De documentaire I am not your negro, gemaakt door Raoul Peck op basis van manuscripten, teksten en publieke optredens van de Amerikaanse schrijver James Baldwin (Harlem New York 1924 – Frankrijk 1987) krijgt alom lof: het commentaar van James Baldwin op het gesegregeerde Amerika van de jaren vijftig en zestig is een adequate, zij het confronterende toevoeging aan het huidige debat over racisme.

Cruciaal in de film is dit citaat van Baldwin: De vraag die de witte bevolking van dit land zichzelf moet stellen, is: waarom hebben we eigenlijk een ‘neger’ nodig? Ik ben geen neger, ik ben een mens. Maar als je denkt dat ik een neger ben, dan betekent dat dat je een neger nodig hebt. Je moet uitvinden waarom dat zo is. Daarvan hangt de toekomst van dit land af. 

Peck mengt archiefbeelden uit de hete zomers van de jaren zestig met beelden van demonstraties van de hedendaagse beweging Black Lives Matter en van recent politiegeweld tegen Afro-Amerikanen. Daarmee laat hij geen misverstand bestaan over zijn boodschap: op de prangende vraag van James Baldwin is van witte zijde nooit een bevredigend antwoord gekomen. Daarom duurt het onrecht tegen zwarten overal in de westerse samenlevingen voort. 

Staalkaart

Felix de Rooy (1952), beeldend kunstenaar en theatermaker, deelt de positieve waardering van de film, maar vindt dat die erg de nadruk legt op de bitterheid en woede van James Baldwin, zoals die tot uiting komt in essaybundels als The Fire Next Time en in zijn veelvuldige bijdragen aan het publieke debat. Felix de Rooy leest liever Baldwins romans, omdat hij daar een subtielere en meer humanistische Baldwin tegenkomt. Zijn verhalen getuigen van een diep inzicht in de relatie tussen persoonlijke psychologie en maatschappelijke realiteit. Baldwin is als schrijver vaak in een getto geplaatst, zowel in dat van de zwarte als van de homoseksuele schrijvers, terwijl hij in zijn romans dergelijke stereotypes juist overstijgt, zonder hun soms verwoestende realiteit te ontkennen.

De Rooy ontdekte James Baldwin aan het begin van zijn puberteit, toen hij met zijn ouders een oud landhuis op Curaçao bewoonde, dat ooit aan een slavenhouder had toebehoord. “Baldwin werd mijn spirituele gids naar de wereld van de volwassenen, zowel op het gebied van racialiteit als seksualiteit.

Another Country is nog steeds mijn lievelingsboek. In die roman overschrijdt Baldwin voortdurend scheidslijnen tussen wit en zwart, homo en hetero, man en vrouw. Hij weet elk personage een ziel te geven, zonder ze te stigmatiseren door wat hij in politieke zin van witte of zwarte mensen vindt. Zo wordt bijvoorbeeld Leona, een witte vrouw uit het diepe Zuiden, de martelares van haar liefde voor de zwarte Rufus, die haar mishandelt, omdat hij zijn eigen trauma’s met racisme niet weet te overwinnen. Hij springt uiteindelijk van de Brooklyn Bridge.

“ 

Toen ik Baldwin las als twaalfjarige, dacht ik: wow wow wow! Hij laat echt een staalkaart zien van alle mogelijke menselijke relaties

 ”

Maar de zus van Rufus, Ida, komt tenslotte wel over de kleurbarrière in haar relatie met de Italiaanse Vivaldo. Dan heb je nog Eric, het homoseksuele personage in de roman, die zowel heeft gevreeën met Vivaldo als ook met Rufus en die met een witte vrouw een relatie heeft. Toen ik dat allemaal las als twaalfjarige, dacht ik: wow wow wow! Baldwin laat echt een staalkaart zien van alle mogelijke menselijke relaties. Tot dat moment was ik me van al die mogelijkheden niet erg bewust geweest.”

