Kloven overbruggen is de belangrijkste opdracht

Fred Dekkers (71) is al decennialang bezig met auto’s weren uit de Utrechtse binnenstad. Op het Westplein in de wijk Lombok, waar hij zelf woont, actief was en nog steeds is, vertelt hij dat er na de oorlog alle ruimte moest worden gegeven aan de auto. Die moest náár de stad en dóór de stad, met alle verwoestende gevolgen van dien. Naast de welbekende (en inmiddels herstelde) Catharijnesingel werd ook het oostelijke deel van Lombok, dat doorliep tot aan het Smakkelaarsveld in het centrum, verbouwd tot de verkeersader die het nu nog steeds is. 

De herstelwerkzaamheden om het Westplein autoluw te maken zijn inmiddels gaande als onderdeel van het grote mobiliteitsplan voor de binnenstad van Utrecht. Daar wordt al sinds begin deze eeuw aan gewerkt, met onder meer de herinrichting van het hele stationsgebied.

Bij dat mobiliteitsbeleid zag en ziet Dekkers nog regelmatig de verschillen tussen GroenLinks en PvdA. Zoals bijvoorbeeld bij de huidige invoering van betaald parkeren in de hele stad. 

“Voor GroenLinks staan minder rijdende en stilstaande auto’s en meer ruimte voor groen en ontmoeting voorop. De PvdA zegt dan om het wat rustiger aan te doen, want we treffen er ook mensen mee met minder geld en mensen met een beperking. Dat zijn accentverschillen en die discussie voeren we regelmatig.” 

Fred Dekkers
Fred Dekkers. Foto door Harrie van Veen.

Uiteindelijk vonden de beide partijen elkaar in een ‘mobiliteitsbudget’. Daarmee kunnen Utrechters een parkeervergunning aanschaffen, maar bijvoorbeeld ook een fiets of een abonnement op het openbaar vervoer. Dekkers: “Je moet er wel voor zorgen dat iedereen de verandering kan meemaken.”

Verandering heeft Dekkers in zijn lange loopbaan in de politiek, als lid van het wijkplatform voor Lombok en tegenwoordig als gemeenteraadslid, ruimschoots meegemaakt. In 1975 werd hij lid van de CPN. In de jaren zeventig en tachtig werkten de communisten samen met andere partijen in de vakbonden, met de studenten en in de milieu-, vredes- en vrouwenbewegingen.

In 1990 ging de CPN samen met de PPR, PSP en EVP op in GroenLinks. “Dat was een vanzelfsprekend proces en dat had ermee te maken dat er al een basis voor samenwerking lag.” Maar in de daaropvolgende decennia zijn zowel GroenLinks als de PvdA aanhang kwijtgeraakt, deels door eigen toedoen. “GroenLinks had altijd iets gemeenschappelijks in zijn denken gehad. Maar met Femke (Halsema, red.) kwam het libertaire denken, vrijheid, blijheid, individualistisch. De PvdA is gewoon neoliberaal gaan denken, de derde weg. In die tijd zijn GroenLinks en PvdA de verbinding met de arbeiders kwijtgeraakt, maar ook met de regio’s.” 

De huidige fusie is heel anders dan die in 1990, zegt Dekkers. Veel meer georganiseerd vanuit Den Haag en minder vanuit ‘de beweging’. En de band met mensen die we op weg naar samenwerking zijn kwijtgeraakt, moet worden hersteld, vindt Dekkers. “Dat mensen teleurgesteld zijn, snap ik heel goed. De opdracht is om de kloven te herstellen. Het is niet goed dat GroenLinks-PvdA een partij is van Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. Wij moeten mensen die voor radicale structuurverandering zijn, laten zien dat er ook voor hen perspectief is in onze partij. Daarnaast moeten we een partij die ook in Friesland, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen wordt herkend. Kloven overbruggen is de belangrijkste opdracht.”

Ik wil inclusie niet lezen, maar voelen

In natuurgebied de Wijde Aa komt Miriam Ntumba tot rust. Ze wandelt en picknickt er graag met haar drie kinderen en vriendin. Het meertje met rietkragen bij Zwolle heeft een speciale betekenis voor haar leven bij GroenLinks.

In 2013 was de politicologe uit Congo voor de liefde naar Zwolle gekomen. Na jaren Nederlands leren was ze in 2018 zoekende bij welke ‘menselijke partij’ ze zich zou aansluiten. Tijdens een wandeling langs diezelfde Wijde Aa duwde een vriendin haar over de streep: “Ze zei: GroenLinks.” 

Ntumba was direct enthousiast, meldde zich aan en nam sindsdien deel aan bijna alle partijactiviteiten. Na de corona-periode stelde ze zich kandidaat voor de gemeenteraad. “Ik ben met voorkeurstemmen in de raad gekomen. Dat was een mooie dag in mijn leven. Ik was zo blij. Ik zei: dit is wat ik wil in Zwolle, diversiteit en inclusie.” 

