De deltacommissaris, verantwoordelijk voor het nationaal Deltaprogramma, beschrijft de Nederlandse klimaatweerbaarheid als een doel met drie pijlers. Ten eerste het traditionele doel van de Deltawerken: preventie, oftewel het verkleinen van gevaar op overstromingen, watertekort en hitte. De tweede pijler is gevolgbeperking. Of klimaatverandering veel of weinig schade veroorzaakt, hangt onder meer af van welke aanpassingen gedaan kunnen worden in het Nederlandse landschap en in onze economische structuur. De laatste pijler is veerkracht: het vermogen om er zo snel mogelijk weer bovenop te komen wanneer klimaatverandering tot schade leidt. Dit geldt voor huishoudens, bedrijven en de economie als geheel.

Klimaatweerbaarheid als investeringsdoel

Klimaatweerbaar worden is duur en complex. Omdat de baten van investeringen in klimaatweerbaarheid pas duidelijk worden bij een ramp, of nooit zichtbaar worden omdat een ramp is voorkomen, is het niet eenvoudig om er draagvlak voor te vinden.

Foto van een scheur in een muur.
Foto: Rodnei Reis. CC BY-NC-SA 2.0

Het Deltaprogramma vormt hierop de grote uitzondering. Als publieke investering zijn de Deltawerken en het Deltaprogramma een Nederlands huzarenstukje met internationale faam. Het is zo ongeveer het enige ‘hamerstuk’ op de begroting, vanwege het breed gedeelde besef dat 60 procent van onze economie en 40 procent van de bevolking grotendeels onder de zeespiegel leeft en werkt. De bredere interpretatie van klimaatweerbaarheid (preventie, gevolgbeperking en herstel) zou daarom ondergebracht moeten worden bij het nationaal Deltaprogramma. In 2024 is het programma NL-AAA Klimaatbestendig aan het Deltaprogramma toegevoegd, waaraan voor precies deze verbreding ook private partijen meedoen. 

Nederland en water 

Voor Nederland betekent klimaatweerbaarheid voor een groot deel: weerbaar worden tegen de risico’s van water. Ons land wordt zowel natter als droger, de zeespiegel stijgt. Het wordt vaker heet, waardoor het water sneller verdampt terwijl de vraag naar water stijgt. We krijgen vaker te maken met lage overstromingen (minder dan 20 cm water) door zware regenbuien, maar ook met grote zoetwatertekorten. Door wateronttrekking voor onder meer drinkwater en landbouw daalt en verzilt de bodem. 

Als Rijndelta zijn we het afvoerputje van de grote Europese rivieren, die de heviger wordende regenbuien en smeltende gletsjers moeten verstouwen. Tegelijkertijd leggen we als lage landen dankzij ingenieuze Deltawerken een oeverloos geloof in maakbaarheid aan de dag. In het laaggelegen Rotterdam hebben wij het hart van onze handelseconomie gebouwd door goederen uit de wereldhavens door te voeren naar het Duitse achterland, over rivieren die steeds vaker te laag staan om rendabel een vracht te kunnen vervoeren. 

“ Droogstand maakt de palen onder huizen vatbaar voor houtrot ”

In de steden is stabiel grondwater voor zo’n 425.000 huizen op houten palen fundamenteel voor hun waardebehoud. Dit komt doordat het grondwater de palen nat en daarmee stabiel houdt. Aanhoudende droogte doet het grondwater dalen en plotselinge hoosbuien laten het grondwater fluctueren. Droogstand maakt de palen vatbaar voor houtrot. Eenmaal aangetast, zullen de palen langzaam rotten en zal het pand verzakken of scheuren. Panden die bij verkoop melding maken van funderingsschade leveren gemiddeld zo’n 12 procent minder op.

Steden worden steeds vaker hitte-eilanden waarbij de gevels de hitte opslaan en de nachten veel minder koel zijn. Hete steden remmen bovendien de arbeidsproductiviteit van buitenwerkers, zoals mensen in de bouw en de agrarische sector. Op straat zijn water en groen tegen de gevels steeds belangrijker voor de leefbaarheid op hete zomerdagen.

