Olivia Lazard werkt als fellow bij Carnegie Europe. Haar onderzoek richt zich op de geopolitiek van het klimaat, in het bijzonder de risico's van conflicten en onstabiliteit als gevolg van klimaatverandering en ecologische ineenstorting.

Volgens de Europese Green Deal moet de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal zijn. Wat betekent deze groene transitie voor Europa’s materialenverbruik?

“Door de energietransitie en digitalisering groeit onze materiële voetafdruk, ten koste van ecosystemen. Dat lossen we niet op met een circulaire economie. Zo lang we blijven streven naar groei, hebben we nieuwe grondstoffen nodig. 

De EU stelt dat economische groei mogelijk is met een vermindering van ecologische schade, maar daarbij worden twee zaken worden vaak vergeten. Veel van de materiële activiteiten waarvan we afhankelijk zijn, worden uitbesteed aan landen buiten de EU. De EU zegt dat ons aandeel in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen slechts zes tot zeven procent is, maar dat is alleen mogelijk omdat we afhankelijk zijn van toeleveringsketens in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en de oostelijke buurlanden. Zij produceren veel van onze grondstoffen en goederen.

Daarnaast bestaat de misvatting dat onze economie ‘dematerialiseert’ dankzij digitalisering. Digitalisering vereist juist een enorme hoeveelheid fysieke infrastructuur, met veel metalen en beton. Deze infrastructuur, zoals de enorme onderzeese kabels die het internet verbinden, tast opnieuw ecosystemen aan. We naderen de grens van wat de natuurlijke wereld nog kan verdragen.”

Olivia Lazard
Olivia Lazard

Wat is het verband tussen de groene transitie en conflicten?

“De EU is, net als elke andere energie-intensieve economie, afhankelijk van exponentiële onttrekking van energie en grondstoffen aan de natuur. Door de aard van haar interne markt en het feit dat de EU grotendeels een diensteneconomie is, komen de kosten van die onttrekking terecht op het bordje van andere economieën, in het mondiale Zuiden. Die hopen dankzij de handel met het rijke Noorden ook economische groei te verwezenlijken. Maar onttrekking is soms nauw verbonden met geweld, roof door de elite, corruptie en illegale geldstromen.

De EU is niet blind voor de problemen van haar extractieve economie. Ze is bijvoorbeeld bezig om het toezicht op toeleveringsketens aan te scherpen. Maar regelgeving kan het geweld waarmee de onttrekking gepaard gaat, met name in de mijnbouw, slechts ten dele indammen. In plaats daarvan moeten we dit geweld bij de bron aanpakken, vóórdat er toeleveringsketens ontstaan. Of we moeten investeren in een systeemverandering die de hele politieke economie rond onttrekking transformeert.”

Onze economische en sociale systemen zijn gebouwd op groei en onttrekking. De groene transitie volgt tot nu toch ook weer een vergelijkbare logica.

“Als je naar de menselijke geschiedenis kijkt, zie je dat er andere manieren van functioneren zijn. Inheemse gemeenschappen hebben dit eeuwenlang tegen ‘gemoderniseerde’ volken en samenlevingen uitgeschreeuwd. Het Amazonegebied is bijvoorbeeld niet alleen het resultaat van natuurlijke processen. Het is ook het resultaat van menselijk rentmeesterschap en het creëren van positieve interacties tussen menselijke samenlevingen en natuurlijke leefsystemen.

De relatie tussen mens en natuur wordt in bepaalde delen van de wereld nog steeds gezien als een wederkerig concept. Op de lange termijn moeten we ons deze kennis opnieuw eigen maken. Maar het is erg moeilijk om inheemse beschavingen als uitgangspunt te nemen voor hoe we vandaag de dag in Europa of de VS leven.

