Beelden van de bewogen jaren zeventig en tachtig zitten in ons collectieve geheugen. De economie bevindt zich in een crisis, de economische malaise veroorzaakt grote werkloosheid en de woningnood is ongekend hoog. De angst voor de wapenwedloop en het gebruik van kernwapens leven breed in de samenleving. Een deel van het grote publiek is betrokken en bereid om van zich te laten horen. Demonstraties tegen nucleaire dreiging brengen begin jaren tachtig een half miljoen mensen op de been.

Cover boek Een portret van GroenLinks door Lara de Brito en Sara Madou.

De kleine linkse partijen zitten op de bagagedrager van de sociale bewegingen en liften mee op het succes. Maar wanneer de sociale bewegingen aan kracht verliezen lukt het de kleine linkse partijen niet om hun neerwaartse electorale spiraal te doorbreken. Waar begin jaren zeventig de CPN (Communistische Partij Nederland), de PPR (Politieke Partij Radikalen) en de PSP (Pacifistisch Socialistische Partij) samen zestien zetels hebben in het parlement, zijn daar na de verkiezingen van 1986 nog slechts drie van over. De oudste van de drie partijen, de al in 1909 opgerichte CPN, verdwijnt dan zelfs helemaal uit de Kamer. 

Hoewel de kleine linkse partijen in verschillende tradities staan, vervagen langzamerhand de verschillen. De grootste verandering vindt plaats bij de CPN. Als gevolg van het imploderen van het communisme in Europa – en wereldwijd – verwateren ook in Nederland de wortels van de partij. Wat overblijft zijn de socialistische principes die ook de dragers zijn van de linkse agenda van de PSP en de PPR.

Naarmate de partijen inhoudelijk steeds meer op elkaar gaan lijken en simultaan electorale grond verliezen, wordt de behoefte aan machtsvorming manifester. Maar voordat een fusie een feit is, gaat er een hoop weerstand en voorbereiding aan vooraf. De partijen zijn vooral met zichzelf bezig en het vraagt tijd, aandacht en een aantal duwtjes in de goede richting om de specifieke identiteit af te kunnen werpen en de bereidheid te omarmen om de eigen politieke niche, waar het actieve kader zich in verschanst, te verlaten en de weg vrij te maken voor een nieuwe fusiepartij.

In 1989, na de val van het kabinet-Lubbers II, lukt het uiteindelijk om ook op landelijk niveau samen mee te doen aan de verkiezingen. Op dat moment zijn er op lokaal niveau veel samengevoegde lijsten en ook in Europa is er een gezamenlijke fractie. De progressief-christelijke EVP (Evangelische Volkspartij) sluit zich op de valreep aan. De vier partijen gaan op in een nieuwe fusiepartij, een jaar later wordt GroenLinks officieel opgericht en houden de vier voorgangers op te bestaan.

Ontwapenend

Jarenlang is het Landelijk Bureau van GroenLinks aan de Oudegracht in Utrecht gevestigd. Het hoofdkantoor is gehuisvest in een oud pand met een mooie, brede houten trap in het midden. Halverwege de trap hangt de bekende ‘Ontwapenend’-verkiezingsposter van de PSP uit 1971. Op de poster staat een naakte vrouw afgebeeld in een weiland met een koe op de achtergrond. Met haar armen wijd open kijkt ze glimlachend omhoog naar de hemel. 

Voor de bezoekers en de medewerkers van het pand is het een warm welkom. Het pand dat zoveel karakter heeft, herinnert bovendien aan het feit dat GroenLinks een partij is die geworteld is in traditie en een naakt geloof heeft in een betere wereld.

Begin 2020 verhuist GroenLinks naar een nieuw pand, handig gelegen op een steenworp afstand van het Centraal Station. Het is een ruimte op de vijfde verdieping van een nieuw kantoorgebouw. Vanuit de hoogte ligt de stad, waar GroenLinks al lange tijd meebestuurt, aan haar voeten. De verhuizing is symbolisch voor de beweging die de partij anno 2025 heeft gemaakt.

