt tot verbinding en saamhorigheid. Afgelopen jaar organiseerden we opnieuw zo’n avond, die vooral ging over de dreiging in de wereld die we allemaal voelen. We laten hiermee zien dat wij, de lokale overheid, mensen zien. Dat alleen al is prettig voor wie zich in deze onzekere tijd kwetsbaar voelt.

“ Met de wijze waarop we vluchtelingen opvangen, laten we zien dat het echt anders kan ”
Paul Smeulders

Met de wijze waarop we vluchtelingen opvangen, laten we ook zien dat het echt anders kan dan de aanpak van het kabinet. In een paar jaar tijd zijn we van duizend naar 3,5 duizend opvangplekken gegroeid. We willen af van het hapsnapbeleid en kiezen voor structurele duurzame opvang. Vanaf de eerste dag in de opvang laten we iedereen ook zoveel mogelijk meedoen via werk en het leren van de Nederlandse taal.

Het gaat goed met alle opvanglocaties in Arnhem en ook de bewonersavonden gaan prima. Dat komt omdat we gewoon eerlijk alle vragen beantwoorden en duidelijk maken dat wij degenen zijn die het besluit nemen. Zo’n avond is dus geen referendum over de vraag of er wel of geen opvangplek komt. Het gesprek gaat wél over de vraag hoe we het zo goed mogelijk kunnen doen.”

Hoe verklaar jij het draagvlak voor jullie ruimhartige asielbeleid? 

Paul: “In de Tweede Wereldoorlog zijn honderdduizend Arnhemmers bijna een jaar geëvacueerd geweest. Het DNA van de stad wordt dus getypeerd door onze vluchtgeschiedenis. Jaarlijks herdenken we deze gebeurtenis nog altijd groots.”

In jullie beider gemeenten gaan GroenLinks en de PvdA voor de eerste keer met een gezamenlijke lijst meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Wat zijn jullie verwachtingen daarvan?

Nadya: “Het samengaan van de partijen zie ik als een hele logische stap. De sociale en groene agenda horen bij elkaar. De afgelopen jaren zijn we ook sterk naar elkaar toegegroeid. Ik geloof dat mensen echt verlangen naar stabiliteit. De grote partij die we straks samen zijn, kan daarin een belangrijke rol spelen. We zijn lokaal een bestuurderspartij die vooral vanuit hoop en optimisme handelt, maar ook dichtbij mensen staat en gericht is op een betere toekomst voor iedereen. Dat perspectief is heel hard nodig in deze tijd.”

Paul: “Lokaal maakt de samenwerking veel energie los. Dus ik hoop dat we initiatief krijgen bij de formatie. Met die landelijke gure rechtse wind zijn progressieve en linkse mensen heel blij met een serieus alternatief. In de steden en dorpen, dichtbij huis, kunnen we laten zien hoe het ook kan. Dat vraagt om strijdbaarheid. Door verbinding met inwoners en organisaties te maken die dichtbij ons staan, kunnen we weer een beetje positiviteit brengen.”

Wat is jullie jullie tip aan al die partijgenoten die op de lijst staan om in de raad te komen en misschien wel als wethouder aan de slag gaan? 

Paul: “Ga er vooral op uit. Het is een prachtige gelegenheid om je overal gevraagd en ongevraagd te laten zien. Het is heel bijzonder dat je in de positie bent om dingen mogelijk te maken, dat je het verschil kunt maken. Bijvoorbeeld door mooie initiatieven een duwtje in de goede richting te geven.”

Nadya: “Mijn tip is om te investeren in het team van de fractie of het college. Het kan er hard aan toegaan in de politiek, ook via media en publieke debatten. Dus je hebt elkaar nodig. Neem daarnaast ook de tijd. Ik zie best veel politici stukgaan, omdat ze te snel veel willen bereiken. Wees realistisch in wat mogelijk is. Dan krijg je uiteindelijk meer voor elkaar.”