De Rooy voelt zich vooral aangesproken door Baldwins genuanceerde visie op de complexiteit van menselijke relaties, al beseft hij dat de zwart-wit problematiek er het fundament van vormt. “Ik geloof ook dat dit harde fundament eerder zal worden beïnvloed via de subtiliteit van de intermenselijke relaties tussen de verschillende etniciteiten, seksualiteiten en genders die Baldwin in zijn boeken beschrijft.”

Koloniaal orgasme

In de film van Peck vertelt Baldwin over de schok die hij als kind onderging: hij keek films en identificeerde zich met witte helden als Gary Cooper, die in wildwestfilms Indianen afschoot. Totdat hij zich realiseerde dat hijzelf die Indiaan was. Baldwin noemt dit de ontdekking van zijn zwart-zijn; hij werd getroffen door het besef dat er voor hem geen plaats was in het land waarin hij was geboren. Felix de Rooy herkent deze ervaring maar gedeeltelijk.

“Toen ik in 1962 voor het eerst naar Nederland ging met mijn ouders, maakten wij een tussenstop in New York om enkele weken bij verre familie van mijn moeder te logeren. Ik was overweldigd door de enorme dimensies van het grauwe beton in de vuile stalen jungle, die lichtjaren verwijderd leek van de pastelkleuren van Willemstad en de witgeschilderde houten koloniale architectuur van Paramaribo. Ik voelde hoe de raciale spanning zich als een cocon om ons sloot. Onze mulattenfamilie balanceerde als koorddansers boven de gesegregeerde maatschappij. Ik heb mij nooit alleen maar met zwarten geïdentificeerd: mijn ouders kwamen uit gemengde relaties, dus voor hen was die grote oorlog tussen wit en zwart een diepe pijn.” 

De Rooy heeft zichzelf wel de ‘erfgenaam van een koloniaal orgasme’ genoemd. Inderdaad kun je bij zijn voorouders zowel slavenhouders als slaven aantreffen, en mensen uit vele windstreken: zijn grootvader was een Nederlandse telegrafist op Haïti die trouwde met de dochter van een Franse zakenman en een Haïtiaanse mulattin. Hij had een Surinaamse oma, die was geboren uit een revolutionaire liefdesgeschiedenis tussen de zoon van een Joods-Portugese plantage-eigenaar en de dochter van de Afrikaanse keukenslavin. De man van deze oma kwam weer voort uit het huwelijk van een Duitse domineeszoon met een Indiaanse vrouw.

De jonge Felix groeide op bij kunstzinnige ouders met een avonturiersgeest, in zowel Suriname, op Curaçao als in Nederland. “Als kind van zulke ouders heeft Baldwin me laten zien hoe diep het zwart-wit conflict ingrijpt in de relaties tussen mensen. Toch vind ik het jammer dat Baldwin wel heeft geschreven over liefdesrelaties tussen wit en zwart, maar nooit over de kinderen die uit die relaties voortkwamen. Want juist hun positie interesseert mij.”

Vreemde smetten

Anders dan de Rooy is Baldwin opgegroeid in een wereld waarin zwart en wit mijlenver uit elkaar leefden, maar hij zag de wederzijdse afhankelijkheid voor het smeden van de volgens hem zo noodzakelijke nieuwe Amerikaanse identiteit. Hij wees er op dat de voorouders van zowel wit als zwart zowel zwart als wit waren. Nog altijd is dit inzicht van Baldwin niet echt doorgedrongen, vindt Felix de Rooy. “Kijk maar naar het feit dat Obama wordt gezien als een zwarte president, terwijl hij een witte moeder heeft.

Het racisme in de Verenigde Staten en in de hele wereld is zo diep geworteld dat de nakomelingen van witte en zwarte mensen altijd als zwart gezien worden. Het is gruwelijk dat ik tegen een witte man en/of vrouw kan zeggen: je bent mijn familie, en dat die mensen dan zeggen: hoezo, zo’n bruine man, je bent helemaal geen familie. We blijven denken in die dichotomie van zwart en wit, die door de witte mensen is geïnstitutionaliseerd: als je een achtste zwart bloed had, was je nog steeds een slaaf en kon je verkocht worden. Deze identiteit is ook door de zwarte en gemengde mensen omarmd, waarmee ze het racisme eigenlijk ondersteunen. Ik vind dat heel pijnlijk.” 