Het is GroenLinks gelukt om boven zichzelf uit te stijgen, net als het de PSP vele jaren eerder ook lukte toen de partij een fusie van klein links omarmde. Voormalig Europarlementariër voor GroenLinks Joost Lagendijk was lid van de PSP en vanuit die partij geeft hij eind jaren tachtig mede vorm aan de toekomst van de kleine linkse partijen en zet GroenLinks in de steigers.

Het is 29 oktober 2025, verkiezingsdag. Het kabinet-Schoof, het meest rechtse kabinet dat Nederland ooit heeft gehad, is na meerdere aktes gevallen en na een korte campagne mogen Nederlanders vandaag naar de stembus. Het Landelijk Bureau van GroenLinks in Utrecht is uitgestorven. In het hele pand is slechts één persoon aanwezig. Het kleine vierkante kamertje zonder ramen, systeemplafond en tl-licht doet Joost Lagendijk naar het karaktervolle onderkomen aan de Oudegracht terugverlangen.

Lagendijk is toevallig een week in Nederland met zijn vrouw. Hij is getrouwd met de Turkse journaliste en documentairemaker Nevin Sungur en ze wonen al vele jaren in Istanbul. De dag ervoor vieren ze dat ze negentien jaar getrouwd zijn. In Turkije, waar ze ook trouwden, kreeg het huwelijk van de journaliste en de voormalige Europarlementariër, in de pers aangeduid als Mr. Europa, veel aandacht. Naast politicus is Lagendijk vele jaren uitgever geweest, maar ook auteur van meerdere boeken over het Europees buitenlands beleid en over zijn tweede thuisland Turkije.

Lagendijk groeit op in Roosendaal en verhuist in 1975, na de middelbare school, naar Utrecht. Hij is ingeloot voor de studie geschiedenis. Tot halverwege de jaren tachtig woont hij met veel plezier in Utrecht. Hij is vooral druk met voetballen en met muziek, en bezoekt veel concerten. Het zijn de hoogtijdagen van new wave. In 1977 mag Lagendijk voor het eerst stemmen.

Het zijn de verkiezingen na het kabinet-Den Uyl, het meest progressieve kabinet uit de parlementaire geschiedenis van Nederland, waarin D66 voor het eerst meeregeert en waaraan ook de PPR deelneemt. Hij is dan twintig lentes jong. Voor het eerst moet hij nadenken over op welke partij hij gaat stemmen. Voor het raam hangt hij twee affiches op: eentje van de PPR en een van de PSP. Beide partijen lijken hem sympathiek, hij kan niet kiezen. Op verkiezingsdag stemt hij uiteindelijk PSP.

De sociale bewegingen kennen hun piekjaren en dat geldt ook voor de kraakbeweging. Utrecht is het decor van verzet in tijden van economische crisis. Geïnspireerd door het activisme om hem heen wordt Lagendijk op 1 mei 1978 lid van de PSP. De PSP groeit in die tijd en snel daarna wordt hij al benaderd om mee te helpen. Lagendijk herinnert zich nog een grote anti-NAVO-manifestatie in de Veemarkthallen in zijn stad Utrecht.

‘Het was een heel grote manifestatie, een paar duizend mensen. Ze hadden in de keuken mensen nodig om broodjes te smeren en soep te maken. Dus dat is mijn eerste activiteit voor de PSP geweest, in de keuken van de Veemarkthallen soep maken voor de bezoekers.’ PSP’ers Bram van der Lek en Fred van der Spek houden gepassioneerde speeches. De Duitse zanger en dichter Wolf Biermann treedt op. 

‘Het was een grote, indrukwekkende manifestatie. En toen ben ik actief geworden bij de PSP in Utrecht. Die waren redelijk sterk met drie raadsleden en een steunfractie waarin ik jarenlang heb meegedraaid ter ondersteuning van de gemeenteraadsleden.’ De afdeling Utrecht staat binnen de PSP bekend als een radicale afdeling. Utrecht en Groningen zijn dan de twee bolwerken die strak vasthouden aan het gedachtegoed van de PSP en weinig samenwerken met de PPR en de CPN, die er ook in de gemeenteraad zitten.

