Goedkoop Russisch gas dat ons warm houdt totdat warmtepompen het stokje overnemen: de oorlog in Oekraïne maakt alles anders. Ook de ideeën binnen GroenLinks over defensie komen in een nieuw daglicht te staan. Jesse Klaver bestempelde eerdere oproepen tot bezuinigingen op defensie als verkeerd en Europarlementariër Bas Eickhout zei op NPO1 dat hij naïef is geweest. Eickhout riep op tot een discussie binnen GroenLinks. Hoe zou zo’n discussie eruit moeten zien? Wat zijn de diverse geluiden binnen de partij? En leidt de Russische invasie echt tot een ommezwaai in het GroenLinks denken over vrede en veiligheid?  

Duitse Groenen 

Mogelijk biedt een blik over de grens aanknopingspunten. Net zoals GroenLinks kennen de Duitse Groenen een pacifistische traditie. Toch zijn ze meer dan coalitiepartner SDP van bondskanselier Olaf Scholz een vocaal voorstander van het historische besluit om de Duitse krijgsmacht op te bouwen, mede door een fonds van 100 miljard euro. Een grote stap voor een partij die vorig jaar in zijn verkiezingsprogramma schreef wereldwijde ontwapening nieuw leven in te willen blazen.
           
Sara Nanni, Bundestagslid en woordvoerder van de Groenen op defensie, weerspreekt de suggestie dat haar partij inconsequent zou zijn: “Het is een mythe dat we als Groenen in 2021 pacifisten waren en nu oorlogsfanaten, beide veronderstellingen kloppen niet. Het was een Groene minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, die in 1999 mede besloot tot het meedoen aan de NAVO-bombardementen op Joegoslavië. In reactie daarop verliet een derde van de leden toentertijd de partij, maar tegelijkertijd werden die lege plekken opgevuld door mensen die de partij juist binnenstroomden omdat ze geloofden dat de juiste beslissing was genomen.”

De toenmalige tweespalt heeft er volgens Nanni toe geleid dat er sindsdien onder de Groenen doorlopend discussie is geweest over het legitieme gebruik van militaire macht. “Om die reden waren wij van alle Duitse partijen bij uitstek voorbereid om te reageren op de invasie van een buurland door een nucleaire macht.” Vragen over defensie en veiligheid behoren volgens Nanni tot het hart van de internationale groene ideologie: “Als Groene partijen willen we de planeet en diens mensen redden, ook voor toekomstige generaties. Leven en overleven, oorlog en vrede, dit zijn kwesties die met elkaar zijn verbonden. Oorlog is ook existentieel.”

Vals dilemma 

Is de koers van de Duitsers ons voorland? Niet als het aan GroenLinks-Eerste Kamerlid en oud-directeur van Oxfam Novib Farah Karimi ligt. Ze geeft aan niet principieel tegen het verhogen van het defensiebudget te zijn, en vreest tegelijk dat het huidige westerse denken zal leiden tot meer escalatie.

“Het belangrijkste doel nu is het stoppen van de Russische agressie, maar het gevaar is dat we in een situatie belanden waarin we aannemen dat er maar twee keuzes zijn: ofwel toegeven aan Poetin of alleen maar wapens leveren en de oorlog escaleren.” Volgens Karimi is dit een vals dilemma en horen we veiligheid “in brede zin te definiëren”.

“We moeten kijken hoe we conflict kunnen verminderen, en niet afbreken wat we in het verleden hebben opgebouwd met allerlei veiligheidsorganisaties. De laatste jaren was de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) op sterven na dood en hebben we de VN verwaarloosd. Daarmee verdween het doel om een grote oorlog te voorkomen. In de Koude Oorlog zijn deze organisaties namelijk juist opgericht om conflicten te kunnen oplossen met andere middelen dan met gewapend geweld en verschillende afspraken over wapenbeheersing zijn er het product van. De laatste jaren werd er geen gebruik gemaakt van bestaande instrumenten, laat staan dat ze werden uitgebreid.”

Illustratie van persoon met rechterhand een wapen en in de linkerhand een bom. In de open mond staat de tekst geld hier. Onderaan op een banner staat de tekst wapenindustrie.
Illustratie: Farhad Foroutanian

Het opbouwen van onze krijgsmacht is volgens Karimi dus niet per se de manier om Europese veiligheid te waarborgen. “Als afschrikking je veiligheidsconcept wordt – met het idee dat we ons zodanig moeten bewapenen zodat dat ander ons niet aanvalt – dan is het onvermijdelijk dat we in een wapenwedloop terecht komen.” 

Aan de andere zijde van de grens is Sara Nanni sceptisch over het vinden van een diplomatieke uitweg. “Wapenbeheersing kan een wapenwedloop voorkomen, maar daar hebben we wel een Russische staat voor nodig die dat ook wil. Het probleem is: dat willen ze niet. Ik geloof ook niet in afschrikking maar met deze buur is het blijkbaar belangrijk om voorbereid te zijn op de mogelijkheid dat we onszelf moeten verdedigen.”

