Ons gesprek met Daan Prevoo stond gepland op maandag 17 maart. Maar de dag daarvoor werd Valkenburg ineens landelijk nieuws: de Wilhelminatoren, icoon van de stad of, zoals Prevoo het in het gesprek noemt, de Valkenburgse Eiffeltoren, was in de vroege ochtend van zondag 16 maart ingestort. Vanwege het tijdstip waren er nog geen bezoekers en vielen er geen slachtoffers – een groot geluk bij een ongeluk. Maar voor Valkenburg is het de derde keer in relatief korte tijd dat de gemeente een ramp te verduren krijgt, na de coronapandemie en de zware overstromingen van juli 2021. Een ramp die opnieuw veel van de gemeente vroeg, en ook van haar burgemeester.  

Een maand later spreken we Daan Prevoo alsnog. Het onderzoek naar de oorzaken van de instorting van de Wilhelminatoren is in volle gang, de juridische vragen zijn nog lang niet beantwoord en de schok dreunt nog na onder de Valkenburgers. Maar er is weer wat ruimte in zijn agenda om ons te woord te staan.

Portretfoto Daan Prevoo, burgemeester van Valkenburg.
Daan Prevoo. Foto: Herman Wouters.

Hoe gaat het nu met u?

“Het gaat goed, al werk ik me een slag in de rondte sinds de instorting van de toren. Daarbij moet ik voortdurend de balans zoeken: wat doet de ramp met de inwoners, wat doet het met de eigenaren, en wat doet het met de medewerkers wiens werk nu in gevaar komt? Ik noem dit ‘de ramp na de ramp’, iets waarvoor ik al vanaf 14 juli 2021 [de dag van de overstromingen in Valkenburg, red.] aandacht vraag.”

Wat houdt die ‘ramp na de ramp’ in?

“Mensen zijn getraumatiseerd doordat ze iets hebben meegemaakt waar ze totaal niet op zijn voorbereid. In het geval van de watersnoodramp zijn ze letterlijk overspoeld door ervaringen en figuurlijk door emoties, die in de opeenvolgende maanden en jaren een plekje moeten krijgen. Het besef dat ze veel zijn kwijtgeraakt. Acute financiële zorgen. Zorgen over de verkoopbaarheid van hun huis, omdat ze vanaf die dag officieel in een overstromingsrisicogebied wonen. Het besef dat ze aan de dood zijn ontsnapt. Bewindvoerders die gouden bergen beloven waar niets van terechtkomt. De onzekerheid: wie helpt mij, hoelang gaat dit duren, wat is mijn perspectief? 

Een ramp zelf is vaak van korte duur. Maar de ramp die erna komt, heeft veel meer impact op het leven van mensen dan het stijgende water en de evacuaties. We praten hier over drieduizend getroffen gezinnen, rond de vijfhonderd getroffen ondernemers, drie grote zorginstellingen.”

U was toen net burgemeester. Hoe zagen uw dagen eruit, tijdens en vlak na de overstromingen?

“Op 14 juli 2021 was ik precies honderd dagen burgemeester. Normaal gesproken wordt dat moment gevierd met bijeenkomsten en interviews, maar het was coronatijd dus er kon niet veel. Ik besloot op een avond om zelf maar eens op te gaan schrijven hoe ik die eerste honderd dagen heb beleefd, en opende mijn laptop. Toen ging de telefoon. ‘Goedenavond burgemeester, u spreekt met de OVDBZ [Officier van Dienst Bevolkingszorg, red.]. We zijn in Schin op Geul en van dertig huizen zijn de kelders volgelopen. We zijn deze aan het leegpompen en hebben de weg afgezet.’ Bij mijn benoeming heb ik een en ander gelezen over ‘de burgemeester in crisistijd’, maar ik wist niet dat ik die kennis zo snel nodig zou hebben. Na twee minuten heb ik mijn jas en laarzen aangetrokken en die meneer teruggebeld: ‘Ik kom eraan.’

Dus ik naar Schin op Geul, waar het wemelde van de zwaailichten, politie- en brandweermensen, boa’s, slangen over de weg, mensen die het water uit hun woningen aan het wegpompen waren… En niemand kende mij, omdat ik pas drie maanden burgemeester was. Ik liep via de achtertuin naar een woning die was ondergelopen en de mensen keken mij echt aan van: wat komt die man doen? Ik zag er ook niet uit als een typische burgemeester, in mijn bomberjack en regenlaarzen.

