Er zijn oplossingen nodig die verder gaan dan de grenzen van ons huidige economische systeem. Toch hebben Europese groene politieke partijen nog geen overkoepelende strategie voor systeemverandering, blijkt uit mijn onderzoek naar de ideeën en strategieën van deze groene partijen over economisch transformaties naar een duurzame economie.

In huidige Europese politieke stelsels wordt het duurzaamheidsvraagstuk behandeld als een probleem dat kan worden opgelost binnen het neoliberale kapitalistische economische systeem. Sinds de jaren tachtig is duurzaamheid neergezet als een concept dat verenigbaar is met economische groei. Kritiek op dit idee is gedepolitiseerd en economische transformaties die breken met het neoliberale en kapitalistische gedachtegoed worden nauwelijks meer bediscussieerd in nationale politieke arena’s.

In deze context richt het dominante discours rond economische transformaties zich vooral op zogenaamde ‘groene groei’ waarbij emissies en milieuschade kunnen worden losgekoppeld van economische groei met behulp van technologische innovatie en markt-gestuurd beleid. Het is schadelijk om deze opvatting niet ter discussie te stellen. Het kan bijvoorbeeld leiden tot het verstevigen van een systeem dat niet in staat is ons uit de duurzaamheidscrisis te helpen.

Daarnaast ontstaat het risico dat veelbelovende transformaties worden uitgesloten en niet democratisch worden besproken. Over het algemeen kan worden verwacht dat groene partijen kritische vragen stellen over de huidige structuren van ons economische systeem. Maar politiseren zij daadwerkelijk het neoliberale kapitalistische economische systeem? En op welke manieren doen zij dit?

voorstellen voor economische Model van transformaties binnen het neoliberale kapitalistische systeem.
Figuur 1: De meeste voorstellen voor economische transformaties worden gedaan binnen het neoliberale kapitalistische systeem.

Onderzoek naar Europese groene partijen

Alle deelnemende Europese groene partijen aan mijn onderzoek hebben een gedeelde visie voor het economisch systeem: maximaal welzijn voor huidige en toekomstige generaties binnen de grenzen van onze planeet. De verschillen worden zichtbaar wanneer je inzoomt op de economische transformaties die zij nodig achten om deze visie te bereiken.

Om de verschillende ideeën te achterhalen heb ik stellingen voorgelegd aan meerdere partijleden van twaalf West-Europese groene partijen (1), die zij moesten rangschikken van ‘belangrijk’ naar ‘minder belangrijk’. Na een statistische analyse van de gerangschikte stellingen kwamen drie voorstellen voor economische transformaties naar voren. Daarnaast zijn veertien diepte-interviews gehouden met partijleden van vijf van deze partijen (2) om inzicht te krijgen in de strategieën die zij gebruiken om de door hen voorgestelde transformaties voor elkaar te krijgen.

De voorstellen voor de transformatie van het economische systeem

1: Naar brede welvaart binnen ecologische grenzen

Leden van GroenLinks, Groen uit België, de Zweedse Groenen, de Rood-Groene Alliantie en het Alternatief uit Denemarken, de Zwitserse groenen en de Finse Groenen willen het economische systeem zo transformeren dat welvaart losgekoppeld wordt van economische groei. Door op nieuwe manieren brede welvaart te meten, selectief groene sectoren te laten groeien en vervuilende sectoren te laten krimpen kan het economische systeem weer binnen de grenzen van de planeet gaan opereren.

Daarnaast zetten zij in op het aanpakken van inkomensongelijkheid om het welzijn van alle mensen te maximaliseren binnen de duurzaamheidstransformatie. Wanneer de focus wordt verlegd op welvaarts- en duurzaamheidsindicatoren is economische groei een minder relevante factor. De partijleden zijn hiermee dus agnostisch over het groeivraagstuk en stellen daarom ook niet dat het noodzakelijk is om het economische systeem te krimpen.