“ Je komt er nieuw in en dan word je opgenomen in een soort kleine gemeenschap  ”
Joost Lagendijk

Lagendijk: ‘En dat heeft mij zeker dat eerste jaar ook wel gekleurd. Je komt er nieuw in en dan word je opgenomen in een soort kleine gemeenschap.’ Begin jaren tachtig ontstaat er een strategiediscussie binnen de PSP: hoe moet de partij verder? Vooral Amsterdam is dan sterk onder de invloed van mensen die graag willen dat de PSP samen gaat werken met andere linkse partijen, met name de PPR en de CPN. Misschien op termijn ook wel met de PvdA, maar die is dan een stuk groter. Utrecht en Groningen willen zelfstandig blijven en zich vooral richten op de sociale bewegingen, die in die tijd heel sterk zijn. ‘Antinucleair, anti-atoomoorlog, de grote mars met honderdduizenden mensen.’

Lagendijk gaat samen met vrienden naar de marsen. Ze overnachten in Den Haag. De angst dat er een kernoorlog uitbreekt is groot. ‘Die angst was echt heel hevig en werd breed gedeeld. Heel anders dan nu.’ De kerken zijn erg actief; het IKV (Interkerkelijk Vredesberaad) is daar dragend en leidend in. ‘En dat verenigde de linkse partijen en zelfs delen van het CDA.’

Daarnaast is de kraakbeweging heel sterk in die jaren. Lagendijk is op lokaal niveau zelf ook actief in de kraakbeweging. ‘Als er grote ontruimingen waren, dan gingen we daarnaartoe om die mensen te steunen tegen de ME.’ Zelf woont hij legaal op een etage in Zuilen, maar met een aantal activisten uit de wijk kraken ze voor mensen die geen woning hebben. ‘Dat deden we niet voor onszelf. En dat was grappig, want we waren allemaal intellectuelen die niet bedreven waren in het binnenkomen in een afgesloten huis.’ Lagendijk vertelt met enige zelfspot hoe ze hulp krijgen van iemand die ‘ik zal maar zeggen, weleens ingebroken had. Die deed dan voor ons de deur of een raam open. En dan schreven wij de verklaring voor de politie en voor de buurt.’

Tegendraads, creatief en avant-garde

De Kamerfractie van de PSP heeft eenzelfde strategie. De heersende gedachte hierbij is dat als je als kleine partij iets voor elkaar wilt krijgen je niet zozeer de samenwerking met andere kleine partijen in het parlement moet zoeken, maar met de sociale bewegingen. ‘Want alleen als die sterk zijn in de maatschappij, dan krijgen wij als kleine partij iets voor elkaar. Als er vanuit de maatschappij georganiseerde druk is. Wij zagen de PSP vooral als een verlengstuk van buitenparlementaire bewegingen en dat botste dus met mensen die vooral de nadruk legden op de PSP als een van de linkse partijen. En dat we daarom beter onze krachten konden bundelen. Nou, dat was een heel gevecht.’

Foto van Joost Lagendijk
Joost Lagendijk

Volgens Lagendijk is dat een rode draad die van de PSP naar GroenLinks loopt: druk van buiten het parlement verbinden met de politieke arena. De kracht en het succes van een kleine partij die een minderheidspositie inneemt zijn mede afhankelijk van de externe contacten en steun van bewegingen in de samenleving. 

Lagendijk herinnert zich nog de dogmatische wijze waarop de compromisloosheid vorm krijgt. De groep die voor samenwerking is met de andere kleine linkse partijen is in de ogen van sommigen helemaal fout. Op het congres van de PSP in 1983 krijgt de groep die aan de eigenheid hecht een meerderheid. ‘We wonnen met onze visie door hard oppositie te voeren tegen mensen die eigenlijk helemaal niet zo ver van ons afstonden.’ 

Het waren toen vooral jonge mensen. PSP’ers waren eigenwijze mensen, tegendraads, als iedereen A zei dan zeiden ze B. Maar ook creatief, een beetje avant-garde als het om culturele connecties ging. ‘Er waren opvallend veel artiesten, kunstenaars die PSP-sympathie hadden, dat is de positieve kant van het verhaal, maar daarmee ging ook een enorme compromisloosheid gepaard.’