Uitstoot verminderen

De drie pijlers van klimaatweerbaarheid vragen om verschillende maatregelen.  De eerste pijler betreft preventie: het reduceren van de klimaatdreiging. Het beperken van de CO2-uitstoot is daarvoor nog steeds de meest effectieve manier. Uiteraard is daar wereldwijde politieke wil voor nodig, maar elke tiende graad die de aarde niet opwarmt, scheelt gigantische schade.

Bezien vanuit klimaatadaptatie is dreiging voorkomen traditioneel vooral een kwestie van investeringen in dijkbescherming en zee-keringen. Marjolein Haasnoot, directeur van kennisinstituut Deltares, stelde in haar recente oratie echter dat er een grens is aan wat onze delta kan voorkomen. Het ‘managen’ van waterproblemen door water weg te pompen, tegen te houden of te bufferen is bij de huidige meest waarschijnlijke klimaatscenario’s nog realistisch, maar bij een zeespiegelstijging van meerdere meters na 2100 zijn drastischere aanpassingen nodig.

Het is de vraag hoelang die aanpassingen haalbaar blijven. Hoewel het KNMI voor deze eeuw nog uitgaat van een stijging van maximaal één meter, zijn de risico’s van zogenaamde tipping points (waarbij een plotselinge onomkeerbare versnelling van klimaatextremen optreedt) inmiddels standaardonderdeel van de waarschuwingen van onder meer het wetenschappelijke klimaatpanel IPCC.

Dat onderstreept nog eens het belang van wereldwijde vermindering van de CO2-uitstoot. Het is de meest kosteneffectieve manier om schade te voorkomen. Niettemin kost het verminderen van de wereldwijde uitstoot triljoenen euro’s; dat geld moet worden opgebracht door bedrijven, huishoudens en de overheid.

Kwetsbaarheid verminderen

De tweede manier om ons weerbaar te maken is gevolgbeperking: het verminderen van onze kwetsbaarheid voor klimaatverandering. Gevolgbeperking kan ‘in situ’ – een aanpassing op dezelfde locatie – of door ‘meebewegen’.

Een voorbeeld van in situ aanpassing is het vergroenen van gevels in combinatie met waterretentie onder de stoep. Dat zorgt voor minder schade na zware regen en heeft aanvullende voordelen. Zo zorgt waterretentie voor sterkere plantengroei, waardoor fijnstof en biodiversiteit behouden blijven. Waterretentie waarmee gevels groen blijven tijdens perioden van droogte leidt tot minder hitte in de woning en dus minder behoefte aan airconditioning.

Een ander voorbeeld is het build back better-concept dat steeds meer verzekeraars toepassen. Build back better gaat over slimme wederopbouw na schade, om toekomstige klimaatschade bij vergelijkbare rampen te verkleinen. Denk aan waterbestendige in plaats van houten vloeren op overstroombare etages of het plaatsen van kwetsbare apparatuur op een hogere etage.

Voor de investeringen die nodig zijn voor groene gevels, waterretentiekratten of bomen kunnen gemeenten de extra belastinginkomsten door waardestijging van woningen na deze verbeteringen gebruiken als een voorinvestering. Woningeigenaren kunnen als belanghebbende hun woningwaardestijging mogelijk verzilveren met een extra hypotheek. Omdat naar verwachting de maandlasten dalen door minder energieverbruik, betalen de extra maandlasten zich deels terug.

Door build back better hoeven verzekeraars in de toekomst minder schade uit te keren. Zij kunnen een deel van deze bespaarde schadelast doorspelen aan hun klanten via lagere premies.

Meebewegen met klimaatrisico’s

Gevolgbeperking via ‘meebewegen’ is een andere vorm van adaptatie. We spreken van meebewegen wanneer woningzoekers klimaatrisico’s sterker gaan meewegen in hun aankoopbeslissing. Panden op locaties met meer klimaatrisico zijn dan relatief minder in trek dan die op klimaatveiligere locaties. Deze verplaatsing van de vraag gaat gepaard met prijsveranderingen. Door in de locatiekeuze voor woningbouw de klimaatveiligheid mee te wegen, beweegt het aanbod van nieuwe woningen mee met de vraag. Dit voorkomt al te sterke prijsschommelingen.

Wel ontstaan hier ook risico’s op nieuwe vormen van ongelijkheid, namelijk klimaatongelijkheid. Dit gebeurt wanneer woningzoekers met minder financiële middelen voor woningen kiezen die goedkoper zijn vanwege klimaatrisico’s. Deze woningeigenaren hebben een grotere kans op klimaatschade, terwijl zij juist minder middelen hebben om deze te herstellen.