Dit vereist een herstructurering van de markt door een sterke overheid, met strikte sturing op het bedrijfsleven. Hierbij is er minder aandacht voor het beïnvloeden van consumentengedrag.

2: Voorbij het systeem van groei

Leden van Partij voor de Dieren, de Spaanse Groenen, Ecolo uit België, de Rood-Groene Alliantie uit Denemarken en Europa Ecologie uit Frankrijk denken in grote lijnen hetzelfde als bovengenoemde transformatie. Zij problematiseren echter economische groei in verdere mate. Zij stellen namelijk dat de economie in de nabije toekomst moet krimpen om binnen de grenzen van de planeet te kunnen blijven. Hiermee verwerpen zij het idee dat economische groei nodig is voor een stabiel economisch systeem.

Naast een herstructurering van de markt door een sterke overheid is het van belang om een culturele transformatie te bewerkstelligen. Dit houdt in dat overheden normen promoten die een duurzame manier van leven ondersteunen. Het aanmoedigen van overconsumptie moet plaats maken voor het vinden van geluk met begrensde consumptie.

3: Het vergroenen van de economie

De derde voorgestelde economische transformatie komt alleen van de Duitse Groenen en wijkt af van de andere twee transformaties door een sterke focus op het vergroenen van de meest vervuilende sectoren. Dit gaat veelal in samenwerking met de private sector, wat duidt op een correctie van de markt en geen herstructurering. Hiervoor is een sterke overheid nodig die hierop aanstuurt en uiteindelijk de sectoren verbiedt of corrigeert die niet weten te vergroenen.

Daarbij geldt het uitgangspunt dat economische groei verenigbaar is met duurzaamheid. Door middel van technologische innovatie kan economische groei volledig worden losgekoppeld van de uitstoot van broeikasgassen. Economische groei is nodig om vervuilende sectoren te laten innoveren en vergroenen. Krimp van de economie zal hierop in de ogen van de Duitse Groenen een averechts effect hebben.

Door deze sterke focus op industriepolitiek en sectorale innovatie is er minder aandacht voor het sturen van consumentengedrag of het veranderen van sociale normen.

Economische transformaties in theorie

Het is interessant om een uitstapje te maken naar de theorie over economische transformaties. Binnen de wetenschappelijke literatuur worden verschillende voorstellen gedaan voor economische transformaties in de richting van duurzaamheid. Grofweg vallen deze voorstellen onder twee grotere discoursen: ‘pro-growth’ en ‘post-growth’. Eerstgenoemde discours opereert binnen het huidige kapitalistische economische systeem, voorstellen onder het post-growth discours zijn radicaler en stellen economische systemen voor die hieraan voorbijgaan.

Model van economische transformaties in de wetenschappelijke literatuur.
Figuur 2: Economische transformaties voorgesteld in de wetenschappelijke literatuur.

Als we met deze theoretische blik naar de drie voorgestelde transformaties kijken, kunnen we concluderen dat de Duitse Groenen duidelijk binnen het kapitalistische systeem blijven. Doordat zij zich wel afzetten tegen economische groei als belangrijkste doel kan er gezegd worden dat zij de lijn van de ‘Green economy’ volgen.

Voorgestelde transformatie 2 staat hier het verst vanaf en is het meest radicaal in haar voorstellen. Voornamelijk door uitgesproken noodzaak voor ‘Degrowth’ van Westerse economieën en hun focus op het veranderen van sociale normen.

De groene partijen die vallen onder de eerste voorgestelde transformatie vallen hiertussen in. De voorstellen kunnen weliswaar gekarakteriseerd worden als ‘Post-growth’, maar doordat zij minder expliciet zijn over de rol van economische groei in de economische transformatie zijn zij minder radicaal. Hierdoor komt dit voorstel dicht overeen met de voorstellen die econoom Tim Jackson in zijn boek Prosperity without growth doet.

