Wetenschappelijk Bureau GroenLinks publiceerde recent (30-10-2020) het onderzoek ‘Migratie die werkt: naar een rechtvaardig en menswaardig arbeidsmigratiebeleid’. Het rapport bevat een gedegen analyse van misstanden in de omgang met arbeidsmigranten. Ik ben het van harte eens met de voorgestelde maatregelen om het lot van migranten te verbeteren. Maar ik heb problemen met de in het rapport voorgestelde “selectieve verruiming” van arbeidsimmigratie voor laag betaalde “derdelanders” (van buiten de EU). Daarmee geeft het rapport (onbedoeld) toe aan de lobby van werkgevers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze zombie-bedrijven moeten het hebben van uitbuiting via minimumlonen, gedwongen winkelnering (werkgevers als huisjesmelkers) of flexibele inhuur via malafide bureaus. Dit soort toestanden functioneert bij de gratie van een ruim aanbod aan werkwilligen.
Zes gemeenten in Nederland hebben toestemming van het Rijk gekregen om een meerjarig experiment te houden met een ‘alternatieve vorm van bijstand’, voor een beperkte groep deelnemers. In sommige gemeenten was de eerste insteek een lokaal basisinkomen. Inmiddels zijn de experimenten afgerond en de resultaten bekend. Kunnen we er iets van leren, en zo ja: wat dan?
Door het hoge aantal coronabesmettingen onder arbeidsmigranten staat arbeidsmigratie de afgelopen maanden volop in de belangstelling. Dit valt toe te juichen. De eerste aanbevelingen van het ‘Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten’ stemmen hoopvol. Zal er dan eindelijk iets worden gedaan om de kwetsbare positie van arbeidsmigranten te verbeteren?
Ook onze oosterburen worstelen met de gevolgen van een liberale prostitutiewet. Sekswerk zou een 'ganz normale Dienstleistung' worden. Maar vrouwen kopen en verkopen is niet normaal.