Macht was volgens Lagendijk een vies woord en de PSP was een ‘antisysteem’-partij met anarchistische trekjes. ‘Dat activistische is ons verleden.’ Als vele jaren later Kamerlid Wijnand Duyvendak moet aftreden omdat hij in zijn activistische jaren heeft ingebroken, is Lagendijk het er niet mee eens: ‘Je kunt zeggen dat we het niet meer zijn, maar we zijn het wel geweest. En het hoort ook bij een partij met nauwe banden met sociale bewegingen.’ Hij haalt het voorbeeld van Joschka Fischer, voormalig vicekanselier voor Die Grünen, aan. ‘Ondanks de foto van hem waarop hij een steen naar de politie gooit, is hij toch minister geworden.’

Lagendijks achtergrond, het opgroeien als minderheid in een gematigd Nederlands-hervormd gezin in een overwegend katholiek Roosendaal, blijkt vruchtbare grond voor de eigenwijsheid van de PSP. Zijn vader brengt hem bij dat hij voor zijn mening moet opkomen. ‘Het idee dat je, al ben je een minderheid, het recht hebt om voor zaken op te komen en daaraan vast te houden, dat herken ik heel erg in de PSP. De moraliteit was toen belangrijker dan het resultaat.’

PSP-Kamerlid Fred van der Spek houdt in de eerste helft van de jaren tachtig prachtige verhalen over de gevaren van nucleaire energie, onversneden, zonder compromissen. ‘Ik vond dat toen, en velen met mij in de PSP, van zo’n groot belang dat we dachten dat we daarom op aarde waren. Niet om compromissen te sluiten met andere partijen, dat wordt dan weer waterig en niet duidelijk.’

Het verzet tegen samenwerking komt vooral van de PSP, terwijl de PPR in die jaren al meer gericht is op samenwerking. Dat geldt ook voor de CPN, uit armoede weliswaar, want die staat er zwak voor en heeft dus eigenlijk geen keus. Maar als de sociale bewegingen in de jaren daarna aan kracht verliezen zie je dat PSP, PPR en CPN inhoudelijk steeds dichter naar elkaar toe groeien. Waar de PSP’ers uit Groningen nog altijd geen centimeter van de koers van zelfstandigheid willen wijken, begint Lagendijk wel degelijk te twijfelen. Het begint hem op te vallen dat de partij erg sektarisch is en hij vraagt zich af waarom de PSP niet een beetje meer richting de andere partijen kan bewegen. ‘Wat er toen speelde is dat de drie partijen, gedwongen door een hoge kiesdrempel, al samen meededen aan de Europese verkiezingen.’

“ De ervaring op Europees niveau is het keerpunt ”

Een paar jaar later wordt hij buitenlandsecretaris van de PSP en constateert hij dat op Europees niveau de drie partijen het eigenlijk wel eens zijn. Dat zet hem aan het denken. Voor hem is dat het keerpunt, die ervaring op Europees niveau. Plus het besef dat onafhankelijk willen blijven in die tijd wel heel erg dogmatisch is. Op het congres van ’85 begint Lagendijk te schuiven, maar de groep die nog altijd alleen de verkiezingen in wil wint alsnog, met een marginale meerderheid.

De Helling

Rond dezelfde tijd krijgt Lagendijk zijn eerste baan, bij boekhandel Van Gennep in Amsterdam. Hij noemt de inmiddels overleden linkse boekhandelaar Rob van Gennep een grote inspiratiebron. ‘Ik mocht alles inkopen, mits ik de boeken ook kon verkopen. Dat is een belangrijke les geweest. Hetzelfde geldt ook voor politieke idealen. Als je ze niet kunt verkopen, heb je er weinig aan.’ Het is een les die hem in zijn politieke leven van pas zal komen.

In die tijd weigert hij ook militaire dienst en wordt hij uiteindelijk erkend als gewetensbezwaarde. Eerst studeert Lagendijk af en daarna vervult hij zijn vervangende dienstplicht bij de Tweede Kamerfractie van de PSP. ‘Ja, fantastisch, dat kon allemaal. Dus ben ik in september, vlak na mijn afstuderen, daar begonnen.’

