Groot is mijn verbazing dan ook dat er nauwelijks ophef is over de insectensterfte. Ik verdenk pesticiden ervan een belangrijke oorzaak te zijn. Tel daarbij op dat mijn vader de ziekte van Parkinson heeft – er zijn sterke aanwijzingen dat ook die mede veroorzaakt wordt door bestrijdingsmiddelen – en je snapt dat ik mijn vinger opstak om Het pesticidenparadijs van Dirk de Bekker te recenseren.

Cover boek Het pesticidenparadijs door Dirk de Bekker.

Eerst wat opmerkelijke feiten – voor mij althans – uit het boek. Hoe in de jaren 50 van alles en nog wat in DDT werd gedrenkt. Hele natuurgebieden, steden tot en met slaapkamers en kindermatrasjes aan toe. 

Mijn schoonvader kon zich inderdaad herinneren dat zijn vader wat DDT in de slaapkamer spoot, een uur voor hij en z’n broer gingen slapen. Mijn moeder bleek er kastjes mee schoon te maken. Je mond valt open bij de reclameaffiches in het boek.

Of wist je dat bijen verslaafd raken aan neonicotinoïden? De naam lijkt niet voor niks zo op het bekende stofje uit sigaretten. Als junkies vliegen ze hun ondergang tegemoet. 

Ook een eyeopener: stoffen die in de landbouw zijn verboden, of flink gereguleerd, mogen vrolijk op huisdieren worden toegepast. Die vervolgens knuffelen met je kinderen, op bed springen of in een vennetje in een kwetsbaar natuurgebied – waar hun haren in nestjes met blote kuikentjes terechtkomen. Kortom, wat mij betreft een onthullend boek.

Pesticiden bestrijden, zoals het woord al zegt, plagen. Van ongewenste planten, insecten en andere beestjes, of schimmels. Het probleem van pesticiden is dat ze kanker, neurologische ziekten of hormoonverstoring (kunnen) veroorzaken bij mensen. En dat stoffen zich verspreiden in natuur en milieu en op die manier in alle uithoeken van het ecosysteem belanden. In de bodem, in grond- en drinkwater, in regen, in organismen, met alle gevolgen van dien voor de levende natuur. Zeker nu ook PFAS zijn intrede heeft gedaan als bestrijdingsmiddel, een familie van stoffen die nauwelijks afbreken.

Ik schreef ‘(kunnen) veroorzaken’ en die twee haakjes zijn het hart van het probleem. Want ondanks dat het voorzorgsbeginsel onderdeel is van het EU-verdrag (kort gezegd: “bij twijfel niet oversteken”), is de bewijslast omgedraaid. Met bloed, zweet en tranen proberen wetenschappers, journalisten, milieuactivisten en bezorgde burgers schadelijke effecten van pesticiden aan te tonen. Maar de bewijslast voor individuele middelen hermetisch sluitend krijgen, is schier onmogelijk. Omdat er sprake is van een cocktail aan middelen. Omdat gevolgen zich pas op lange termijn openbaren – Parkinson pas na decennia. Omdat langdurige blootstelling aan lage doses moeilijk te testen is. Omdat er steeds weer nieuwe producten bij komen. En omdat er vaak mogelijke andere oorzaken zijn voor ecologische of gezondheidsschade. Bijvoorbeeld de varroamijt of klimaatverandering voor de achteruitgang van bijen. En dus blijven middelen toegelaten waarvoor het stoplicht al lang op oranje of rood staat.

Hoe is het zover gekomen? Als een ware Sherlock Holmes pelt Dirk de Bekker verschillende dossiers af. Wie deed wat wanneer, wat staat er in die duizenden pagina’s dossier en hoe lopen de hazen eigenlijk? Hij doet dat grondig en gewetensvol, op basis van veel speurwerk en interviews. Het boek is mede gefinancierd door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. En dat stempel mag het (lekker leesbare) boek met recht hebben, al helemaal in combinatie met de podcast-serie die De Bekker maakte, Red de lente, die het relaas nog verlevendigt.

