Kunstmatige intelligentie (AI) wordt vaak gepresenteerd als een puur technische ontwikkeling. Dat beeld is eenzijdig. AI is namelijk ook een sociaal-maatschappelijk vraagstuk dat raakt aan macht, democratie en rechtsstaat. De politieke dimensie werd lang onderschat. Na een fase van naïviteit waarin de beloften van digitalisering kritiekloos werden omarmd, groeit nu het besef dat achter AI geen neutrale technologie schuilgaat, maar een specifieke concentratie van macht, in handen van een kleine groep mannelijke miljardairs met vergelijkbare achtergronden en overlappende denkbeelden.

Illustratie met twee rennende robots. Daaromheen sterren, rechts een weegschaal. Boven een illustratie van hersenen met daarin de tekst AI. In de lucht vliegen drones.
Illustratie: Annet Scholten

AI heeft ook een geopolitieke dimensie. De regering-Trump kwam in aanvaring met het Amerikaanse bedrijf Anthropic, omdat dit bedrijf niet wilde dat zijn AI-model Claude werd ingezet voor massasurveillance en de ontwikkeling van dodelijke autonome wapens. Anthropic trok hier een ethische grens, maar het is een vorm van macht die niet bij een commercieel bedrijf hoort te liggen. Het laat zien hoe nauw Amerikaanse staatsmacht en de techno-economische macht van AI-bedrijven verweven raken. 

Vragen over massasurveillance en killer bots zijn vragen over grondrechten en democratische controle. Die horen te worden beslecht in parlementen, niet in boardrooms in San Francisco. Zolang dat niet het geval is, blijven we afhankelijk van de goede wil van een techmiljardair. En die kan morgen zomaar omslaan en in ons nadeel werken.

Verschillende media berichten dat Claude door de Amerikaanse krijgsmacht al is ingezet bij de aanval op Iran, onder meer voor het bepalen van militaire doelen. Het bombarderen van een Iraanse meisjesschool is een dodelijke misser die wel eens het gevolg zou kunnen zijn van de inzet van AI-systemen. 

Europa is voor zijn kritische digitale infrastructuur afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven waarover het geen zeggenschap heeft. Europese overheden, ziekenhuizen, scholen en andere publieke diensten draaien op systemen die onder Amerikaanse staatsinvloed staan.

 In Nederland zijn we, zo concludeerde tech-expert Bert Hubert na onderzoek, compleet afhankelijk van Microsoft voor vrijwel alle essentiële overheidstaken. Amerikaanse bedrijven gaan het DigiD-platform beheren en onze btw verwerken. Onze paspoorten en rijbewijzen worden niet uitgegeven als de regering-Trump het Europeanen belet om van Amerikaanse software gebruik te maken. Dat laatste is niet onvoorstelbaar meer.

Democratische controle blijft achter, terwijl de machtspositie van Big Tech groeit, mede dankzij haar greep op AI. De vraag is niet langer of Europa kwetsbaar is voor deze machtsconcentraties; dat is het aantoonbaar al. De vraag is welke keuzes Europese instellingen en maatschappelijke actoren nog kunnen maken om die afhankelijkheid te doorbreken. 

In Niet onze AI – Voorbij de beloften van Big Tech laten we zien dat de huidige AI-systemen zijn ontwikkeld door mensen met een zeer selectief en particulier wereldbeeld, veelal op libertaire en hyperkapitalistische leest geschoeid. Zij bepalen wat AI kan, mag en doet, en wiens problemen de moeite waard zijn om op te lossen – vrijwel zonder tegenspraak en vaak zelfs aangemoedigd door regeringsleiders en captains of industry die er als de kippen bij zijn om groteske beloften te doen over investeringen in groeifondsen, de bouw van datacenters en het aantrekken van talent. 

Geraffineerd introduceerden Amerikaanse techbedrijven en -labs een wedloop die er voorheen niet was, waarin we volgens Europese politici allemaal mee moeten, of we willen of niet, als we economisch en politiek relevant willen blijven. Het frame van een ‘AI-race’ zet ons ertoe aan om mee te dingen naar een toekomst waarvan niemand weet wat die brengt en of we die überhaupt moeten nastreven. 

Kortom: er ontbreekt nogal wat wanneer slechts één machtsperspectief domineert. Wij vragen ons af: waar zien we openingen voor technologisch denken en handelen dat socialer en groener is? Waar hebben beleidsmakers en burgers die hun digitale toekomst willen veiligstellen echt wat te kiezen?