Het waren ook de jaren van opkomend openlijk racisme. In 1982 wordt Hans Janmaat met zijn Centrumpartij (CP) in de Kamer gekozen en daarmee komt er ook racisme in het parlement. Lagendijk: ‘De behoefte om daar een tegengeluid aan te geven werd groter.’ Racistische incidenten nemen toe en veel klein-linksers zijn actief in antifascismecomités en hebben goede banden met organisaties van buitenlanders. Voorkomen dat extreemrechts verdeeldheid zou zaaien is dan al een belangrijk thema. Traditioneel zaten veel met name Turkse en Marokkaanse stemmers bij de PvdA. ‘Voor veel Turken gold dat die uit Turkije waren gevlucht omdat ze onderdrukt werden vanwege hun linkse ideeën. Logisch dat die hier links stemden.’

Het is een spannende tijd voor de fractie. De PSP heeft besloten zelfstandig deel te nemen aan de verkiezingen van 1986, maar wie gaat de lijst trekken? Alle drie de Kamerleden, Fred van der Spek, Andrée van Es en Wilbert Willems, ambiëren het lijsttrekkerschap. Lagendijk wordt medewerker van Van der Spek op het gebied van internationale politiek en defensie, maar inhoudelijk staat hij meer aan de kant van Van Es. Haar manier van fatsoenlijk politiek bedrijven, goed luisteren en altijd in dialoog blijven, vindt hij prettig. 

Tijdens het congres in het najaar van ’85 verliest Van der Spek de lijsttrekkersverkiezing van Van Es. De sterk ideologisch georiënteerde Van der Spek stapt uit onvrede met de koersverandering uit de partij, neemt zijn zetel mee en richt een eigen partij op. De fractie moet dan met twee Kamerleden door richting de verkiezingen. En dan komt wat Lagendijk een breukmoment noemt: de fractie leent Lagendijk uit aan het campagneteam dat de verkiezingen van ’86 voorbereidt. Hij moet vooral campagne voeren tegen de partijen die het dichtst bij de PSP staan. ‘En dat begon mij steeds meer tegen de borst te stuiten. Dat je dus niet tegen rechts campagne voert, maar tegen PPR, CPN en vooral de PvdA.’

“ Je was campagne aan het voeren tegen de partijen die het dichtst bij je stonden  ”
Joost Lagendijk

De onderwerpen waar Andrée van Es het meest mee heeft zijn de rechtsstaat, democratie en de multiculturele samenleving. ‘Die probeerden we te pluggen. Maar we zaten niet bij de grote debatten. En je merkte dus dat je campagne aan het voeren was tegen de partijen die het dichtst bij je stonden.’

De PSP houdt slechts één van de drie zetels over, de CPN verdwijnt helemaal uit de Kamer en de PPR behoudt haar twee zetels in het parlement. ‘Dat was wel een wake-up call. Voor veel mensen, ook voor mij. Vanaf dat moment zag je meerdere mensen in meerdere partijen denken van: die kleine verschillen, jongens, die rechtvaardigen niet langer dat er drie verschillende partijen zijn.’

Lagendijk zit op dat moment in het bestuur van het wetenschappelijk bureau van de PSP en legt na die voor links vreselijk slecht verlopen verkiezingen van 1986 contact met de wetenschappelijke bureaus van de PPR en de CPN. Alle drie hebben ze hun eigen tijdschriften en Lagendijk ziet kans om een gezamenlijk blad op te richten. In 1987 leidt dat tot De Helling. ‘Die tot mijn grote trots nog steeds bestaat.’

De eerste paar jaar is Lagendijk uitgever van De Helling en later treedt hij toe tot de redactie. De Helling is de eerste concrete doorbraak op landelijk niveau. Op lokaal niveau zijn er al geslaagde samenwerkingen en ook op Europees niveau werken PPR, PSP en CPN al samen. De geesten lijken nu rijp om ook op landelijk niveau door te pakken, het laatste niveau waar nog gescheiden opgetrokken wordt. Initiatief daartoe komt ook uit de hoek van de PPR.

Lara de Brito & Sara Madou, Een portret van GroenLinks. Persoonlijke verhalen uit de partij, Unieboek Het Spectrum, juni 2026