Meebewegen naar klimaatveilige locaties is in Nederland vooral een zaak voor kopers en minder voor huurders. Klimaatschade raakt voor het grootste deel de eigenaren van vastgoed. Huurders kunnen hun huur opzeggen en proberen ergens anders een woning te vinden. Als dat niet gewenst of mogelijk is, ligt huurverlaging voor de hand. Onderzoek in de VS laat zien dat elke dag waarop een huurwoning moeilijk bereikbaar is doordat de straat na een hoosbui ‘blank staat’, de huur met 0,23 procent daalt.

“ Politici maken zich niet populair door te pleiten voor openheid over klimaatrisico’s ”

In welke mate toekomstige klimaatrisico’s moeten worden uitgedrukt in de woningwaarde, is een verdelingsvraagstuk en daarmee een politieke keuze. Politici maken zich niet populair door te pleiten voor openheid over klimaatrisico’s. Tegelijkertijd is het maatschappelijk onaanvaardbaar als achteraf blijkt dat kennis over waardevermindering beschikbaar was, maar niet is vermeld.

Zaandam: informatie over risico’s

De gemeente Zaandam laat zien hoe het wél moet. Daar informeert de gemeente kopers en makelaars over de funderings- en overstromingsrisico’s. Verkopers delen informatie op woningwebsite Funda over de staat van bijvoorbeeld de fundering. Kopers betalen gemiddeld 68.000 euro minder voor een pand met een fundering die hersteld moet worden. Met deze prijskorting kunnen kopers het benodigde herstel betalen, waarmee het pand weer op de oorspronkelijke waarde uitkomt.

Op locaties met structurele of zelfs groeiende risico’s op schade door klimaatverandering, zullen panden ook na reparatie in waarde dalen omdat kopers voor een andere locatie kiezen. De Amerikaanse woningsite Redfin onderzocht welk effect het noemen van de verwachte maandelijkse kosten van toekomstige klimaatschade bij elk afzonderlijk pand heeft op het gedrag van woningzoekers. 

De uitkomst: na het zien van deze informatie blijven woningzoekenden even geïnteresseerd, maar oriënteren ze zich op (en kopen) klimaatveiligere woningen, waarvoor ze desnoods andere woonwensen (zoals een open haard) achterwege laten. Het onderzoek laat zien dat woningzoekenden van alle inkomens- en opleidingsgroepen de informatie juist interpreteren en ernaar handelen, anders dan bij meer algemene informatie over klimaatrisico’s.

Financieren van herstel

Dit brengt mij tot de derde vorm van weerbaarheid: ons herstelvermogen na klimaatschade. Niet alle klimaatgevaren zijn te voorkomen, noch is de schade die uit die gevaren voortkomt altijd te vermijden. Dit wordt ook wel restrisico genoemd. Om hiermee om te kunnen gaan, is financiële slagkracht van een onderneming, huishouden of de overheid nodig.

De overheid heeft een rampenfonds voor grote klimaatrampen waarbij adaptatiemaatregelen van de overheid hebben gefaald. In dat geval worden huishoudens gecompenseerd voor de schade en kunnen zij daarmee herstel van hun pand financieren. Grote rampen worden als onverzekerbaar beschouwd omdat de risico’s niet verspreid kunnen worden over verzekerden in plaats of tijd. Bij een grote overstroming zoals in Zuid-Limburg in 2021 keert het rampenfonds uit, zelfs als de overstroming officieel geen dijkbreuk maar een door regen veroorzaakte overstroming was.

“ De verwachte schade verschuift van Zuid- naar West-Europa ”

Naarmate de aarde verder opwarmt, groeit de te verwachten onverzekerde schade. De veerkracht van een overheid om deze schade te dragen, hangt samen met het bbp. Hoe sterker de economie, hoe hoger bijvoorbeeld de belastinginkomsten voor de overheid. Onderzoek van de Europese Commissie laat zien dat bij een temperatuurstijging van 3 graden de jaarlijkse schade door extreem weer (grote en kleine rampen) oploopt tot 1,4 procent van het bbp. Dat is een verdrievoudiging van de schade vergeleken met een 1,5 graden warmere wereld.

