Voor veel mensen zijn zekere baten op de korte termijn preferabel boven onzekere baten op de lange termijn. Dat geldt voor mensen in hun dagelijks leven, maar ook in hun rol van burger en kiezer. Politici zijn opgesloten in een vierjaarscyclus om het vertrouwen van de kiezer te winnen: ze kopen steun van burgers met maatregelen die op de korte termijn effect sorteren, maar negeren langetermijneffecten. Dit vormt een fundamenteel probleem voor het vermogen van democratische stelsels om langetermijnbeleid te voeren.
Hoe kunnen we de democratie zo inrichten dat de lange termijn centraal staat? Er is vrij consistent bewijs dat een evenredig kiesstelsel bijdraagt aan meer toekomstgericht beleid, of het nu gaat om milieu of de verzorgingsstaat. Een deel van dit effect loopt mogelijk via het isoleren van politici van kiezers, zo stellen Alan Jacobs in een overzichtsstudie en Jared Finnegan in een recente studie van klimaatbeleid. Onvoorspelbare verkiezingen zorgen ervoor dat politici meer op de korte termijn gericht zijn. In een enkelvoudig districtenstelsel zoals het Britse kan een kleine verschuiving van stemmen leiden tot een grote verschuiving van zetels. Daar zullen politici vrezen electoraal gestraft te worden als zij kortetermijnkosten opleggen aan hun kiezers voor langetermijnbaten.
Ook is evenredigheid goed voor politiek vertrouwen: iedereen kan zich herkennen in een evenredig verkozen parlement, terwijl in een enkelvoudig districtenstelsel veel stemmen niet gehoord worden. Een evenredig kiesstelsel hangt bovendien samen met een meerpartijenstelsel: nieuwe partijen die de belangen van toekomstig generaties vertolken, zoals groene partijen, kunnen makkelijker tot het parlement toetreden en uitgroeien tot invloedrijke spelers. Dat meerpartijenstelsel leidt weer tot coalitie- of minderheidsregeringen. In zulke regeringen is het voor kiezers mínder duidelijk wie er precies verantwoordelijk is voor maatregelen, wat politici de ruimte geeft om op de korte termijn impopulaire maatregelen te nemen.