Abundance is sinds kort het nieuwe toverwoord. Ezra Klein en Derek Thompson lanceerden het idee in hun gelijknamige boek afgelopen zomer en sindsdien zien we het overal terug: in de campagne van Rob Jetten, in het rapport van Peter Wennink over het toekomstig ‘verdienvermogen’ van Nederland en in de agenda van de Europese Commissie. Het idee is dat meer huizen, meer ov en meer duurzame energie allemaal mogelijk zijn – overvloed! – als we de barrières (lees: wetten en regels) maar weghalen. Voorstanders van dit idee kunnen hun hart ophalen aan de snoeiharde dereguleringsagenda die Europa momenteel doorvoert, of het nu gaat om de energietransitie, pesticidenbeperking of privacybescherming.
Kai Heron, Keir Milburn en Bertie Russell verzetten hiertegen in hun boek Radical Abundance. Het schrappen van regels lost weinig op, stellen zij, omdat het probleem niet de regeldruk is maar het kapitalisme. Zolang de productiemiddelen in private handen blijven, bepaalt de markt wat er gemaakt wordt – en de markt richt zich primair op wat winst oplevert, niet op wat mensen en planeet nodig hebben.
Om radicale overvloed te creëren, moeten we daarom een alternatief opbouwen voor het kapitalisme. In hun boek laten ze zien hoe je zo’n alternatief, met je poten in de modder, van de grond af aan en bij jou in de buurt kunt opbouwen.
Kunstmatige schaarste
Volgens de auteurs creëert ons huidige kapitalistische systeem te weinig van wat we nodig hebben en te veel van wat we niet nodig hebben. Heron, Milburn en Russell noemen dit artificial scarcity en bullshit abundance. Schaarste wordt kunstmatig in stand gehouden waar die niet hoeft te bestaan – peperdure medicijnen, onbetaalbare huizen – omdat schaarste winstgevend is: des te hoger de nood, des te hoger de prijs. En ook de overdaad aan overbodigheden – vijftig soorten yoghurt met extra proteïne, fast fashion die na tien keer dragen uit elkaar valt, verslavende algoritmes; maar ook de overvloed aan CO2, stikstof, microplastics en PFAS – is nodig om de winsten op peil te houden.
Het meest schrijnende voorbeeld van kunstmatige schaarste biedt de farmaceutische industrie. Medicijnen die voor een paar cent per dosis geproduceerd kunnen worden – denk aan insuline of het hepatitis-c-medicijn Sovaldi - blijven door octrooiregimes en monopolieposities buiten bereik van wie ze het meest nodig heeft. Hetzelfde mechanisme zien we in de woningmarkt, waar (onder andere) het prioriteren van de bouw voor het hoogste segment schaarste in stand houdt. We zien het in de voedselproductie, waar intellectueel eigendom op zaaigoed boeren afhankelijk maakt van een handvol multinationals die enorme winsten maken. En we zien het bij de energietransitie, waar investeringen in duurzame energie achterblijven omdat ze wel goedkoper maar niet winstgevender zijn dan fossiele alternatieven.
De gevolgen zijn tastbaar. De kosten van het leven stijgen sneller dan de lonen. Huurders betalen een steeds groter deel van hun inkomen aan verhuurders die verder niets produceren. En zelfs nu de koopkracht van consumenten in de knel komt en de klimaatontwrichting met steeds hogere maatschappelijke kosten gepaard gaat, dendert het kapitalisme onverminderd voort.
Maar Radical Abundance blijft niet hangen in deze probleemanalyse. Evenmin verliest het zich in naïeve dromen over het zomaar even omverwerpen van het kapitalistische systeem. Het doet in plaats daarvan een poging om het transitiepad naar een schone, eerlijke, gezonde en democratische samenleving volledig uit te tekenen.
Verandering van onderop
Het goede nieuws is: de alternatieven bestaan al. Overal ter wereld zijn gemeenschappen bezig met het bouwen aan economische structuren buiten de dominante marktlogica. Coöperatieve voedselketens, buurtenergiebedrijven en fabrieken die in handen zijn van de werkers. Initiatieven die genoeg creëren, zonder dat het te veel van ons, onze portemonnee en onze planeet vraagt. We kennen deze voorbeelden onder de verzamelterm commons. De vraag die Heron, Milburn en Russell beantwoorden is hoe je die geïsoleerde alternatieven uitbouwt tot uitdijende netwerken die duurzame macht vergaren.
Het sleutelinstrument voor de transitie is de Public-Common Partnership (PCP). Een PCP is een samenwerkingsvorm waarbij een gemeenschap (bewoners, gebruikers, werknemers) samen met een publiek lichaam (gemeente, woningcorporatie, overheidsinstelling) gezamenlijk eigendom en zeggenschap krijgt over productiemiddelen en diensten. Hiermee willen de auteurs een concreet alternatief bieden voor de publiek-private samenwerkingen die de afgelopen decennia steeds populairder zijn geworden.
Anders dan in een gewone coöperatie – waar winst en zeggenschap onder de werknemers verdeeld worden – en anders dan bij een publiek-private samenwerking – waar de overheid marktpartijen inhuurt om publieke taken uit te voeren – gaat het surplus in een PCP naar een apart democratisch orgaan dat beslist hoe het geherinvesteerd wordt. Niet in winst voor de aandeelhouders of jaarbonussen, maar in nieuwe commons: nieuwe werkplekken, nieuwe diensten, nieuwe instituties. Elke PCP zaait zo de volgende.
Dat is de transitielogica van het boek: niet wachten op een plotse (parlementaire) revolutie, maar nu beginnen met het afbreken van privaat eigendom en het opbouwen van sociaal eigendom. De laatste drie hoofdstukken zijn gewijd aan plekken waar recent al PCP’s zijn opgezet. Ze zijn actief op het gebied van stedelijke ontwikkeling, medicijnproductie en landbouw.
Lokaal wortel schieten
Voor lokale politici biedt het boek een reproduceerbare structuur om radicale overvloed dichterbij te brengen. Welke initiatieven in de gemeente kunnen we verankeren en opschalen? Welke publieke grond, welk leegstaand vastgoed, welke aanbestedingen lenen zich voor een PCP-constructie? Voor iedereen die werkt in de alternatieve economie biedt het boek iets anders: een kader om het eigen werk te begrijpen als onderdeel van een grotere strategische beweging, en een handboek om hun stukje alternatieve economie verder uit te bouwen en veerkrachtiger te maken.
Radicale overvloed betekent meer vrije tijd, meer betaalbare woningen, meer biodiversiteit, meer zeggenschap over je eigen leven en omgeving. Minder vervuiling, minder broeikasgassen, minder van wat niemand nodig heeft. Dat vereist minder markt en meer macht voor het gemeenschappelijke. Zo’n transitie gaat tijd kosten, dus laten we snel beginnen. Een mooie eerste stap werd recent al gezet in Amsterdam, waar raadsleden van acht partijen zich committeerden aan het ‘Amsterdams Coöperatief Verbond’ met het doel gemeenschapsinitiatieven toegang te geven ‘meerjarige, integrale financiering die democratisch is georganiseerd’. Wie zet de volgende stap?
Kai Heron, Keir Milburn & Bertie Russell, Radical Abundance. How to Win a Green Democratic Future, Pluto Press, 2025