Hun AI: De macht die we weggeven

Wie AI ontwikkelt, bepaalt. En wie bepaalt, dicteert niet alleen welke technologie waarvoor wordt ingezet, maar ook hoe het AI-debat wordt gevoerd. Uitspraken van tech-CEO’s vinden hun weg naar Brussel via lobby en directe toegang tot beleidsmakers. Het duidelijkste voorbeeld is de begrotingsspeech van Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in 2025, waarin zij stelde dat AI al in 2026 in staat zou zijn om ‘menselijk redeneervermogen te benaderen’. Meer dan zeventig wetenschappers vroegen Von der Leyen in een open brief om onderbouwing. Haar bewering bleek rechtstreeks herleidbaar tot uitspraken van directeuren van Nvidia, OpenAI en Anthropic. Het zijn marketinguitspraken, gedreven door financieel gewin en ideologie, niet door wetenschappelijke kennis.

“ Politici worden door de krachtige techlobby verkopers van een verhaal dat niet het hunne is ”

Wat Von der Leyen deed, is geen incident. Tijdens een AI-top in 2025 kondigde de Franse president Emmanuel Macron aan dat ‘Europa de strijd moet aangaan met het Amerikaanse en Chinese AI-geweld’. Politici worden door de krachtige techlobby verkopers van een verhaal dat niet het hunne is. Wie keuzes van anderen overneemt zonder ze te bevragen geeft stukje bij beetje de macht weg om de eigen digitale toekomst te bepalen.

Maar we hoeven deze toekomst niet te accepteren als een vaststaand gegeven of natuurkracht. Taalwetenschapper Emily M. Bender en socioloog Alex Hanna laten in hun boek The AI Con zien dat techbedrijven een bewuste strategie hanteren. Die draait om het idee dat AI nu eenmaal de toekomst is. Daarmee wordt de ware agenda van Big Tech verdoezeld: meer macht, minder publieke controle. Het resultaat is een beleidsomgeving waarin de stem van wetenschappers en publieke experts het aflegt tegen de lobby van techbedrijven en waarin besluiten over publieke diensten steeds vaker gebaseerd zijn op wat bedrijven beloven te kunnen leveren, niet op wat zij aantoonbaar waarmaken. 

Karen Hao laat met haar werk Empire of AI zien dat dit geen toeval is. OpenAI bouwde zijn machtspositie stap voor stap op: via politieke lobby, door het publieke debat naar zijn hand te zetten en door samenwerkingsverbanden met overheden aan te gaan. Dit patroon beperkt zich niet tot Silicon Valley of Brussel; het is ook in Nederland herkenbaar. In opdracht van voormalig minister Karremans van Economische Zaken schreven een aantal Nederlandse engineers, start-uppers en zakenmensen zoals Jelle Prins en Michiel Bakker het Nationaal AI Deltaplan: belastingvoordelen voor aandelenopties, versoepelde vergunningsprocedures voor datacenters en meer risicokapitaal zouden Nederland klaar moeten stomen voor de AI-race. 

In de open brief Zorgvuldig & Zorgzaam Digitaal (ZZD), ondertekend door meer dan 700 wetenschappers, experts en maatschappelijke organisaties, waaronder Roel Dobbe en Cristina Zaga, wordt de Nederlandse overheid opgeroepen tot een andere koers. De brief is helder: de investeringsplannen die nu circuleren, zoals het AI Deltaplan, zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke inzichten of publieke waarden, maar op aannames van investeerders en bedrijven. De briefschrijvers doen de oproep om AI-hype te scheiden van realiteit, zodat investeringsbeslissingen worden gebaseerd op onderbouwde keuzes in plaats van op grote en vage beloften.

“ Juist wet- en regelgeving beschermt wat van waarde is ”

De open brief ZZD verzet zich expliciet tegen het idee dat wet- en regelgeving innovatie in de weg staat, een narratief dat door Big Tech actief wordt gepusht door termen als 'race' en 'de boot missen' te bezigen. AI-bedrijven willen naast geld ophalen (voor de aankoop van nog meer en snellere computerchips, het bouwen van datacenters en recenter zelfs kernreactoren om te voldoen aan de onstilbare energiehonger van AI) zo min mogelijk hinder ondervinden van wet- en regelgeving. Daarom zaten de tech-CEO’s vooraan bij de inauguratie van Trump en dringen zij er bij de Amerikaanse regering op aan om de ontwikkeling van AI ongemoeid te laten. Maar juist wet- en regelgeving beschermt wat van waarde is. Zonder regels hadden we geen veilige luchtvaart, geen consumentenbescherming en geen betrouwbare zorg.