“ 

Geen enkel land is een eiland, we zijn allemaal van elkaar afhankelijk

 ”

Socialezekerheidssystemen zijn belangrijke onderdelen van het sociaal-politieke dna van Europese landen. Zij zijn afhankelijk van belastinginkomsten en dus van werkgelegenheid. In Europa is die werkgelegenheid gebouwd op macro-economische structuren die afhankelijk zijn van onttrekking elders, via een verfijnd netwerk van handelsrelaties.  Het is het principe van globalisering: geen enkel land is een eiland, we zijn allemaal van elkaar afhankelijk. Onze interacties met andere landen bepalen de binnenlandse verhoudingen: bij wie de welvaart terechtkomt en hoeveel er te herverdelen valt.

Dat is een lastig gegeven voor de degrowth-beweging. Als je de dingen vanuit een nationaal perspectief bekijkt, kun je nadenken over hoe je vervuilende sectoren kunt weghalen en de beroepsbevolking naar andere sectoren kunt verplaatsen door middel van omscholing enzovoort. Maar zodra je voorbij de nationale economie kijkt en de internationale handelsbetrekkingen meeweegt, wordt de discussie een stuk moeilijker.

Een goed voorbeeld is de kwestie rond palmolie. Maleisië en Indonesië protesteerden tegen het EU-verbod op palmolie die bijdraagt aan ontbossing. Niet omdat ze tegen klimaatactie zijn, maar omdat deze maatregel het maatschappelijk evenwicht rond palmolie bedreigt.

Bij de invoering van de ontbossingswet had de EU geen rekening gehouden met de gevolgen voor toeleverende landen. Zo ontstond instabiliteit in deze landen en werd het vertrouwen in de EU geschonden. Zonder de juiste aandacht voor onze partners dreigen we sociale en economische weefsels aan te tasten die de degrowth-beweging juist wil versterken, om de veerkracht van samenlevingen tegen klimaatverstoringen te vergroten.”

Als degrowth een te grote breuk is, maar we tegelijkertijd weten dat de groeilogica vitale natuurlijke systemen vernietigt, wat is dan het vooruitzicht voor onze economieën?

“Een aantrekkelijk toekomstbeeld is dat we de economie ombuigen van extractief naar regeneratief. Dat wil zeggen dat we niet meer aan de natuur onttrekken dan zij zelf kan herstellen. Maar hier rijst de vraag of er nog wel tijd is voor herstel, nu de klimaatcrisis al zo ver gevorderd is. Natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen zijn al in beweging, we zien de verandering in de migratiepatronen van vogels.

Staat- en natievorming zijn gebaseerd op stabiele grenzen, op een vaste verdeling van natuurlijke hulpbronnen en op ingebeelde identiteiten die verbonden zijn aan grenzen. Als deze beginnen te schuiven, zal dat voor veel problemen zorgen. Hebben we nog een laatste kans hulpbronnen veilig te stellen op de plek waar ze zich nu bevinden, door herstel van de natuur? Of belanden we in een hele nieuwe situatie waarin onduidelijk is wat ‘herstel’ precies betekent?”

Heeft de oorlog in Oekraïne, en de daaropvolgende energiecrisis, het degrowth-denken relevanter gemaakt?

“De gevolgen van de oorlog hebben de aandacht voor efficiënt gebruik van hulpbronnen vergroot. Ik zou het niet ontgroeien willen noemen. Degrowth moet over meer gaan dan het bestrijden van werkloosheidscrises of het stoppen met schadelijk consumentistisch gedrag. Je kunt stellen dat hoe meer strategische autonomie Europa krijgt door investeringen in open, gedecentraliseerde en hernieuwbare energiesystemen, hoe beter af we zullen zijn. Maar de weg naar een fossielvrije toekomst is bezaaid met obstakels die het gesprek over degrowth de komende tien jaar waarschijnlijk erg moeilijk zullen maken.”

Poster van de Europese Groenen met de tekst More sun, more wind, more peace. Op de achtergrond staat de vlag van Oekraïne.

Hoezo?