Om 2 uur ’s nachts ben ik in mijn bed gaan liggen en om 6 uur weer opgestaan. Voordat ik burgemeester werd, was ik gedeputeerde bij provincie Limburg met water in mijn portefeuille. Daar heb ik mij drie jaar lang in alle aspecten van waterbeheer verdiept. Door die ervaringen werd ik rusteloos en kreeg ik het vermoeden dat er meer te gebeuren stond. Ik heb mijn ambtelijk team bij elkaar geroepen en we begonnen ons voor te bereiden op de ramp die het later bleek te worden.” 

Noemt u het bewust een ramp en geen overstroming? 

“We moeten de dingen benoemen zoals ze zijn en ze niet kleiner maken. Het was geen overstroming, het was een ramp – een klimaatramp. De Geul is niet uit de oevers getreden, nee: er is een tsunami door het Geuldal richting de Maas getrokken. Door wekenlange regen in een relatief klein gebied is de dunne bodem verzadigd geraakt. Het water zoekt dan de kortste weg naar de primaire afvoer: naar de Maas, via het Ahrtal in Duitsland en het Geuldal in Limburg. Doordat het Geuldal iets breder is dan de dalen in Duitsland en België, zijn de gevolgen hier iets minder verwoestend geweest dan daar, waar tweehonderd mensen zijn omgekomen. Maar het was de grootste watersnoodramp in Nederland sinds 1953.

“ Het is schandalig dat immigratie wordt geframed als de grootste bedreiging voor Nederland, terwijl dat klimaatverandering is ”

Maar het gevoel van urgentie over klimaatverandering is met de afstroom van de Maas meegevoerd. Zo wordt er ook gehandeld door de huidige overheid. Want het is schandalig dat immigratie wordt geframed als de grootste bedreiging voor Nederland, terwijl dat klimaatverandering is. Dát is de grootste bedreiging voor de economie en voor onze veiligheid. Maar de overheid kijkt weg. Het moest er een keer van komen dat Nederland werd getroffen door een klimaatramp. En ik baal er natuurlijk van dat dat in mijn gemeente moest gebeuren.” 

Wat zijn de economische gevolgen voor de Valkenburgers?

“De slachtoffers zijn nog steeds 18 uur per dag bezig het financiële gat te dichten dat door de ramp geslagen is. Tussen de 45 en 85 procent van alle schade is vergoed door het Rijk en de verzekeraars, waardoor iedereen met een restschuld is blijven zitten. Voor een deel van deze schade is geen budget. 

Overstroming Geul-Valkenburg in 2021.
Overstroming van de Geul in Valkenburg, 2021. Foto: Romaine. CC0 1.0

Het water heeft allerlei zaken aan de oppervlakte gebracht: namelijk dat verzekeraars geen verplichting hebben om schade bij overstromingen te vergoeden, en dat er geen goede afspraken zijn tussen Rijk en verzekeraars. Verzekeraars maken onderscheid tussen horizontaal en verticaal water. Horizontaal water gaat over een overstroming door een rivier of zee, die horizontaal buiten de oevers treedt of een dijk doorbreekt. Een overstroming kan echter ook ontstaan door hemelwater, regen dus, verticaal. Dat leidde tot grote verwarring bij de slachtoffers: volgens hun verzekeraar was er geen sprake van verticaal maar van horizontaal water, en dat hoefde op basis van de polis niet vergoed te worden. 

Omdat er sprake was van een ramp, gold vanuit het Rijk weliswaar de WTS – de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen, die de schade dekt waartegen mensen zich niet kunnen verzekeren. En het idee achter de WTS is goed – een instrument vanuit de overheid dat mensen perspectief biedt, waardoor ze hun leven weer kunnen opbouwen. Maar dan komt de uitvoering. Omdat de WTS lang niet gebruikt was, moest deze afgestoft worden en moesten criteria worden opgesteld op basis waarvan mensen in aanmerking kwamen voor schadeloosstelling.

En toen ontstond dezelfde dynamiek als bij het Toeslagenschandaal en de gaswinning in Groningen: wantrouwen tegen de burger. Er moest vooral worden voorkomen dat het Rijk te veel zou uitkeren en dat de burger zou frauderen. Mensen moesten zich steeds verantwoorden voor wat ze declareerden. Enkele uren na de overstromingen kreeg ik al een telefoontje: of ik kon aangeven hoe groot de schade was. Hoe groot de schade was?! Mijn gemeente lag in puin! Ik had geen idee! En geen vragen over hoe het met de mensen ging, nee, ‘hoe groot is de schade, burgemeester?’”