Publieke waarden en het dienen van de mens, niet marktbelangen, moeten het vertrekpunt zijn bij de vraag of we AI willen inzetten, en wiens AI dat dan zou moeten zijn. De ZZD’ers pleiten voor een digitaal ecosysteem dat geworteld is in mens, natuur en democratie en zien kansen om ons te ontworstelen aan de greep van grote buitenlandse techbedrijven. Wie AI ontwikkelt, bepaalt welke waarden in de technologie ingebakken worden. Maar wie dat laat gebeuren zonder democratische controle, geeft meer weg dan technologie alleen.

Onze AI: het bewijs dat het anders kan

De race om de snelste en krachtigste AI wordt ons voorgehouden als onvermijdelijk, maar is vooral handig verzonnen door en ten gunste van Silicon Valley. Wie meeracet, doet dat op hun voorwaarden en neemt ook hun uitgangspunten en vergezichten over. De dwang tot haast en versnelling heeft directe gevolgen voor hoe AI wordt ontwikkeld: zonder voldoende aandacht voor de mensen die er uiteindelijk mee te maken krijgen. Daarbij worden de problemen die AI-systemen nu al veroorzaken gebagatelliseerd of genegeerd. 

Die problemen zijn legio: het versterken van vooroordelen, stereotyperingen en racisme; het misidentificeren van personen op basis van gebrekkige gezichtsherkenning; het niet kunnen deelnemen aan online toetsen doordat antispieksoftware bepaalde huidtinten niet detecteert; de ongekende ecologische voetafdruk die het trainen en gebruiken van AI-systemen met zich meebrengt; het traumatische, onzichtbare werk dat arbeiders in de Globale Meerderheid verrichten voor AI-bedrijven – ad hoc werk dat geen uitzicht biedt op bestaanszekerheid; het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal, dat zonder toestemming, naamsvermelding of compensatie van het internet worden geschraapt, als grondstof voor taalmodellen. 

Voeg daarbij de uitkleedapps die in 99 procent van de gevallen vrouwen en meisjes raken. Chatbots die de situatie van kwetsbare of in psychische nood verkerende gebruikers verergeren. Werknemers die opgebrand raken doordat er meer van hen verwacht wordt nu ze productiever zouden zijn met AI-software bij de hand, en doordat er een nieuwe, ondankbare klus is bijgekomen: het corrigeren van met AI gegenereerde inhoud van collega’s. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Onderzoeksjournalist Sahra Mohamed pleit voor iets wat radicaal klinkt in onze tijd: vertraging. Niet versnellen om bij te houden, maar het tegenovergestelde. “We moeten niet sneller, maar nauwkeuriger kijken”, stelt ze. Die vertraging maakt het mogelijk om details te zien die je anders zou missen, om het probleem werkelijk te doorgronden, om de context te snappen, om diverse en kritische stemmen te betrekken bij de oplossing en om de gevolgen te doordenken. 

Het kan zelfs efficiënter zijn om te vertragen, aldus Mohamed, omdat echte efficiëntie draait om waar je naartoe wilt, niet om snelheid. Daarbij horen ook kritische vragen als: is AI hier echt nodig? Voor veel problemen bestaan al bewezen oplossingen. AI is niet automatisch beter. Wie de race loslaat en leert vertragen, bereikt op de lange termijn meer: een AI die werkelijk bijdraagt aan de samenleving en voor iedereen werkt. 

“ De kern van verantwoorde AI: niet de snelste of grootste zijn, maar de zorgvuldigste ”

Tegenover de grote beloften van Big Tech stelt jurist en filosoof Judith Blijden iets wezenlijk anders: bescheiden AI. Ontwikkelaars die terughoudend zijn over wat hun oplossing kan bereiken, die rekening houden met de beperkte rechtstreekse impact ervan en die de mens in diens context centraal stellen in plaats van de technologie. Dat is de kern van verantwoorde AI: niet de snelste of grootste zijn, maar de zorgvuldigste. Niet de beste van de wereld zijn, maar van ons, volgens ons: geworteld in Europese waarden, met respect voor mensenrechten en democratische controle. Dat is zeker niet minder ambitieus.