“Ik herinner me een poster van de Groenen van vorig jaar, met de Oekraïense vlag op de achtergrond en een paar arbeiders die een windturbine aan het opzetten zijn. De boodschap: we zullen meer vrede hebben als we investeren in meer hernieuwbare energie. Ik begrijp het vanuit een communicatieperspectief, maar de boodschap is twijfelachtig als je bedenkt dat de verschuiving weg van fossiele afhankelijkheid een verschuiving is naar minerale afhankelijkheid. We betreden een nieuw tijdperk van onttrekking, alleen met andere basismaterialen. De EU heeft niet genoeg mineralen op haar grondgebied om in haar eigen behoefte aan schone technologie te voorzien. Er ontstaan dus nieuwe importafhankelijkheden, nieuwe vormen van rivaliteit met andere landen. Die zien we nu al.

We kunnen alleen ontgroeien als we dit veiligheidsdilemma aanpakken. Van welke landen willen we afhankelijk zijn in de komende twintig jaar? Daar moet de EU over nadenken.

China en Rusland lopen voorop als het gaat om autonomie en soevereiniteit in de toeleveringsketen. Zij gebruiken hun economische voordeel om bestuurssystemen in het mondiale Zuiden te veranderen. De opkomst van autoritaire regimes, of in ieder geval niet-transparante regimes die geen rekenschap afleggen aan hun burgers, gaat gelijk op met de energietransitie. Ik denk dat we hierover moeten debatteren met de degrowth-beweging. Die heeft nu een sterk politiek-ecologisch verhaal; het is tijd dat zij ook een geopolitiek en geo-economisch verhaal ontwikkelt.”

Wat zouden de geopolitieke gevolgen van degrowth zijn voor de Europese Unie?

“Als je internationale economische relaties verandert, waarbij je minder importeert en mogelijk productie terughaalt naar Europa, dan verzwak je misschien partners buiten de EU. Deze partners zijn niet alleen economische, maar ook politieke partners. Bepaalde landen hebben hun economie en sociale structuur gebouwd op de westerse vraag, dus we moeten degrowth samen met hen vormgeven. Daar zijn we nog niet mee begonnen.

“ 

Degrowth zou kunnen betekenen dat we afstand nemen van de sociaaleconomische stabiliteit die de natiestaat in staat stelt te investeren in veiligheid

 ”

Er is nog een andere vraag bij het verband tussen economische groei en veiligheid. De staat wordt gedefinieerd door het geweldsmonopolie. Om een monopolie op geweld te hebben, moeten we investeren in militaire, veiligheids- en verdedigingssystemen. Als je naar de bredere mondiale constellatie kijkt, zien we dat China, Rusland en de Verenigde Staten steeds meer investeren in militaire capaciteiten. Dus vanuit het perspectief van de mensen die over onze Europese veiligheid gaan is het nu niet het moment om de boel te ontregelen. Degrowth zou kunnen betekenen dat we afstand nemen van de sociaaleconomische stabiliteit die de natiestaat in staat stelt te investeren in veiligheid.

Voor zover ik heb begrepen, is de degrowth-beweging nog maar net begonnen met het onderzoeken van deze vragen. De huidige omstandigheden zijn zeer delicaat en een ideologische degrowth-agenda die alleen gericht is op de gezondheid van de planeet, zonder begrip van hoe menselijke systemen zich organiseren, is contraproductief.”

Je hebt opgeroepen tot een mondiaal systeem van ‘publieke goederen’, dat wil zeggen diepere wereldwijde samenwerking om stabiele planetaire omstandigheden te handhaven. Is het vooruitzicht dat Poetin, Xi, Biden en anderen rond de tafel zitten om natuurlijke hulpbronnen te beheren niet verder weg dan ooit? 