Verschillende strategieën om de economie te transformeren

Ideeën gaan pas wat betekenen als de partijen strategieën ontwikkelen om de voorgestelde transformaties te verwerkelijken. In mijn onderzoek ben ik in interviews met vijf partijen de diepte ingedoken over hun strategieën om de economie te transformeren naar een duurzaam systeem.

Vier van deze partijen hebben een duidelijk idee over welke strategie hen gaat helpen om een voorgestelde transformatie te verwezenlijken: regeren. Op deze manier verwachten zij de meeste invloed uit te kunnen oefenen op het overheidsbeleid. Zij zijn zich ervan bewust dat zij in deze rol compromissen moeten sluiten met coalitiepartners, maar zij achten de noodzaak en urgentie voor het doorvoeren van beleidsvoorstellen om te verduurzamen zo hoog dat ze graag deze verantwoordelijkheid willen nemen.

De Zweedse Groenen is de enige van de vijf partijen die daadwerkelijk recent heeft deelgenomen aan een kabinet - dat overigens in juli van dit jaar is gevallen. Zij zetten hierdoor een aantal realistische kanttekeningen bij de invloed van hun partij tijdens de regeerperiode. Binnen de coalitie waren de Zweedse Groenen de kleinste partij, waardoor zij bewust moesten kiezen welke gevechten zij aangingen binnen de coalitie.

Het was minder wenselijk voor de stabiliteit van de regering om radicalere ideeën publiekelijk te delen. Daarnaast ondervonden de Zweedse Groenen dat zij bij media en het publiek als regeringspartij onder een vergrootglas lagen.

Ondanks deze kanttekeningen zijn de Zweedse Groenen van mening dat zij meer kunnen bereiken als regeringspartij, doordat zij meer wetgevende en uitvoerende macht hebben dan in de oppositie.

Illustratie van een vrouw die een groot, groen euroteken met een grasmaaier vormgeeft.
Illustratie: Sjoerd van Leeuwen

Door de sterke focus op meeregeren wordt de strategie van partijen die nu in de oppositie zitten minder duidelijk. Dit geldt echter niet voor de Partij voor de Dieren. Zij zet in op ideologische voorstellen gericht op het economische systeem, door bijvoorbeeld publiekelijk uit te spreken dat onze huidige economie moet krimpen ten behoeve van afnemende vervuiling.

Hiermee zet de Partij voor de Dieren zich bewust af tegen het idee dat politiek haalbaarheid leidend moet zijn in het bepalen van de inhoud. Zij kiest ervoor een accent te leggen op idealistische voorstellen die laten zien hoe een duurzame economie eruit kan zien, in plaats van meeregeren en compromissen sluiten om wetten erdoorheen te krijgen die in hun ogen het systeem niet zullen veranderen.

Ten grondslag aan de strategische overwegingen ligt een spanning tussen pragmatisme en idealisme. De partijen hebben verschillende ideeën over hoe zij de meeste invloed hebben op de transformatie van het economische systeem. De meeste groene partijen argumenteren hierbij dat de politieke context waarin zij opereren alleen incrementele stappen toelaat.

Daarbij beargumenteren zij dat de urgentie van het klimaatprobleem geen tijd over laat voor langlopende ideologische gevechten. Er zijn daarentegen ook partijen die ervan overtuigd zijn dat deze ideologische gevechten de enige manier zijn om het systeem te veranderen, zoals we net ook terugzagen bij de Partij voor de Dieren. Hierbij geldt het uitgangspunt dat incrementele stappen niet zullen leiden tot de benodigde systeemverandering.

De Duitse Groenen is een duidelijk voorbeeld van een partij die zich heeft ontwikkeld van een radicale partij met een sterke ideologische focus naar een meer centralistische partij die inzet op praktische veranderingen. Deze ontwikkeling kan worden aangeduid als een verschuiving naar ecologische modernisatie, waarbij groene industriepolitiek binnen de grenzen van het huidige economische systeem centraal staat.