De kern is wat betreft de Rooy, en op dat punt is Baldwin nog altijd even actueel, dat witte mensen wereldwijd zwarte mensen nog steeds niet als deel van hun geschiedenis accepteren. Hij verwijst naar een regel uit het negentiende-eeuwse Nederlandse volkslied ‘wien Neerlands bloed door d’aadren stroomt, van vreemde smetten vrij’. “Ik ken heel veel witte vrouwen die met Surinaamse of Antilliaanse mannen kinderen hebben gehad. Die kinderen worden meteen als zwart gekwalificeerd, en dat betekent in feite dat ze niet worden geaccepteerd als deel van de witte maatschappij, terwijl ze dat deels wel zijn. Waarom is dat in hemelsnaam zo en waarom accepteren gemengde mensen dat?

Mijn hele carrière als theatermaker, filmmaker, beeldend kunstenaar en samensteller van tentoonstellingen heeft steeds gedraaid om het multiculturalisme. Toen ik de tentoonstelling ‘wit over zwart’ in het Tropenmuseum samenstelde (1989-1990), liet ik al zien dat zwarte Piet deel uitmaakt van een racistische beeldvorming. Dat begint nu eindelijk door te sijpelen in het bewustzijn van de witte Nederlander. Maar er is altijd een enorme tegenenergie. Dat zie je aan de beweging van rechts populisme in Europa en aan de steun voor Trump in Amerika. Wat mij betreft is dat een terugval in de verslaving aan racisme.”

Vermeende onschuld

Weinig mensen beschouwen zichzelf als een racist. In het volgende citaat stelt James Baldwin, dat het uiteindelijk niet om overtuigingen gaat, maar om ervaringen: De meeste mensen die ik ken hebben niets tegen zwarten. Dat is het punt niet. Het probleem is apathie en onwetendheid. Dat is de prijs van segregatie, dat ís segregatie: dat de witte niet weet hoe de zwarte leeft, terwijl de zwarte wel weet hoe de witte leeft. Je kunt wel zwarte collega’s en schoolkameraden hebben, maar als je niet bij hen thuis komt, leef je in een andere werkelijkheid. Witte mensen ontkennen het bestaan van die werkelijkheid. (Florida Forum 1963)

De ontkenning van de ervaringen van zwarte Nederlanders speelt een grote rol in de discussie over zwarte Piet. En juist daarom is deze discussie volgens de Rooy een lakmoesproef voor de Nederlandse samenleving. “Hoe komt het, dat wanneer we geconfronteerd worden met verzet tegen traditionele racistische interpretaties zoals zwarte Piet, we woedend worden en dat zien als een aanval op onze vermeende onschuld? Omdat we liever niet onder ogen zien dat ook de Nederlandse geschiedenis veel zwarte bladzijdes heeft wat betreft kolonialisme en slavernij.

Maar ja, de rassenrellen vonden (en vinden) aan de andere kant van de oceaan plaats, dus het gaat niet over ons. Om als natie in te zien dat je jarenlang vanuit een totaal verkeerd perspectief naar de wereld hebt gekeken, om dat aan jezelf toe te geven, nou, daar verdienen psychiaters goud geld aan…”

In het feit dat deze discussie nu wel wordt gevoerd, ziet de Rooy een teken van vooruitgang. En die constateert hij ook op andere terreinen: “Er zijn steeds meer gezichten met kleur in het openbare leven en op de televisie. Baldwin zag als kind alleen maar witte filmsterren, nu zijn er zwarte presentatoren van talkshows en zwarte acteurs en filmmakers. Wat dat betreft is de tijd nu rijp voor de verfilming van Baldwins romans! Door de verplichting om multicultureel te casten is er bovendien geen enkele Amerikaanse serie meer puur monocultureel.