 Wat kan een gemeente betekenen voor mensen tijdens en na een ramp?

“De gemeente kan letterlijk tussen de mensen gaan staan en knokken voor hun belangen, bij de verzekeraars en het Rijk. Gesprekken voeren met bestuurders die niet geïnteresseerd zijn in het verhaal. Het herstel voorfinancieren. 

In de nafase van een ramp, zodra de hulpdiensten weg zijn, ben je als burger op jezelf aangewezen. Van crisismanagers wordt dan vaak verwacht dat ze de ‘zelfredzaamheid’ stimuleren. Wie die term bedacht heeft, verdient stokslagen. Want ik zag dat mensen apathisch waren, in shock. Je moet je voorstellen: door de huizen stroomde regenwater en rioolwater. In dat riool zit van alles: gewasbestrijdingsmiddelen, dode dieren, modder, olie, vet. Alles in huis is vies en krijg je niet meer schoon. De huisraad moet dus naar buiten en worden opgeslagen. 

Ik heb het crisisteam opdracht gegeven om alle containers die er te krijgen waren naar Valkenburg te laten brengen zodat mensen dat niet zelf hoefden te regelen. Maar toen ik de kosten daarvoor wilde declareren bij het Rijk, dat toegezegd had om extra middelen beschikbaar te stellen, zeiden ze in eerste instantie: maar dat gaan we niet betalen. Die containers hadden de mensen zelf moeten regelen. Nou, toen heb ik me even moeten vasthouden. Dus je wordt getroffen door een klimaatramp, je huis is overstroomd, al je spullen zijn vies, er is geen stroom dus je kunt niet bellen, en het eerste dat je moet doen is zeggen: ‘schat, huur jij even een container?’ Ondenkbaar! 

“ Dat is die zogenaamde zelfredzaamheid: taken afschuiven op de burger die de overheid zelf had moeten oppakken ”

Dat zijn de Haagse mores: geen interesse in de menselijke kant van het verhaal. Niet zelf gaan kijken wat de mensen hier meemaken. En dat is die zogenaamde zelfredzaamheid: taken afschuiven op de burger die de overheid zelf had moeten oppakken. De rekening van 1200 euro voor een container neerleggen bij de particulier. 

In totaal zijn bij deze ramp 200 mensen omgekomen – maar niet in Nederland. En ik denk wel eens: als er wél Nederlanders waren verdronken, was de ramp na de ramp heel anders verlopen.”

Wat moet de politiek doen om mensen beter te beschermen tegen klimaatrampen zoals in Valkenburg?

“We weten in Nederland heel goed hoe we een dijk moeten verleggen, hoe we de openbare ruimte moeten herinrichten om het overstromings- en verdrinkingsrisico te beperken. Maar dat vraagt een miljardeninvestering. En we hebben weliswaar wettelijk vastgelegd dat het Rijk garant staat voor alle schade door overstromingen van het primaire systeem – de zeekust en de grote rivieren. Maar het secundaire, regionale systeem – de kleine riviertjes, zoals de Geul – geniet die bescherming niet, dat moeten de verzekeraars doen.

Het Rijk moet daarom als een speer een schadefonds klaarzetten, in overleg met de verzekeraars, zodat meteen de dag na een ramp geld beschikbaar is voor puinruimen en herstel. En daarna pas kijken hoe het Rijk en de verzekeraars dit onderling gaan verrekenen. Want de verzekeraars kunnen dit niet in hun eentje ophoesten. Daarnaast moet het Rijk in een overstromingsrisicogebied zeer terughoudend zijn met het toevoegen van woningen en andere obstakels die de afstroom van water kunnen belemmeren.

En het is schandalig dat het kabinet de klimaatplannen voor zich uitschuift. Het is de grootste bedreiging voor de economie en maatschappij. Weten we het nog, de branden en overstromingen in Portugal, Engeland, Spanje? De beelden uit Valencia? Uit Valkenburg? We kijken ernaar, en de volgende dag zijn we het weer vergeten.”

Bio

Daan Prevoo (1963) is sinds 6 april 2021 burgemeester van Valkenburg. Eerder was hij onder meer Statenlid en gedeputeerde in de provincie Limburg namens de SP. 

Dit interview maakt deel uit van het dossier 'Water: te veel, te weinig en te vies', een coproductie van tijdschrift De Helling en Idee, het tijdschrift van de Mr. Hans van Mierlo Stichting van D66.