Die ‘andere’ ambities bestaan al in de praktijk. De Vlaamse publieke omroep VRT ontwikkelt een eigen spraakherkenningssysteem, getraind op lokale taaldata en Vlaamse dialecten. Het is een toepassing die commercieel niet direct loont, vanwege het geringe afzetgebied. Maar ondertitelaars, vertalers, onderzoekers en anderen die gesproken woord willen omzetten in bewerkbare digitale teksten zijn zo niet langer afhankelijk van Amerikaanse platforms. Ze krijgen lokaal eigenaarschap over een technologie die rechtstreeks raakt aan cultuur en identiteit. De software komt ook in het publieke domein, beschikbaar voor iedereen. 

Goodtape.io, een van origine Deense dienst voor automatische transcriptie van gesproken woord naar tekst, toepasbaar op tientallen gesproken talen, is opgericht en ontwikkeld door journalisten. Ze combineert hoge kwaliteit met ethische principes: er worden geen gebruikersprofielen opgebouwd en data worden niet doorverkocht. 

Boomerang is een nieuwe bestandsuitwisselingsdienst van Nalden, oud-medeoprichter van WeTransfer. Hij zette de dienst op na ophef rond WeTransfer, dat zijn voorwaarden wijzigde waardoor de inhoud van elk gedeeld bestand gebruikt kon worden voor het trainen van AI-modellen. Naldens initiatief bewijst dat je een digitale dienst kunt bouwen zonder gebruikers als product te zien. Geen dataverzameling voor advertenties, geen AI-training op andermans bestanden, gewoon een dienst die doet wat ie belooft. 

Nederlands eigen, recent gelanceerde GPT-NL toont dat ook op het niveau van grote taalmodellen (LLMs) een andere weg mogelijk is. GPT-NL is ontwikkeld vanuit publieke belangen, met oog voor privacy, respect voor auteursrechten en compensatie van creatieve makers, en dus uitsluitend getraind op rechtmatig verkregen data. Waar grote commerciële modellen data scrapen zonder toestemming, kiest GPT-NL bewust voor een transparante aanpak met instemming van alle partijen in de keten. Ook andere Europese landen bouwen aan eigen modellen die hun equivalent van Koningsdag en kringverjaardagen bevatten. Er valt straks echt wat te kiezen. 

Kiezen vergt (politieke) moed. GroenLinks-Europarlementariër Kim van Sparrentak toont deze keer op keer als ze met medeparlementariërs strijdt voor adequate wetgeving. Ze wil dat Europa het heft in eigen handen neemt. “Zo hoeven we niet afhankelijk te zijn van AI-systemen uit landen als China en de VS, die desinformatie spuwen, energie vreten of naar de pijpen van autocraten dansen.” 

“ Buigen voor Trump maakt hem alleen maar agressiever ”

Maar de realiteit is dat de third way (kortweg: die van de burger, naast die van staat en markt) anno 2026 niet langer op de Europese beleidsradar lijkt te staan, uit angst voor de regering-Trump. Die slaat dreigende taal uit over handelssancties in het geval de EU Amerikaanse techbedrijven aan Europese regels houdt. De vraag is of buigen voor Trump een verstandige strategie is. Het maakt hem alleen maar agressiever. Toen Trump Groenland dreigde te annexeren, boog de EU niet, maar stelde zij tegenmaatregelen in het vooruitzicht. Trump bond in. 

Jouw AI: bijdragen aan het Europese AI-verhaal 

Het Europese verhaal over AI is bij lange na niet geschreven. We zijn niks te laat en hebben niet de problemen die Amerikanen ons zo graag aanpraten. In de al dan niet gewilde vertraging zit een kans. De macht die Big Tech heeft opgebouwd, de afhankelijkheid die Europa heeft laten ontstaan, de race die als onvermijdelijk wordt gepresenteerd – het zijn allemaal keuzes. Wie beseft dat er meerdere opties bestaan, kan ook anders kiezen.

De overheid is hierin een aangewezen trekker. Niet door marktpartijen te volgen, maar door voorop te lopen: het goede voorbeeld geven, duidelijkheid bieden en ruimte scheppen voor een eigen Europese aanpak. Dat betekent een heldere strategie, duidelijke kaders en beleid dat niet de markt volgt, maar publieke waarden en de mens vooropstelt. Het vraagt om keuzes: investeren in kennis over AI-systemen, ondersteuning van open standaarden en het stimuleren van interoperabiliteit. 

