Foto Noortje Thijssen

Schoffelen. Het is een mooie beeldspraak voor oude en nieuwe politiek. Een keer in de vier jaar woelen we de schoffel door de tuin van de democratie. Afgelopen verkiezingen zagen we een verdeeld electoraat langs de as van de politieke vernieuwing. Aan de ene kant won de vernieuwing op 17 maart: D66 was de grootste winnaar met een lijsttrekker die ‘nieuw leiderschap’ voorstond, maar liefst vier politieke nieuwkomers haalden de kiesdrempel en vorige week werden zo’n 60 nieuwkomers geïnstalleerd in de Kamer. Aan de andere kant zagen we juist dat de status quo won: de zittende premier leek een vierde kans te krijgen en het vorige Kabinet haalde voldoende stemmen om op de oude voet door te kunnen gaan.

Voor twee weken waren de status-quo scenario’s reële opties. Sinds het ontluisterende debat donderdag en het dit weekend volgende besluit van CU-leider Segers is echter alles weer mogelijk. Alleen met politieke creativiteit komt de formatie uit de huidige patstelling: een minderheidskabinet, een regenboogcoalitie zonder de VVD, een VVD-leiderschapswissel, of…?

Inmiddels is het reëel dat de politieke vernieuwing het alsnog kan gaan winnen van de status quo. Een progressief minderheidskabinet is een interessante uitweg en is geen gekke gedachte zolang de VVD Mark Rutte in het zadel houdt. Een voordeel van een minderheidskabinet is dat de Kamer een zwaardere betekenis krijgt. Het zorgt voor een beter evenwicht in de zoekgeraakte balans tussen macht en tegenmacht. En dat is hard nodig in Nederland. De toeslagenaffaire liet immers zien hoe de Kamer cruciale informatie wordt onthouden en hoe onverzettelijk Kamerleden wel niet moeten zijn om hun controlerende taak goed te kunnen uitoefenen. Onder leiding van de graag schoffelende Chris van Dam werd dit helder opgeschreven in het snoeiharde rapport ‘Ongekend onrecht’.  

Laat afgelopen verkiezingen een politieke schoffel zijn die de tuin omwoelt en haar klaar maakt voor een onverwachts progressieve lente.