Kim van Sparrentak: Ons kritisch en zelflerend vermogen rondom AI is belachelijk klein. Daar ligt mijn grootste zorg. We kunnen totaal niet omgaan met deze technologie. We denken veel te gauw dat AI dingen beter doet dan mensen. Bij het Toeslagenschandaal hebben we al gezien waar dat toe leidt, maar desondanks kom ik heel veel mensen tegen – ook bij overheden – van wie ik denk: jij bent best wel slim, maar je valt toch kritiekloos voor AI-hype. Het werkt goed en het is efficiënt, zeggen ze dan; waar maak je je druk om? Terwijl we al zoveel voorbeelden hebben van hoe het mis kan gaan en er ook al prima voorstellen liggen om dat tegen te gaan.
Roel: Ik zie als docent hoe snel studenten de mist in gaan met AI. Zo kwam ik in een scriptie die ik moest beoordelen mijn eigen naam tegen als coauteur van een artikel. De andere auteur zou een collega zijn. Maar met die collega heb ik nooit iets gepubliceerd. Het was een door AI gefabriceerde literatuurverwijzing. Je ziet hier dat iemand die mijn vak heeft gevolgd en dus echt een kritisch perspectief op AI heeft meekregen, toch niet in staat is om er zorgvuldig mee om te gaan.
Zijn er ook ontwikkelingen waar jullie hoop aan ontlenen?
Roel: Zeker. Wikipedia heeft dit voorjaar besloten om geen op AI gebaseerde inhoud meer toe te laten, omdat AI slordig omspringt met bronnen en soms regelrecht hallucineert. Daarmee toont Wikipedia corrigerend vermogen. Dat is hard nodig bij de omgang met AI. Ik zou vaker willen zien dat we stoppen met AI-toepassingen als we schade zien ontstaan.
Kim: Als je wilt zien wat AI doet met een encyclopedie, surf dan eens naar Grokipedia, van Elon Musk. De lemma’s daar zijn ellenlang, onzinnig en onleesbaar. Ik heb wel eens gesproken met aanhangers van Forum voor Democratie. Grokipedia geeft eenzelfde soort vibe.
Maar je kunt met AI ook goede dingen doen. Ik werd vrolijk van een werkbezoek aan het Erasmus MC, bij mij in Rotterdam. Dankzij AI kunnen de oncologen daar veel eerder en veel sneller bepaalde kankercellen ontdekken. Het is jammer dat de miljarden die geïnvesteerd worden in AI niet allemaal naar dit soort toepassingen gaan. We zouden veel leed kunnen voorkomen. En waarschijnlijk besparen we ook veel kosten als we medische problemen eerder ontdekken.
Moeten we niet bang zijn dat de oncologen zelf de vaardigheid verliezen om kwaadaardige tumorcellen te herkennen?
Kim: Juist in dit geval maak ik me minder zorgen over het verlies aan menselijke vaardigheden door de inzet van AI. De artsen die met AI aan de slag gaan krijgen een uitgebreide training, zo werd me verteld in het Erasmus MC. Daarbij wordt benadrukt dat zij altijd eindverantwoordelijk zijn. Ze mogen zich nooit blindstaren op AI. Dat vond ik geruststellend. Natuurlijk gaat het hier om hoogopgeleide specialisten die dag en nacht bezig zijn met leven en dood. Ik durf niet te zeggen dat AI overal in de medische sector zorgvuldig wordt toegepast.
Roel: Het voorbeeld van Kim laat zien hoe belangrijk het is om institutionele mechanismen te hebben voor het borgen van kwaliteit en veiligheid, plus een cultuur waarin mensen zich verantwoordelijk voelen. Dat zijn formele en informele randvoorwaarden voor een zorgvuldig gebruik van AI.
Zelf ben ik betrokken bij een onderzoek naar AI-taalmodellen in de gezondheidssector. Nederlandse ziekenhuizen bouwen steeds meer medische tools op basis van de modellen van OpenAI, een Amerikaanse AI-gigant. Die toepassingen worden eerst helemaal doorgeakkerd om te zien of de kwaliteit van de tools kan worden gewaarborgd. Maar vervolgens geeft OpenAI de onderliggende AI-modellen een update, waardoor een ziekenhuis al zijn tools opnieuw moet gaan controleren. Dat kost veel tijd en geld. Dit soort problemen krijg je wanneer je als ontwikkelaar van AI-tools geen grip hebt op de onderliggende, in dit geval Amerikaanse infrastructuur.
Het is dus ook een kwestie van digitale autonomie. In de medische sector wordt steeds vaker de vraag opgeworpen of we hier in Nederland niet onze eigen modellen moeten gaan bouwen, al dan niet samen met Europese partners. Dan hebben de makers van AI-tools een leverancier die reageert op klachten en verzoeken. OpenAI doet dat niet.
Hier ligt ook een kans om taalmodellen te trainen op relevante data. De medische wereld experimenteert nu met tools voor het transcriberen van gesprekken tussen dokter en patiënt en voor het samenvatten van patiëntendossiers. Als je daarvoor modellen zoals die van OpenAI gebruikt, die op een brede dataset zijn getraind, dan loop je het risico op fouten doordat woorden in een niet-medische context een andere betekenis hebben dan in het ziekenhuis, met alle gevolgen van dien voor de patiëntveiligheid. “Grotere modellen zijn beter”, dat idee wordt sterk gepusht, maar het klopt niet. Ze bieden meer functionaliteiten, maar minder kwaliteit.
Roel, je was vorig jaar een van de initiatiefnemers van de open brief Zorgvuldig & Zorgzaam Digitaal, die werd gesteund door een brede coalitie van wetenschappers, ambtenaren, ondernemers en burgers. Zie je er iets van terug in het coalitieakkoord?
Roel: De informateur heeft de brief indertijd doorgestuurd naar de formerende partijen, maar wij zien onze benadering, die uitgaat van mens, natuur en democratie, niet terug in het coalitieakkoord. Daarin herken je wel de plannen van ondernemers en investeerders die een Amerikaanse logica volgen. Het kabinet-Jetten ziet digitalisering en AI vooral als een motor voor economische groei. Niet voor niets is de coördinerend staatssecretaris ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken. Onze brief heeft wel de maatschappelijke discussie aangewakkerd, denk ik.
Het initiatief zal nu vanuit de Kamer moeten komen. Die heeft in maart unaniem een motie van Don Ceder (ChristenUnie) en Barbara Kathmann (PRO) aangenomen waarin gevraagd wordt om een meerjarige digitaliseringsagenda, op basis van eerder geformuleerd beleid en Kamermoties. Dat besluit kunnen Kamerleden – en andere bewindslieden dan die van Economische Zaken – aangrijpen om beleid en investeringen veel steviger te stoelen op rechtsstaat, democratie, brede welvaart en klimaat.