Maar met die diversiteit en inclusie bleek het in de raad tegen te vallen. Die was hoofdzakelijk wit. 

Miriam Ntumba
Miriam Ntumba. Foto door Harrie van Veen.

“Op straat in Zwolle zie je veel diversiteit, maar inclusie? Nee. Je ziet nog niet veel inclusie in allerlei organisaties, ook niet in de lokale politiek.”

Daarom is volgens Ntumba nog een wereld te winnen, in de raad, en ook binnen GroenLinks. Ze vergelijkt het met een feestje. “We organiseren activiteiten en er komen mensen van kleur, met een migratieachtergrond, mensen met een hoofddoek. Ze komen binnen, en er wordt tegen ze gezegd: ‘pak maar koffie of thee en een koekje.’”

“Maar dan blijven ze staan in de hoek. Niemand komt naar ze toe om te vragen: ‘hoe is het?’ Ga juist eens praten: wat heb je mooie kleding, ook al is het lelijke kleding, waar kom je vandaan, wat heb je gedaan in Congo? Ook al heb je geen interesse, tóón interesse. Dat motiveert mensen om mee te doen. Niet mensen met koffie of thee in de hoek laten staan. Dan komen ze de volgende keer niet meer.”

Ze erkent dat échte inclusie een lange adem vergt. “Ik ben de enige donkere vrouw in de raad. Dat laat zien dat in de lokale politiek diversiteit en inclusie nog niet zichtbaar zijn. Tot nu toe. Wat bedoel ik met zichtbaar? Ik wil niet hóren dat Zwolle een diverse en inclusieve stad is. Ik wil het zien en voelen. Dat is mijn strijd. Ik wil een rolmodel zijn voor mijn kinderen en voor andere mensen die zich niet thuis voelen in Zwolle. Zij zijn hier geboren. Ik wil niet dat ze het moeilijk hebben omdat ze een andere achtergrond hebben. Ik wil dat ze het makkelijk hebben. Ik wil dat ze voelen dat ze erbij horen. Ze doen mee. Ze tellen mee in Zwolle. Ik wil dat elk kind en elke inwoner van Zwolle voelt: deze stad is óók van mij. Daarom sta ik voor diversiteit. Ik moet de diversiteit zien en voelen hier in Zwolle."

“Op papier is het beleid van GroenLinks heel goed. Maar ik zeg altijd: ik wil geen beleidswoorden. Niet veel praten, doen. Geen mooie teksten. Door een mooie tekst ben ik bij GroenLinks gekomen. Het zijn heel mooie, menselijke teksten. Maar ik wil leven, doen, zien, ruiken, voelen, aanraken. GroenLinks is een menselijke partij. Dat betekent dat iedereen erbij hoort. Maar we zijn er lang nog niet.”

Vier minuten spreektijd voor twee miljoen mensen

In de Tilburgse bibliotheek De LocHal, een oude locomotiefhal die een aantal jaar geleden volledig gerenoveerd is, zit Max Gerets (27) aan een grote tafel. Het gebouw, met zijn gelijkvloerse entree, ruime liften en logische routes, is voor hem meer dan een prettige werkplek. “Je hoort vaak dat oude gebouwen nu eenmaal niet toegankelijk zijn”, zegt hij. “Maar dit laat zien dat het wél kan, als je het belangrijk genoeg vindt.”

Gerets staat op plek 17 op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Tilburg voor GroenLinks-PvdA. Hij studeert communicatie en liep eerder stage bij de fractie in de Tweede Kamer. Daar werd bevestigd wat hij eigenlijk al wist en wat hem sindsdien niet meer loslaat: hoe groot de groep mensen met een beperking is, en hoe klein de politieke aandacht ervoor.

“Er zijn in de Tweede Kamer ongeveer één of twee debatten per jaar over mensen met een beperking”, zegt hij. “Dan krijg je vier minuten spreektijd voor een groep die één op de acht Nederlanders omvat. Dat zijn zo’n twee miljoen mensen. Dat voelt niet als serieus beleid, maar als iets dat er een beetje bij hangt.” 

Wat hem daarbij vooral stoort, is de manier waarop het onderwerp wordt benaderd. 

Max Gerets
Max Gerets. Foto door Harrie van Veen.

“Het debat wordt standaard gevoerd met de minister van Volksgezondheid. Daarmee wordt eigenlijk gezegd: dit is een zorgvraag. Terwijl het gaat over wonen, werken, vervoer, onderwijs en de openbare ruimte. Het gaat over hoe onze samenleving is ingericht.”

