Magyar is geen lichtend voorbeeld voor Europese progressieven. Hij is ook zeker niet de pro-Europese, pro-Oekraïense revolutionair die velen in hem zouden willen zien. Magyar is in veel opzichten vooral de juiste man op het juiste moment gebleken: een dissident van binnenuit die, toen de kans zich voordeed, het momentum aangreep om de machthebber uit te dagen, en de breed gedeelde binnenlandse frustratie over de wijdverbreide corruptie, vervallen infrastructuur en stijgende kosten van levensonderhoud na 16 jaar Orbán vakkundig wist te kanaliseren. 

De specifieke Hongaarse omstandigheden waarin deze verkiezingen plaatsvonden zorgen ervoor dat grote en hoopvolle aannames over een eventuele Europese trend tegen rechtspopulisme misplaatst en ongefundeerd zouden zijn. In geen enkel land in de Europese Unie heeft een autocraat zo lang en ongebreideld zijn gang kunnen gaan als Orbán – tot op het punt dat een grens bereikt werd, en voor te veel Hongaren een grens werd bereikt. Orbáns verlies is, in die zin, vooral vergelijkbaar met de nederlaag van de Britse Conservatieven tegen Labour in 2024 – eveneens een uitslag die meer een massale motie van wantrouwen tegen de zittende macht was dan een ideologische stem vóór de winnende partij. 

Toch zijn er wel degelijk vonken van Europese en progressieve hoop te destilleren uit de Hongaarse uitslag. Welke conclusies zijn er wél te trekken uit de burgerrevolutie van Péter Magyar? 

I. Tijd, toewijding en toenadering: het werkt 

Door de volledige dominantie van Fidesz over de landelijke media maakten Magyar en zijn partij, Tisza, geen schijn van kans om stemmers op het platteland of van oudere generaties te bereiken op de ‘traditionele’ manier. Daarom trok Magyar na zijn breuk met Fidesz in 2024 het hele land door om dorpen en plaatsen te bezoeken waar geen politicus zich in jaren had laten zien. Juist in die gebieden, die traditioneel in handen waren van Fidesz, namen Magyar en de Tisza-campagne twee jaar lang de tijd om met mensen in gesprek te gaan over hun levensomstandigheden, behoeften en politieke onvrede. Ook in plaatsen waar slechts enkele tientallen mensen op hem afkwamen, bleef hij vaak uren luisteren en praten. 

Péter Magyar tijdens een rally in Siófok
Rally van Péter Magyar in Siófor. Foto: SNRTZ, CC BY-SA 4.0

Tisza organiseerde de campagne op een informele, decentrale manier, rondom losjes georganiseerde kringen van vrijwilligers en activisten. Deze ‘Tisza-eilanden’ kregen veel zeggenschap over hun lokale campagne. Zoals Magyar zich overal door het land liet zien om te luisteren en met kiezers in gesprek te gaan, zo deden de leden van de lokale Tisza-eilanden dat ook. Daarnaast deden ze lokaal vrijwilligerswerk. Zo zamelden ‘eilanders’ kleding in voor arme gezinnen of deelden ze water uit op hete dagen. Via de Tisza World-app kon elke Hongaar zich eenvoudig aansluiten bij zijn of haar lokale eiland.

Daarmee richtte Tisza de campagne in op een manier die gestoeld is op progressieve campagnemethoden als structured organising en deep canvassing. Soortgelijke methoden van vooraanstaande progressieven, zoals Zohran Mamdani in New York en de groene Hannah Spencer in Manchester, leidden recent tot verkiezingsoverwinningen.

Het gedachtegoed achter deze methoden veronderstelt dat lokaal ingerichte campagnes die gericht zijn op intensieve, verdiepende gesprekken veel meer kans van slagen hebben tegen het rechtspopulisme dan klassieke, gecentraliseerde mobilisatiecampagnes. 

Cruciaal hierbij is de bereidheid van een partij en haar activisten om de tijd te nemen om naar mensen te luisteren, in plaats van opzichtig te komen bedelen om een stem. Erkenning voor de oorzaken van de woede en frustratie die mensen in de armen van populisten kan drijven is belangrijk – die woede is vaak terecht, en daartegenin gaan versterkt juist de tegenstellingen die rechtspopulisten creëren. Uit onderzoek blijkt dat zulke methodes effect hebben: ze doorbreken vooroordelen en bewerkstelligen dat mensen blijvend van mening veranderen. 