Wet- en regelgeving die de grondrechten van burgers beschermt, vormt geen belemmering voor dergelijke innovatie. Gmo’s en geneesmiddelen zijn prachtige voorbeelden van innovatieve sectoren die tegelijkertijd zwaar gereguleerd zijn, met goede redenen. Ook op het vlak van AI zijn verdienmodellen denkbaar waar Nederland al bewezen succesvol in is: gespecialiseerde dienstverlening, adviesdiensten voor implementatie en het ontwikkelen van sectorspecifieke oplossingen voor greentech, fotonica en gezondheidszorg. 

Een gesprek over technologie kan niet beginnen met technologie. Het is daarom belangrijk om te beginnen met de bewustwording van onze positie, de macht en invloed die we als mens en burger uitoefenen. Een gezond-kritische houding tegenover AI-systemen vormt een cultuur waarin we systemen eerlijk bevragen en zorgvuldigheid vooropstaat, ook ten opzichte van de generaties die nu opgroeien.

AI-gebruik verhindert aantoonbaar het leren van studenten en tast het vermogen tot kritisch denken aan. Dat heeft forse impact op zowel onze economie als onze democratie. Pedagogen zien hoe kinderen, studenten, maar ook volwassenen AI als shortcut gebruiken. De verleiding is simpelweg te groot. 

Ook voormalig NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch ging in de fout met door AI gegenereerde citaten. Reden voor hoogleraar informatica Felienne Hermans om de AI-hype nogmaals door te prikken: “Dat is steeds het verhaal van de hypers: het is geweldig, je moet er alleen wel goed mee omgaan. Dat geldt niet alleen voor journalisten, maar ook voor leerlingen en studenten. Maar kunnen we nu echt verwachten van tieners en jongvolwassenen dat die quotes controleren, als potjandriedubbeltjes een oud-hoofdredacteur dat blijkbaar niet eens kan (of niet eens doet)?”

De verantwoordelijkheid voor het probleem ligt dan ook niet bij de gebruikers, maar bij de bouwers van AI. Nemen we dit als uitgangspunt, dan dwingen we onszelf tot het aannemen van een fundamenteel andere houding: als we zelf AI-systemen gaan ontwikkelen en bouwen, hebben we creativiteit en ondernemerschap nodig, maar niet het soort dat Silicon Valley ons voorhoudt. We hoeven niet uit te gaan van een hyperkapitalistisch model. We hebben geen start-ups nodig, maar close-downers; zij die de loop tussen mens en systeem eerlijk en duurzaam rondmaken. We hebben (sociale) ondernemers nodig die doen aan return on promise in plaats van return on investment. Daarom dienen we te vertrekken vanuit publieke waarden. Technologie is iets wat we bewust vormgeven. Zonder ons is de technologie er niet.

“ Wat als we niet de shortcut van AI aanmoedigen, maar juist de lol en de eer van zelf proberen, ontdekken en maken? ”

Laten we onszelf de vraag stellen: wat als deze toepassingen voor iedereen werken? Niet alleen in het belang van aandeelhouders of adverteerders, maar voor de leraar, de journalist en de burger. Wat als platformen niet langer ophef, woede, agressie en extremen voorrang geven, maar inhoud en gebruikers in de spotlights zetten die sociaal wenselijk en inspirerend gedrag vertonen en stimuleren? Hoe zouden influencers dan opereren? Zouden ze überhaupt nog bestaansrecht hebben? Wat als we niet de shortcut van AI aanmoedigen, maar juist de lol en de eer van zelf proberen, ontdekken en maken? 

Een technologie van ons allemaal werkt het best wanneer deze gebruikers maant om de tijd nemen, de rust te bewaren en met aandacht voor de ander tot resultaat te komen. Als we dat inzien en waarderen, kunnen we ons eigen verhaal gaan schrijven, met eigen toepassingen en wenselijke prikkels. Maar dit verhaal van ‘onze AI’ schrijft zichzelf niet. Als wij het niet doen, doen anderen het. En we kunnen inmiddels wel uittekenen hoe dat zal eindigen.

Gabriella Obispa en Laurens Vreekamp, Niet onze AI - Voorbij de belofte van Big Tech, Van Duuren, 2025