Daar zou Nederland nog wat van kunnen leren. Hier zeggen we: we zijn niet racistisch, we hebben daar geen wet voor nodig. Maar het gebeurt toch wel heel erg weinig. Baldwin heeft die hele transformatie in Amerika niet meegemaakt.” 

Dubbelbloed

Anders dan Raoul Peck, de regisseur van I Am Not Your Negro, denkt de Rooy dat de acht jaar van Obama wel indruk zouden hebben gemaakt op James Baldwin. Peck ziet de periode Obama als een uitzonderingstijd, terwijl de Rooy de regering Trump als een terugval beschouwt. Peck citeert Baldwin, die zei: “de vraag is niet wanneer een zwarte president kan zijn, maar in welke staat zich het land bevindt waarvan hij president wordt.” De parallelle werelden, waarin zwart wit wel ziet, maar wit zwart niet, staan volgens Peck nog recht overeind. (Interview met Raoul Peck bij Arte, 24.4.2017)

De Rooy denkt dat het wel degelijk belangrijk voor Baldwin zou zijn geweest dat Obama het kind van een witte vrouw en een zwarte man was. En hoewel ook de Rooy stelt dat de beweging van Black Lives Matter naar een realiteit verwijst die alleen maar tot een grote explosie kan leiden, is strijd wat hem betreft niet het enige aspect van relaties tussen wit en zwart.

“ 

Alle halfbloedjes, zoals ze vroeger zeiden – maar je kunt beter zeggen: dubbelbloed, want ze zijn niet half – dringen steeds dieper door in de maatschappij

 ”

Juist omdat hij de scherpe scheiding tussen wit en zwart irreëel vindt, legt Felix de Rooy graag de nadruk op de andere aspecten van relaties tussen zwart en wit. Tenslotte is hij zelf voortgekomen uit liefde tussen zwart en wit: “Alle halfbloedjes, zoals ze dat vroeger noemden, maar je kunt beter zeggen: dubbelbloed, want ze zijn niet half, – dringen steeds dieper door in de maatschappij. Daar kun je niet meer omheen. We moeten ons niet alleen concentreren op de woede, maar vooral op hoopvolle verhalen, zoals we die kunnen vinden in de romans van James Baldwin. Wat ik zo mooi in hem vindt is dat hij vanuit een humanistische visie toch een hoopvolle toekomst schetst, waarin het mogelijk is liefdevol met elkaar om te gaan. Hij stelt de intermenselijkheid centraal. Ieder van ons zoekt uiteindelijk naar liefde en begrip voor zijn kwetsbare geschiedenis. Via die weg komen we uit de gevangenis van racisme.” 

Tenzij anders aangegeven, stammen de citaten van Baldwin uit de documentaire van Raoul Peck, I am not your Negro, 2016.

Meer over en van Felix de Rooy in: Barbara Martijn en Felix De Rooy, Ego documenta. The Testament of My Ego in the Museum of My Mind, Lm Publishers, Volendam 2012

"Wat is er gaande in dit land: een broer heeft zijn broer gedood, wetend dat het zijn broer is; witte mannen hebben negers gelyncht, wetend dat zij hun zonen waren. Witte vrouwen hebben negers verbrand, wetend dat zij hun minnaars waren. Het is geen probleem van ras. Het probleem is de vraag of je wel of niet bereid bent om naar je eigen leven te kijken en er verantwoordelijkheid voor te dragen en het dan beginnen te veranderen. Ons grote westerse huis is één huis en ik ben een van de kinderen van dat huis, alleen ben ik het meest verachte kind van het huis. Amerikanen zijn niet in staat om mij te herkennen als vlees van hun vlees en bloed van hun bloed, door hen geschapen. Mijn bloed, mijn vaders bloed, is in deze grond."

Citaat uit 1969, onderdeel van de documentaire I am not Your Negro