“ Er is altijd wel een maas waar de industrie doorheen kan glippen ”

Het beeld dat oprijst kennen we uit andere sectoren, zoals de ‘twijfelbrigade’ van de fossiele en tabaksindustrie, het kafkaëske geluidmeetsysteem rond Schiphol of de sjoemelsoftware van Volkswagen. Het is een verhaal van een machtige industrie die EU-regels en -procedures zodanig weet te beïnvloeden dat er altijd wel een maas is waar ze met haar middelen doorheen kan glippen.

De industrie voedt het narratief (“Het kan niet anders, zonder chemie niet genoeg voedsel!”) en levert de onderzoeken en experts voor alle belangrijke besluiten, gesprekstafels, rekenmodellen, toelatingsprocedures en spuitadviezen aan agrariërs (“Wij van wc-eend adviseren…”). Niet alleen de toelatingsinstanties maar ook sommige wetenschappers laten zich door haar narratief en onderzoeken voor het karretje spannen. De industrie is een sparring partner geworden in plaats van een belanghebbende.

Ander voedselpatroon

Het boek is overtuigend. Hoe kan je op basis van deze informatie nog ontkennen dat toelatingsprocedures gebreken vertonen en allerlei meetresultaten op z’n minst verdacht zijn? Welnu, die consensus is er allerminst. Hoe kan dat? Waarom relativeren sommige wetenschappers de problematiek? Waarom slaan publieke functionarissen geen alarm? Dat houdt me bezig. Ondanks dat De Bekker zijn journalistieke werk goed doet en alle betrokkenen en visies aan het woord laat, vind ik daar geen antwoord op in zijn boek.

Ik vermoed dat dat komt omdat hij zo diep in zijn casuïstiek duikt – en dus in de huidige systematiek van toelatingsprocedures – dat hij nauwelijks toekomt aan uitzoomen. Als je het vergrootglas legt op de onvolkomenheden van de huidige praktijk, blijft de systematiek zelf buiten schot. Die is dan al vanzelfsprekend geworden. Inclusief het met voeten treden van het voorzorgsbeginsel. Mij bekruipt dat we een andere bril op moeten zetten om de kern te raken.

Bijvoorbeeld de bril van economische machtsverhoudingen. Verdient de wereld van bestrijdingsmiddelen niet een veel meer economisch getinte kritiek, ik zou haast zeggen op marxistische leest geschoeid? Zoals boer Dingeman Burgers het zegt: alleen de producenten en consumenten van goedkoop voedsel profiteren ervan. Aan een landbouwsysteem dat functioneert zonder chemie kunnen giganten als Bayer niks verdienen. De agro-industrie heeft het voedselproductiesysteem zo in haar greep (tot en met politieke partijen aan toe) dat elke oplossing zich opnieuw op haar speelveld bevindt. Ze zullen zich immers nooit de kaas van het brood laten eten. Follow the money!

Of de bril van de systeemalternatieven. Kunnen we ook (bijna) zonder bestrijdingsmiddelen? Niet een nieuw middel in een ander jasje met een betere toelatingsprocedure, maar een heel andere landbouw, met andere productiemethoden en een ander voedselpatroon? Dingeman zegt: pesticiden zijn mijn verzekeringspremie tegen misoogsten. De biologische boer zegt: meerdere teelten, dat is mijn verzekeringspremie. Minder monocultuur, meer diversiteit. Dat vereist wel een heel andere en meer ingewikkelde manier van boeren. En een meer plantaardig dieet.

“ Als we meer holistisch naar de natuur zouden kijken, dan zouden we haar (en dus onszelf) nooit vergiftigen ”

En de filosofische bril. Natuurlijk zijn bestrijdingsmiddelen schadelijk. Ze waren toch bedoeld om organismen te doden? Als we meer holistisch naar de natuur zouden kijken, en de mens en de landbouw daarvan niet afzonderen, dan zouden we haar (en dus onszelf) nooit vergiftigen. Er zou veel meer ophef zijn over sterfte van insecten.

Zo is de cirkel weer rond: misschien is het schandaal van Het pesticidenparadijs niet de rammelende regels en procedures, maar een gebrek aan verbondenheid met alles dat groeit en bloeit.