“ Bij ecologische modernisatie staat groene industriepolitiek binnen de grenzen van het huidige economische systeem centraal ”

Dit heeft er enerzijds toe geleid dat de Duitse Groenen een belangrijke rol spelen in de transformatie naar een duurzaam energiesysteem in de ‘energiewende’. Tegelijkertijd wordt de partij in sommige regio’s bekritiseerd door jonge klimaatactivisten voor het verloochenen van hun idealen, door bijvoorbeeld hun vriendschappelijke banden met de auto-industrie, als deel van hun strategie om vervuilende sectoren te vergroenen.

In de praktijk leiden deze verschillende veronderstellingen over de mogelijkheid om het economische systeem te veranderen tot voorstellen voor transformaties op verschillende niveaus. De meeste voorstellen zijn gericht op concrete beleidsvoorstellen met directe en meetbare impact die zichtbaar is voor kiezers. Denk bijvoorbeeld aan het belasten van uitstoot, het afbouwen van subsidies voor fossiele brandstoffen of het strenger reguleren van de financiële markt.

Het veranderen van systemen en structuren, zoals het creëren van een economisch systeem dat niet op eindeloze economische groei is gebouwd, is ingewikkelder en meer abstract. Er worden wel stappen ondernomen om welvaart anders te peilen dan traditioneel met het BNP als peilstok, maar er zijn bijvoorbeeld nog geen voorstellen gedaan die onbetaalde zorg- en reproductie taken centraal stellen in de economie of waarin er op een andere manier vorm wordt gegeven aan werk en afhankelijkheid van loon.

Nog abstracter en complexer wordt het als transformaties focussen op normen, waarden en wereldbeelden. Zo wordt de rol van de producent en de consument indirect bevraagd door de meeste groene partijen, maar er zijn nog weinig acties om hier een andere waarde aan te verbinden.

Transformatieagenda voor groene partijen

De hamvraag is of incrementele stappen en concrete beleidsveranderingen voldoende zijn om ons economische systeem te verduurzamen. Binnen de context waarin Europese groene partijen opereren is de strategische keuze hiervoor begrijpelijk.

De complexiteit van de vereiste economische transformatie, de politieke positie van kleine tot middelgrote groene partijen, de opkomst van klimaatveranderering ontkennende extreemrechtse partijen en de acute urgentie van de klimaatcrisis maken het cruciaal om op korte termijn groene beleidsvoorstellen te implementeren. Echter brengt deze keuze ook risico’s met zich mee waar groene partijen nog te weinig rekening mee houden.

De strategie om door middel van coalities en compromissen transformaties te verwezenlijken brengt het risico dat het narratief van het conventionele economische systeem wordt versterkt. In de meeste Europese landen moeten groene partijen samenwerken met centrale en soms zelfs rechtse partijen om aan een regering te kunnen deelnemen. In de coalitieonderhandelingen zullen gematigde argumenten worden gebruikt om deze partijen mee te krijgen in duurzame transformaties.

Vaak worden groene economische transformaties neergezet als ingrepen die meer banen opleveren en economische groei zullen stimuleren. Deze argumentatie versterkt het narratief van de neoliberale kapitalistische economie en draagt daardoor niet bij aan het opbouwen van een narratief over een alternatieve economie waarin economische groei niet het hoofddoel is. Dit is een gemiste kans, gezien de ambitie van groene politieke partijen om te breken met een economisch systeem dat gebaseerd is op ongeremde economische groei.

“ Zet je groene economische transformaties neer als ingrepen die groei stimuleren, dan versterkt dat het narratief van de neoliberale kapitalistische economie ”

Een tweede risico van deze strategie is dat er niet genoeg kennis en capaciteit wordt opgebouwd over alternatieve systemen, door een gebrek aan interne en externe discussies. De focussen op incrementele stappen zorgt ervoor dat de aandacht vooral naar kortetermijnbeleidsvoorstellen gaat, zoals het belasten van vervuilende uitstoot. Het gaat veelal om veranderingen die binnen het huidige economische systeem passen en slechts potentieel een opstapje vormen naar een alternatief systeem.

