“Op straat in Zwolle zie je veel diversiteit, maar inclusie? Nee. Je ziet nog niet veel inclusie in allerlei organisaties, ook niet in de lokale politiek.”
Daarom is volgens Ntumba nog een wereld te winnen, in de raad, en ook binnen GroenLinks. Ze vergelijkt het met een feestje. “We organiseren activiteiten en er komen mensen van kleur, met een migratieachtergrond, mensen met een hoofddoek. Ze komen binnen, en er wordt tegen ze gezegd: ‘pak maar koffie of thee en een koekje.’”
“Maar dan blijven ze staan in de hoek. Niemand komt naar ze toe om te vragen: ‘hoe is het?’ Ga juist eens praten: wat heb je mooie kleding, ook al is het lelijke kleding, waar kom je vandaan, wat heb je gedaan in Congo? Ook al heb je geen interesse, tóón interesse. Dat motiveert mensen om mee te doen. Niet mensen met koffie of thee in de hoek laten staan. Dan komen ze de volgende keer niet meer.”
Ze erkent dat échte inclusie een lange adem vergt. “Ik ben de enige donkere vrouw in de raad. Dat laat zien dat in de lokale politiek diversiteit en inclusie nog niet zichtbaar zijn. Tot nu toe. Wat bedoel ik met zichtbaar? Ik wil niet hóren dat Zwolle een diverse en inclusieve stad is. Ik wil het zien en voelen. Dat is mijn strijd. Ik wil een rolmodel zijn voor mijn kinderen en voor andere mensen die zich niet thuis voelen in Zwolle. Zij zijn hier geboren. Ik wil niet dat ze het moeilijk hebben omdat ze een andere achtergrond hebben. Ik wil dat ze het makkelijk hebben. Ik wil dat ze voelen dat ze erbij horen. Ze doen mee. Ze tellen mee in Zwolle. Ik wil dat elk kind en elke inwoner van Zwolle voelt: deze stad is óók van mij. Daarom sta ik voor diversiteit. Ik moet de diversiteit zien en voelen hier in Zwolle."
“Op papier is het beleid van GroenLinks heel goed. Maar ik zeg altijd: ik wil geen beleidswoorden. Niet veel praten, doen. Geen mooie teksten. Door een mooie tekst ben ik bij GroenLinks gekomen. Het zijn heel mooie, menselijke teksten. Maar ik wil leven, doen, zien, ruiken, voelen, aanraken. GroenLinks is een menselijke partij. Dat betekent dat iedereen erbij hoort. Maar we zijn er lang nog niet.”
Vier minuten spreektijd voor twee miljoen mensen
In de Tilburgse bibliotheek De LocHal, een oude locomotiefhal die een aantal jaar geleden volledig gerenoveerd is, zit Max Gerets (27) aan een grote tafel. Het gebouw, met zijn gelijkvloerse entree, ruime liften en logische routes, is voor hem meer dan een prettige werkplek. “Je hoort vaak dat oude gebouwen nu eenmaal niet toegankelijk zijn”, zegt hij. “Maar dit laat zien dat het wél kan, als je het belangrijk genoeg vindt.”