Die manier van denken staat volgens hem haaks op het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap, dat Nederland in 2016 ratificeerde. Dat verdrag verplicht overheden om voor mensen met een beperking barrières weg te nemen en volwaardige deelname mogelijk te maken. Toch ligt volledige uitvoering pas rond 2040 in het verschiet. “Dat betekent dat een hele generatie moet leven in een samenleving die zelf erkent dat zij niet gelijkwaardig is”, zegt hij. “Dat is geen technisch probleem. Dat is een politieke keuze.”

Juist daarom wil Gerets de politiek in. Niet om uitzonderingen af te dwingen, maar om te veranderen wat als normaal geldt. “Het probleem is niet dat sommige mensen ondersteuning nodig hebben”, zegt hij. “Het probleem is dat de maatschappij zo is ingericht dat die ondersteuning structureel nodig blijft.”

Bij GroenLinks-PvdA voelt hij zich het meest op zijn plek van alle politieke partijen. “Elke partij heeft een bepaald mensbeeld. Hier is in elk geval de bereidheid om te erkennen dat gelijkwaardigheid niet vanzelf ontstaat, maar georganiseerd moet worden.”

Waar het volgens hem uiteindelijk om gaat, reikt verder dan zijn eigen leven. “Dit gaat niet over mij”, besluit Gerets. “Het gaat over de vraag of we accepteren dat miljoenen mensen worden uitgesloten, of dat we besluiten dat een samenleving voor iedereen moet werken.”

Ecosocialisme tegen de klimaatcrisis

In het Nijmeegse alternatieve café De Grote Broek zegt Lara Verdam (20) nog net niet dat vroeger alles beter was. Maar veel scheelt het niet.

Ben je optimistisch?

“Nee, eigenlijk niet. Ik vind het best wel moeilijk om optimistisch te zijn. Weet je nog, Greta Thunberg? Op een gegeven moment was er een soort momentum. Alle scholieren gingen niet naar school en protesteerden. We hadden een klimaatwet aangenomen, een klimaatakkoord gesloten. We hadden al die dingen gedaan, en nu opeens wordt dat allemaal teruggedraaid. Ik had het gevoel alsof er dingen vooruit leken te gaan en alsof dat nu opeens gestopt is. Ik verlang er naar terug dat dingen wel de goede kant op leken te gaan.”

Van huis uit kreeg Verdam niet per se veel politiek mee, wel burgerschap: iedereen hoort erbij. De praktijk bleek weerbarstiger dan de theorie. 

“Ik zat bijvoorbeeld op een hele witte basisschool in De Bilt. Een meisje had een iets donkerdere huidskleur. Haar ouders kwamen uit Algerije. In groep 8 vertelde zij dat zij zich al sinds groep 3 anders had gevoeld, omdat zij Amira heette en niet Loes.”

Verdam was in Utrecht een jaar bestuurslid bij Dwars, de jongerentak van GroenLinks. Vanuit die rol leerde ze het plezier van politiek. 

“Ik ken door GroenLinks heel veel mensen door het hele land en kom op plekken waar ik waarschijnlijk anders nooit kom. Je leert van elkaar, je doet het samen.”

Lara Verdam
Lara Verdam. Foto door Harrie van Veen.

In Nijmegen vervult Verdam even geen actieve functie bij GroenLinks. Ze wil zich richten op haar studie samenleving, cultuur en taal. Af en toe bezoekt ze wel bijeenkomsten van LinksBoven, de groep binnen GroenLinks die wil dat de partij een meer ideologische koers gaat varen.

“De ideologie van LinksBoven is ecosocialisme. Dat betekent voor mij dat de klimaatcrisis het allerbelangrijkste is. We kunnen niet een oplossing vinden die niet ook rechtvaardig is. We kunnen niet de mensen die de dupe zijn, die de klimaatcrisis niet hebben veroorzaakt, de rekening laten betalen. Je wilt dat veroorzakers, de grote bedrijven, de oplossing leveren. Als het huis van een rijke overstroomt, kan die nog verhuizen of een nieuw huis kopen. Als het iemand in armoede overkomt…”

“In Enschede zag je dat. Bij die overstroming (in 2024, red.) in een normale buurt hebben die mensen een hele harde klap gekregen. Daar gaat ecosocialisme eigenlijk over.”

Maar zoals gezegd vooralsnog geen grote rol voor Verdam bij GroenLinks of LinksBoven. “Ik wilde vroeger een inspirerende persoon zijn. Ik vind het nu ook goed om mijn kleine ding te doen en verder op de achtergrond te blijven. Vroeger vond ik Sigrid Kaag een inspirerende persoon. Als ik nu nadenk over wie mij inspireert dan zijn het mensen als Ingeborg, Mahaar en Maartje (respectievelijk Hornsveld, Fattal, Vermeulen, raadsleden in Utrecht, red.). Ik kijk echt op naar Mahaar. Ze is niet wereldberoemd. Ik zie hoe kundig zij is. Hoe competent, hoe hard ze daar staat. Hoe ze haar mening verwoordt. Bij haar voel ik het optimisme.”