Met de discussienota die Bram van Ojik 20 juni publiceerde barstte de discussie over de toekomst van werk en inkomen los op de website van Bureau de Helling. Het debat over deze vragen binnen GroenLinks is springlevend. Deze bijdrage zoekt de gemeenschappelijke lijnen in het debat, en verbindt deze met oude en nieuwe sociaaleconomische debatten.
“Ik geloof dat ik toch liever gewoon liberaal blijf”, fluistert de Belgische journalist tegen me. Hij zit naast me tijdens het ochtendprogramma van een congres over de commons, georganiseerd door de Belgische denktanks Oikos, Etopia en de Green European Foundation. Net als de meeste aanwezigen op dit uitverkochte congres is hij geïnteresseerd in alternatieven voor een economie waar de enige twee smaken bestaan uit markt en staat.
Gemeengoed is gebaseerd op een klassiek liberale gedachte over gemeenschappelijk eigendom. GroenLinks zou niet alleen moeten flirten met het hippe verschijnsel, maar zich het gedachtegoed van de commons ook op een dieper niveau eigen maken. Een pleidooi voor echte vrijhandel.
De commons vormen een sleutelingrediënt bij het formuleren van een nieuw links verhaal, omdat ze ons voeren naar een politiek voorbij de dualiteit van staat en markt. Wat verstaan we onder gemeengoed en wat biedt het voor perspectief?
Naar verwachting telt de wereldbevolking in 2050 negen miljard mensen. De voedselproductie zal sterk moeten stijgen, zeker als men zoveel vlees blijft consumeren. Er is dus nog een verbeteringsslag van de landbouw nodig. De beste methode om voedselzekerheid te verkrijgen is zorgen voor kostendekkende prijzen.
Rutte heeft gelijk: Nederland is een kolen-, gas- en olieland. We zijn afhankelijk van de grillen van dictators en gevoelig voor prijsschommelingen op de wereldmarkt in fossiele brandstoffen. Alleen door voorrang te geven aan Hollandse zon, wind, aardwarmte en energiebesparing boven buitenlandse olie, blijft Nederland een sterk en onafhankelijk land.
Eeuwenlang bestond er een relatief evenwicht in de samenleving tussen het economische en sociale, dankzij allerlei gemeenschappelijke instituties en hun slimme regels. Vandaag de dag zijn we veel daarvan vergeten. Er is slechts keuze tussen markt en staat. Maar lokale, overzichtelijke vormen van gemeenschappelijke acties beschermen ons beter tegen de excessen van beide. Een pleidooi voor institutionele diversiteit.
Volgens Avner Offer komt er een eind aan het tijdperk van hoge economische groei. Hoe kunnen we hier mee omgaan? Volgens Offer zijn er twee opties: 'pull apart' of 'hang together.'
Wat staat er de komende jaren op de agenda binnen de groene en de linkse politiek? Volgens Eva Gladek, directeur van Metabolic en gastspreker bij het jubileumsymposium 30 jaar de Helling, is dat in ieder geval de dringende transitie van een lineaire naar een circulaire economie.
Terwijl de Europese Unie besloot oliebedrijven te verplichten minimaal 5% biobrandstof bij te mengen in de fossiele benzine en diesel, kraakte buiten Europa het voedselsysteem in zijn voegen. Wat eerst een goed idee leek – landbouwgewassen gebruiken om minder afhankelijk te zijn van geïmporteerde olie – is intussen een hoofdpijndossier geworden. Europa moet zuinig omgaan met de goede biomassa die we kunnen krijgen en zorgen voor hoogwaardige toepassingen in sectoren waar alternatieven niet of nauwelijks voorhanden zijn.