Het is hierbij van belang om na te denken hoe die link naar een alternatief economisch systeem voor de lange termijn gemaakt kan worden. Democratische interne en externe discussies over hoe we een dergelijk alternatief economisch systeem willen vormgeven zijn hiervoor cruciaal. Denk bijvoorbeeld aan de vraag hoe middelen verdeeld moeten worden als de economie blijkt te krimpen als gevolg van het aanpakken van overconsumptie.

In de voorstellen van Europese groene partijen voor economische transformaties wordt het conventionele economische systeem in verschillende mate gepolitiseerd. Aan het ene uiterste vinden we de Duitse Groenen, die bewust kiezen voor het aansturen op groene industriële transformaties binnen het huidige systeem. Aan de andere zijde van het spectrum staat de Partij voor de Dieren, die sterk inzet op het verspreiden van haar idealen die duidelijk breken met het huidige economische systeem.

In de transformatie naar een duurzame economie zijn beiden rollen belangrijk. Het is daarbij cruciaal dat pragmatische incrementele stappen worden genesteld in een transformatieagenda voor de lange termijn. Hiermee kunnen groene politieke partijen direct zichtbare acties ondernemen, zonder dat zij de grotere benodigde transformaties van ons economische systeem om tot een duurzame economie te komen uit het oog verliezen.

Voetnoten

  1. GroenLinks, Partij voor de Dieren, Groen uit België, de Zweedse Groenen, de Rood-Groene Alliantie en het Alternatief uit Denemarken, de Zwitserse groenen, de Finse Groenen, de Spaanse Groenen (Equo), Ecolo uit België, Europe Ecology uit Frankrijk en de Duitse Groenen.

  2. GroenLinks, Partij voor de Dieren, Groen uit België, de Zweedse Groenen en de Duitse Groenen.

Reacties

06 september 21

Robert (niet gecontroleerd)

Definitie economische groei

Verhelderend om te zien hoe de Europese groene partijen verschillen in hun perspectief.

Wel had ik als econoom nog een vraag: welke definitie hanteer je precies voor 'economische groei'? Ik kreeg de indruk dat je er mee doelt op bbp-groei. Klopt dat?

Ik vraag het omdat ik als econoom bij groei denk aan groei van de welvaart. Dat is een veel breder concept dan het bbp, waaronder ook bijv. het milieu en vrije tijd vallen.

Bij gebrek aan beter is het bbp lang als indicator voor welvaart gebruikt, maar iedere econoom zal direct beamen dat die indicator ernstig tekort schiet.

Het maakt wat mij betreft een groot verschil of mensen pleiten voor degrowth in termen van bbp-groei (dat lijkt me vrijwel onvermijdelijk als we de opwarming van de aarde snel willen afremmen) of in termen van welvaart (zou zomaar kunnen dat die juist stijgt door klimaatbeleid, zeker in NL. Zie bijv. https://esb.nu/esb/20062594/welvaartsgroei-blijft-sinds-1950-achter-bij-de-economische-groei).

10 september 21

Julie Bos (niet gecontroleerd)

Definitie economische groei

@Robert in mijn onderzoek definieer ik economische groei inderdaad als bbp-groei. Ik ben het eens met jouw analyse dat bbp geen goede indicator is voor welvaart. Ondanks dat deze kritiek breed gedragen wordt, wordt bbp nog steeds gehanteerd als de belangrijkste indicator voor welvaart. Iedere groene partij die ik heb gesproken zien het daarom als eerste belangrijke stap om te veranderen hoe we welvaart (en vaak ook welzijn) meten. In Nederland pleiten Groenlinks en Partij voor de Dieren bijvoorbeeld voor het gebruik van de monitor brede welvaart

Reactie toevoegen