“Ja en nee. Op elk kritiek historisch moment zijn er altijd parallelle en gelijktijdige krachten in het spel. De oorlog in Oekraïne veroorzaakte tektonische verschuivingen van historische omvang. De EU verschoof haar visie op de Europese Green Deal van een project dat werd opgezet dóór Europeanen vóór Europeanen, naar de erkenning – met de REPowerEU-richtlijn – dat de Green Deal afhankelijk is van een internationale dimensie. Met de Critical Raw Materials Act gaat de EU een nieuw soort diplomatie bedrijven die mineraal, technologisch en economisch is.

“ 

Het mondiale machtsevenwicht kan zich niet buiten de planetaire grenzen uitbreiden. Zelfs China weet dat

 ”

Het mondiale machtsevenwicht kan zich niet buiten de planetaire grenzen uitbreiden. Zelfs China weet dat. De urgentie en de ernst van de klimaatverstoringen die ons treffen zullen de weg openen om collectieve veiligheidssystemen te ontwerpen en economische uitwisseling als een kwestie van mondiale veiligheid te behandelen.”

Ideeën zoals planetaire grenzen, een welzijnseconomie en post-growth vinden hun weg naar EU-beleid. Waar kan de dialoog tussen de  degrowth-gemeenschap enerzijds en EU-ambtenaren en leden van het Europees Parlement anderzijds toe leiden?

“Vroeger waren het heel ver verwijderde planeten, maar de planeten proberen dichter bij elkaar te komen. Het feit dat de Europese Commissie een onderzoeksproject van tien miljoen euro van de degrowth-denkers Giorgos Kallis, Julia Steinberger en Jason Hickel financiert, beschouw ik als zeer hoopgevend.

Ik weet uit privégesprekken dat zelfs mensen die als hoofdeconoom binnen verschillende EU-departementen werken achter gesloten deuren met deze gesprekken bezig zijn. Ze worstelen met de vraag wat degrowth betekent. Deze manier van denken over economie is totaal anders. Iedereen heeft tijd nodig om zich aan te passen. Het is niet zo dat mensen binnen de EU – en ik blijf bij het begrip ‘mensen’ in plaats van ‘instellingen’ – zich geen zorgen maken over de situatie.

Instellingen veranderen is echter moeilijk en kost tijd. Ik denk dat het door verschillende crises steeds sneller zal gaan. De realiteit die we moeten vermijden is wat ik ‘planic’ noem: geplande paniek. Neem bijvoorbeeld uitingen over voedselzekerheid als gevolg van de oorlog in Oekraïne. President Macron zei dat we de tarweproductie in de EU en landen als Egypte moeten verdubbelen. Dit is absurd. Het is past binnen de huidige economische logica, maar het zorgt voor steeds meer schokeffecten in het systeem, omdat het produceren van tarwe als monocultuur een systeemrisico is.

Hoe meer de Commissie de weg bereidt door degelijk onderzoek te financieren – en dit moet gedegen onderzoek zijn zonder ideologische kleuring; het moet complexe vragen stellen, onbevangen en onverstoorbaar – hoe meer we een EU zullen zien die, wanneer de volgende crisis komt, kan zeggen: ‘Wat hebben we gefinancierd? Hoe kunnen we van dat onderzoek leren bij het ontwerpen van nieuw beleid? Welke effectieve institutionele processen leiden tot echt bruikbare resultaten?’

Tegelijkertijd hebben we intra-institutionele samenwerking nodig. Het is geen nieuws dat de verschillende departementen van de Commissie als silo’s functioneren. We moeten ze samenbrengen om ze uit te nodigen na te denken over een andere manier van werken. Hoe moet de volgende Commissie eruitzien als zij systematisch en coherent wil werken? Wat voor project gaat de EU uitvoeren zij de uitdagingen van energie-, economische, klimaat- en ecologische veiligheid in hun samenhang wil aanpakken? Deze kwesties zullen de basis vormen van al het toekomstige beleid.”

Dit gesprek maakt deel uit van een interviewreeks onder leiding van de Green European Journal en EU Observer als mediapartners van de conferentie ‘Beyond Growth 2023.