Het overgrote deel van deze schade is onverzekerd en komt neer bij de overheid. Ook opvallend: naarmate de aarde opwarmt, ontstaat meer schade door overstromingen dan door droogte en hitte. Daarmee verschuift de verwachte schade van Zuid- naar West-Europa. Naarmate de schade toeneemt, wordt meebewegen onvermijdelijk omdat ook overheden de schadelast steeds moeilijker kunnen dragen.

Banken en herstel

Mondiale en lokale banken nemen verschillende kredietbeslissingen na klimaatrampen. Terwijl lokale banken waarvan de klanten zwaar getroffen zijn extra veel krediet verlenen voor de financiering van herstel, trekken mondiale banken hun kredietstromen juist terug uit de getroffen gebieden om kapitaal voor hun kernmarkten veilig te stellen.

Deze herallocatie van kredietstromen naar klimaatweerbare kernmarkten is begrijpelijk vanuit het perspectief van risicobeheersing, maar kan wereldwijde klimaatongelijkheid enorm versterken. Het zijn namelijk de al vaak kwetsbare gebieden rond de evenaar of laaggelegen gebieden zonder goede dijkbescherming die minder toegang krijgen tot kapitaal, waardoor hun veerkracht om te herstellen van rampen verder afneemt.

Om ervoor te zorgen dat zowel lokale als mondiale banken en verzekeraars hersteloperaties gaan financieren, zouden de toekomstige economische voordelen van een herstelde economie na een ramp vertaald moeten worden naar investering in het heden. Dit is een opdracht voor de overheid en financiële instellingen gezamenlijk.

Herstellen van kleine rampen

In de huidige eeuw zijn het vooral de vaker voorkomende ‘kleine’ rampen die mensen treffen, zoals waterschade bij zware regen of de beschreven funderingsproblemen. Ons onderzoek naar de stapeling van klimaatrisico’s in combinatie met financiële weerbaarheid in alle 3300 wijken in Nederland laat duidelijk zien waar de prioriteit van de overheid moet liggen. 

Kaart met klimaatkwetsbare wijken in Nederland
Klimaatkwetsbare wijken in beeld. Zwart = meerdere klimaatrisico’s en financieel kwetsbare huishoudens of panden. Bron: ABN AMRO.

In de negentig wijken (de zwartgekleurde wijken op de kaart) met meerdere klimaatrisico’s (waarbij ook ongunstige energielabels van woningen zijn meegenomen als een financiële kwetsbaarheid) en minder financiële draagkracht van huishoudens is een herstelfonds nodig. Hiertoe kan het bestaande funderingsherstelfonds worden uitgebreid naar meerdere soorten klimaatschade, voor heel Nederland.

De overheid kan niet alle schade van kleine rampen voor huishoudens en bedrijven compenseren. Een groot deel van de kleine schade is in Nederland goed verzekerbaar. Het onverzekerde restrisico dat overblijft, zal met een stijgende temperatuur ook toenemen, maar tot eind van deze eeuw zullen huishoudens en bedrijven in Nederland deze risico’s kunnen dragen. De woningwaardestijging heeft onder huizenbezitters ‘geluksgeneraties’ gecreëerd van wie in 2023 het vermogen gemiddeld 100.000 euro is gegroeid. Het is dan ook van belang om toekomstige woningeigenaren een handje helpen met de waarschijnlijk verder toenemende herstelkosten van klimaatschade, door de nu te verwachte schade bekend te maken en in de prijs te verwerken.

Dit artikel maakt deel uit van het dossier 'Water: te veel, te weinig en te vies', een coproductie van tijdschrift De Helling en Idee, het tijdschrift van de Mr. Hans van Mierlo Stichting van D66.

Verder lezen

  • ABN AMRO. Stapeling klimaatrisico’s en financiële draagkracht op de woningmarkt. Klimaatkwetsbare wijken in kaart gebracht. 28 november 2023.
  • De Haas, R. Sustainable BankingSSRN, 1 november 2023.   
  • Lee, Seunghoon; Wan, Xibo; Zheng, Siqi. Estimating the Indirect Cost of Floods: Evidence from High-Tide Flooding. MIT Center for Real Estate Research Paper 23/10, 11 juli 2023.    
  • Schuiling, A. ‘Which EU countries will suffer the most from extreme climate disasters?’ ABN AMRO, 17 oktober 2024.