Nanni beaamt dat dit mogelijk kan leiden tot een wapenwedloop, maar stelt dat het huidige gevaar zwaarder weegt: “In ieder geval zolang Rusland wordt geleid door een imperialistische pan-Russische ideoloog. De Baltische staten kunnen het volgende slachtoffer zijn.”  

Economie en buitenlandbeleid 

Maar wat is GroenLinks zonder systeemdenken? Daarvoor kan de partij ook buiten de eigen gelederen zijn licht opsteken, bijvoorbeeld bij Anna Timmerman, directeur van vredesorganisatie PAX. Timmerman mist in Nederland de kritische blik op het eigen economische beleid in relatie tot buitenlandpolitiek.

“Wat je wilt is een visie vanuit Europa over hoe je democratie, vrede en veiligheid over de wereld verder kan verspreiden. Veel autocraten zijn ook kleptocraten, ze hebben financieel belang bij de onderdrukking van anderen. Alle spullen die geproduceerd zijn door mensen die vrij zijn, zijn duurder dan de spullen die we nu willen kopen. Je moet kritisch kijken naar de wijze waarop we onze manier van leven en economie nu hebben georganiseerd.”

Volgens Timmerman moeten we ons afvragen wat wij over hebben voor vrede en veiligheid in de wereld: “Onze rijkdom en manier van leven gaat nu ten koste van de Oeigoeren, de activisten in Rusland en de vluchtelingen op Lesbos. We wisten al veel langer waar Poetin toe in staat was. Kijk naar wat hij in Syrië heeft gedaan. Toch zitten we nog steeds aan het Russisch gas.” Het is aan de politiek om op dit vlak ideologisch leiderschap te tonen, aldus Timmerman. 

Europa 

Discussies over veiligheids- en defensiebeleid gaan al snel over de hoogte van budgetten. De uitgaven moeten al dan niet omhoog. Maar als percentages en bedragen het uitgangspunt zijn, ga je belangrijke morele beslissingen over oorlog, vrede en het gebruik van geweld uit de weg, welke accenten je ook legt.
 
Mark Brakel, oud-diplomaat en voorzitter van de GroenLinks werkgroep Europa, hoopt dat we meer gaan nadenken over hoe we willen dat de krijgsmacht er over tien jaar uitziet en wat minder over abstracte percentages van het bruto binnenlands product.

Zelf vindt hij bovenal dat we als continent te afhankelijk zijn van de Verenigde Staten: “Als GroenLinks zijn we naïef geweest, het gedrag van Rusland laat zien dat je een defensie en krijgsmacht nodig hebt om jezelf te kunnen verdedigen. Het is redelijk om de verantwoordelijkheid hiervoor te delen. We leunen nu heel zwaar op Biden voor de levering van wapens, terwijl er geen garantie is dat dit met Trump als president ook zo was geweest. In een alternatief scenario waarbij de Verenigde Staten niks gedaan hadden en Europa op zichzelf was aangewezen, was het misschien wel aantrekkelijk geweest voor Poetin om door te stoten naar Moldavië of zelfs de Baltische staten.” 

Het zijn volgens Brakel echter niet alléén de sancties en het wapentuig van de Verenigde Staten die de mogelijke verdere expansiedrang van Rusland in de kiem hebben gesmoord, maar ook de eendracht van Europa. “We hebben op uniforme wijze vijf sanctiepakketten afgesproken, we hebben wapens gestuurd, het Verenigd Koninkrijk schoof voor het eerst sinds Brexit weer aan bij de Europese Raad. Als we voor de oorlog op geloofwaardige wijze hadden kunnen presenteren dat Europa inderdaad sneller, eenvoudiger en daadkrachtiger beslissingen kan nemen, dan was er een kans geweest dat Poetin een andere inschatting had gemaakt.”

Ook op het gebied van geopolitiek dienen de Europese landen meer eensgezind op te treden, stelt Brakel. De toekomst draait om de “Europeanisering van zowel de krijgsmacht als besluitvorming over het buitenlandbeleid”.

EU-leger 

Joost Lagendijk, voormalig GroenLinks-Europarlementariër, onderschrijft dat. “Het Nederlandse leger zal nooit en te nimmer meer alleen ten strijde trekken. Dat tijdperk ligt ver achter ons. Dus waarom hebben we een volledig toegeruste landmacht, luchtmacht of marine nodig? Mijn angst is dat we na al die nieuwe uitgaven nog steeds opgescheept zitten met 27 opgetuigde nationale legertjes. De toekomst draait in mijn ogen om betere afstemming met andere landen.”

“ Europese samenwerking is geen franje maar een harde voorwaarde ”

Hoewel zulke afstemming volgens Lagendijk verschillende mogelijke gradaties kent, pleit hij zelf voor de meest vergaande variant: één gezamenlijk EU-leger. “Een leger waarin je een aantal landen hebt met een goed uitgeruste landmacht, een paar andere landen met een serieuze marine en een behoorlijk aantal landen met een moderne luchtmacht. Op die manier vermijd je een situatie waarin je afhankelijk bent van een Orban of Le Pen die als enige een fatsoenlijke luchtmacht hebben maar niet mee willen doen.”