Dat besef is zowel inhoudelijk als organisatorisch terug te zien in Magyars campagne. In plaats van zich ideologisch lijnrecht tegenover Fidesz te positioneren, door zich bijvoorbeeld uitgesproken pro-Oekraïens op te stellen, negeerde hij Orbáns zwartmakerij en focuste hij op de alledaagse problematiek van de Hongaarse burgers. 

Daarnaast zorgden de toegankelijke en ongedwongen ‘eilanden’ voor een groot gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid onder de activisten van Tisza, wat niet alleen bevorderlijk was voor de motivatie en energie van de beweging, maar ook voor het vertrouwen in en de legitimiteit van de Tisza-campagne. 

Met resultaat, zo bleek vorige week: Tisza won in rurale kiesdistricten die Fidesz voorheen als vanzelfsprekend incalculeerde. Het districtenstelsel dat door Orbán was gemanipuleerd om zichzelf te bevoordelen, bleek juist tegen hem te werken.

II. Europeanen haten Trump

Misschien stuurt Péter Magyar één dezer dagen wel een bosje bloemen naar het Witte Huis. Duidelijk is dat Viktor Orbán een gigantische misrekening heeft gemaakt in zijn campagnestrategie: in de laatste weken voor de verkiezingen ging de Fidesz-leider all-in op zijn goede banden met de Amerikaanse MAGA-beweging. Terwijl Magyar alleen maar uitliep op zijn tegenstrever, door zich te focussen op alledaagse, binnenlandse zaken, probeerde Orbán vooral te laten zien hoe belangrijk hij was voor het Witte Huis – onder meer door de Amerikaanse buitenlandminister Marco Rubio en vicepresident J.D. Vance in te laten vliegen. 

Een haast onbegrijpelijke miskleun, die liet zien hoezeer Orbán vervreemd was geraakt van zijn electoraat. Progressieve Europeanen kunnen er lering uit trekken. De Amerikaanse regering van Donald Trump is immens impopulair door heel Europa, zelfs onder radicaal-rechtse stemmers Dat gegeven bezorgt radicaal-rechtse partijen in Europa kopzorgen. Ze hebben de afgelopen jaren in veel landen terrein gewonnen, maar een groot deel van hun electoraat zit niet op een vrijage met Trump en de zijnen te wachten. 

Dat ondervond ook de Italiaanse premier Giorgia Meloni: haar relatie met Trump speelde een beslissende rol in haar nederlaag bij een referendum over constitutionele hervormingen, enkele weken na het begin van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. Vorige week zag Meloni – mede verkozen door een conservatief-katholiek electoraat – zich gedwongen tot haar eerste felle kritiek op Trump na zijn ongekende aanvallen op paus Leo XIV.

“ De Amerikaanse regering zou de Europese radicaal-rechtse partijen zomaar eens een doodskus kunnen geven ”

Ook het radicaal-rechtse Rassemblement National (RN) in Frankrijk, dat mikt op een overwinning bij de presidentsverkiezingen van 2027, is beducht voor een sterke associatie met Trump. Zo’n 50 procent van het RN-electoraat staat negatief tegenover Trump – om maar te benadrukken in welke kwetsbare hoek radicaal-rechtse Europese partijen kunnen worden geduwd. De Amerikaanse regering heeft zich dan wel voorgenomen om Europese radicaal-rechtse partijen te ondersteunen en te financieren, maar zou ze daarmee zomaar eens een kiss of death kunnen geven. 

De les voor Europese progressieven is dat MAGAssociating kan werken: geen Europeaan zit te wachten op de lange arm van Trump in de binnenlandse politiek. Het uitlichten van de banden tussen MAGA en radicaal-rechtse partijen in Europa maakt de laatstgenoemde bewezen kwetsbaar. 

