Omdat er sprake was van een ramp, gold vanuit het Rijk weliswaar de WTS – de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen, die de schade dekt waartegen mensen zich niet kunnen verzekeren. En het idee achter de WTS is goed – een instrument vanuit de overheid dat mensen perspectief biedt, waardoor ze hun leven weer kunnen opbouwen. Maar dan komt de uitvoering. Omdat de WTS lang niet gebruikt was, moest deze afgestoft worden en moesten criteria worden opgesteld op basis waarvan mensen in aanmerking kwamen voor schadeloosstelling.
En toen ontstond dezelfde dynamiek als bij het Toeslagenschandaal en de gaswinning in Groningen: wantrouwen tegen de burger. Er moest vooral worden voorkomen dat het Rijk te veel zou uitkeren en dat de burger zou frauderen. Mensen moesten zich steeds verantwoorden voor wat ze declareerden. Enkele uren na de overstromingen kreeg ik al een telefoontje: of ik kon aangeven hoe groot de schade was. Hoe groot de schade was?! Mijn gemeente lag in puin! Ik had geen idee! En geen vragen over hoe het met de mensen ging, nee, ‘hoe groot is de schade, burgemeester?’”
Wat kan een gemeente betekenen voor mensen tijdens en na een ramp?
“De gemeente kan letterlijk tussen de mensen gaan staan en knokken voor hun belangen, bij de verzekeraars en het Rijk. Gesprekken voeren met bestuurders die niet geïnteresseerd zijn in het verhaal. Het herstel voorfinancieren.
In de nafase van een ramp, zodra de hulpdiensten weg zijn, ben je als burger op jezelf aangewezen. Van crisismanagers wordt dan vaak verwacht dat ze de ‘zelfredzaamheid’ stimuleren. Wie die term bedacht heeft, verdient stokslagen. Want ik zag dat mensen apathisch waren, in shock. Je moet je voorstellen: door de huizen stroomde regenwater en rioolwater. In dat riool zit van alles: gewasbestrijdingsmiddelen, dode dieren, modder, olie, vet. Alles in huis is vies en krijg je niet meer schoon. De huisraad moet dus naar buiten en worden opgeslagen.
Ik heb het crisisteam opdracht gegeven om alle containers die er te krijgen waren naar Valkenburg te laten brengen zodat mensen dat niet zelf hoefden te regelen. Maar toen ik de kosten daarvoor wilde declareren bij het Rijk, dat toegezegd had om extra middelen beschikbaar te stellen, zeiden ze in eerste instantie: maar dat gaan we niet betalen. Die containers hadden de mensen zelf moeten regelen. Nou, toen heb ik me even moeten vasthouden. Dus je wordt getroffen door een klimaatramp, je huis is overstroomd, al je spullen zijn vies, er is geen stroom dus je kunt niet bellen, en het eerste dat je moet doen is zeggen: ‘schat, huur jij even een container?’ Ondenkbaar!