Dat is een essentieel punt voor Lagendijk: landen moeten de mogelijkheid behouden om te blijven kunnen zeggen: “Aan deze missie doen onze jongens en meiden niet mee.” Lagendijk zegt Jesse Klavers mea culpa deels te snappen maar voegt toe dat bij elk pleidooi voor een hoger defensiebudget eerst moest worden gekeken hoe er efficiënter met bondgenoten kan worden samengewerkt: “Europese samenwerking is geen franje maar een harde voorwaarde dat als beginpunt moet dienen bij extra uitgaven, niet als gedachte achteraf.”  

Schijntegenstelling 

De Duitsers lijken nog aan dit idee te moeten wennen. Sara Nanni van de Groenen zegt dat ze zich niet kan uitspreken voor het oprichten van een Europees leger. “Zevenentwintig legers kunnen niet van de ene op de andere dag functioneren als één leger.” Daarnaast wijst ze op de politieke vraagstukken: “Buitenlandbeleid komt eerst en dan pas een gemeenschappelijk defensiebeleid. We konden het lang niet eens worden over Rusland omdat wij als Duitsland dwars lagen, net zoals Hongarije en Griekenland nu een eenduidig beleid richting China in de weg staan.”

Wel is Nanni voor verdere samenwerking en coördinatie tussen de Europese krijgsmachten: “Voor elke Duitse soldaat die een keer met een Nederlander op missie is geweest is het glashelder dat hij niet alleen Duitsland verdedigt maar het hele Europese deel van NAVO. Ik heb er bij de minister op aangedrongen dat er bij elke grotere aankoop wordt gekeken naar wat onze Europese partners kopen, zodat de systemen met elkaar kunnen communiceren en we straks misschien het onderhoud op een centrale plek kunnen doen.”

De keuze tussen meer NAVO of meer Europese autonomie vindt Nanni een schijntegenstelling: “Elke investering in de Europese tak van NAVO is ook een stap richting meer onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.”

Hoe willen we dat het takenpakket van zo’n krijgsmacht 2.0 eruit gaat zien? De Russische invasie van Oekraïne doet de aandacht weer vestigen op klassieke landbescherming, terwijl met de recente aftocht uit Afghanistan het idee van militaire interventie uit zwang lijkt geraakt. Toch benadrukt oud-Europarlementariër Joost Lagendijk dat juist GroenLinks een lange traditie kent waarin harde geluiden opgaan om ergens militair te interveniëren als daar massale schending van mensenrechten plaatsvindt.

“Dit betekent niet dat we net zoals de Amerikanen onszelf een globale rol toe-eigenen. Ik geloof dat de reikwijdte van een mogelijk Europees leger zich moet beperken tot de regio’s om Europa heen, dus Noord-Afrika en de Sahel, het Midden-Oosten en Rusland. Dat heeft dan ook effect op het type materiaal dat je nodig hebt.”

“ We hebben de mensen met idealen aan hun lot overgelaten ”

Anna Timmerman van PAX wijst erop dat interventie in het verleden wel heel selectief was: “In tegenstelling tot wat we dachten, is de wereld na de val van de Muur minder democratisch geworden. Maar ideeën over mensenrechten, vrede en veiligheid hebben zich wél over de hele wereld verspreid met de globalisering. Een golf van revoluties, beginnend met de Arabische lente, gebruikte precies die taal. Maar wat hebben we als Westen gedaan? Niets. We hebben de mensen met idealen, die zich sterk willen maken voor vrijheid en democratie, aan hun lot overgelaten. Ideologisch leiderschap vraagt erom dat als steeds meer mensen om die rechten vragen, ze die ook krijgen.”  

Naast kwantiteit, schort het volgens Timmerman ook aan de kwaliteit van de militaire interventies in het verleden: “Als je militair intervenieert in een land, maar je hebt geen duidelijke strategie wat er daarna gebeurt, dan weet je dat het mis gaat. Burgers van het land moeten onderdeel zijn van de oplossing. In Irak, Afghanistan en Libië is dit niet genoeg gebeurd.”  

Muisstil 

Joost Lagendijk en Farah Karimi waren beide parlementariër tijdens de bombardementen in voormalig Joegoslavië en de militaire interventie in Afghanistan. Ze leggen weliswaar verschillende accenten wat betreft het toekomstig veiligheidsbeleid, maar beide vinden dat het, vergeleken met toen, binnen GroenLinks nu muisstil blijft. 

Volgens Karimi waren er twintig jaar geleden momenten waarop de partij bijna uit elkaar scheurde. Niets hoeft te scheuren, maar misschien mag het wel wat meer schuren binnen GroenLinks, zo is de opvatting van zowel Karimi, Lagendijk als Brakel. Geen keuzes durven maken betekent dat anderen keuzes maken: rechtse partijen, NAVO-bondgenoten of dictators, terwijl het eigen verhaal van GroenLinks rond vrede en veiligheid er juist toe doet.