III. De EU heeft een werkende gereedschapskist

De Hongaarse onvrede over Orbán is ook deels te danken aan de EU. Waar de Fidesz-leider er in de vroegere jaren van zijn regeerperiode nog in slaagde om anti-Brusselse retoriek te combineren met het voldoen aan de vereisten voor EU-gelden, brachten de vergevorderde democratische terugval en welig tierende corruptie in Hongarije de Europese Commissie er in 2022 toe om zo’n 18 miljard euro aan EU-gelden te bevriezen. Die stilgelegde geldstroom is allerminst de enige reden voor de huidige Hongaarse economische malaise, maar zette Orbán wel onder grote druk. 

De campagnebelofte van Magyar om de EU-gelden te ‘ontdooien’ onderstreept de effectiviteit van de rechtsstatelijke voorwaarden die Brussel heeft verbonden aan haar geldverstrekking. De inzet van de Europese ‘gereedschapskist voor de rechtsstaat’ heeft ertoe geleid dat de Hongaarse bevolking de oplossingen voor haar economische problemen zoekt in toenadering tot Brussel. Daar kon oppositiekandidaat Magyar – van zichzelf geen groot Europeaan – op inspelen.

Europese progressieven en democraten moeten er dus niet voor schuwen om sneller naar de gereedschapskist met pressiemiddelen te grijpen als een EU-lidstaat autocratische tendensen vertoont – zoals wel nog het geval is in landen als Tsjechië en Slowakije. De EU heeft democratische standaarden hoog in het vaandel, ook bij de toelating van nieuwe lidstaten. Door sneller in te grijpen bij achteruitgang in de huidige lidstaten maakt de EU zichzelf geloofwaardiger en betrouwbaarder – naar buiten toe, maar ook zeker voor democratisch gezinde inwoners van autocratiserende lidstaten.

Wel moet de EU oppassen met het verbinden van al te snelle gevolgen aan de opluchting over de Hongaarse verkiezingsuitslag. Dat blijkt wel uit het voorbeeld van Polen, waar huidig premier Donald Tusk de radicaal-rechtse PiS wist te verslaan – en vervolgens vrijwel direct meer dan €100 miljard aan EU-gelden wist vrij te maken. Zoals hoogleraar John Morijn aanstipt op Surreal, verloor de EU daardoor leverage ten opzichte van Polen, en Tusk zelf tegenover de oppositie, nadat bleek dat het herstellen van de rechtstaat niet zo snel en makkelijk ging als gehoopt door de verkiezing van een PiS-president die regelmatig zijn veto uitspreekt over hervormingen.

Conclusies

In veel opzichten heeft de overwinning van Magyars Tisza iets weg van een perfect storm. De omstandigheden waarin Viktor Orbán werd verslagen zijn moeilijk vergelijkbaar met die in andere EU-lidstaten. De Tisza-campagne kan dan ook niet worden gezien als een perfecte blauwdruk voor het verslaan van andere radicaal-rechtse populisten.

“ Het verlies van Orbán is een grote klap voor de wereldwijde radicaal-rechtse beweging ”

Toch biedt de overwinning van Magyar hoop. Niet in de laatste plaats omdat het verlies van Orbán een grote klap is voor de wereldwijde radicaal-rechtse beweging. Boedapest was de afgelopen jaren zowel een broeinest als een geldkraan voor allerlei conservatieve denkers en clubjes, zoals de Conservative Political Action Conference (CPAC). Orbán gold als een van de grootste bondgenoten van MAGA. De premier die de instituties en kieswetten van het land naar zijn hand zette leek zo goed als onaantastbaar – maar kon toch worden verslagen. Dat is ontegenzeggelijk inspirerend. 

De grootste inspiratie is dan ook niet door wie Orbán werd verslagen, maar de manier waarop. Magyar liet zien dat populisten niet verslagen worden door gelikte reclamespotjes en het ‘hoog-over’ bestrijden van populistische ideeën, maar door de tijd, energie en toewijding op te brengen om stemmers op te zoeken en naar ze te luisteren. De effectiviteit van die strategie was al langer bewezen, maar de schaal waarop Tisza haar tot uitvoering wist te brengen is ongekend. 

“Het goede populisme heeft gewonnen”, verklaarde Magyar op de verkiezingsavond. Wat dat betekent? Orbán voerde een negatieve populistische campagne, gedreven door angst. Magyar bewees: om angst te verslaan is er geen betere brandstof dan hoop.

Een eerdere versie van dit artikel is verschenen op de website van de Foundation Max van der Stoel.