De doorrekening van het verkiezingsprogramma door het Centraal Planbureau leidt tot een disciplinering van de politiek, vagere verkiezingsprogramma’s en minder invloed van GroenLinks-leden op het programma. Dat is vooral goed te zien bij de eerste doorrekening van het GroenLinks-programma uit 1994.
Met interesse las ik het artikel ‘Stop het verval van het Nederlands’ van Annette de Groot. De Groot stelt op basis van een analyse van het debat over het wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid dat politieke partijen, waaronder GroenLinks, zich weinig bewust lijken te zijn van de ingrijpende gevolgen van onderwijsverengelsing voor onder meer de onderwijskwaliteit, de Nederlandse taalvaardigheid, de toegankelijkheid. Daarover een paar opmerkingen.
De toenemende verengelsing van het hoger onderwijs leidt tot verval van de Nederlandse taal- en uitdrukkingsvaardigheid onder studenten. Dit zal doorwerken in de sectoren waarin zij later aan het werk gaan en is daarmee een probleem voor de samenleving als geheel. De politiek – inclusief GroenLinks – doet onvoldoende om de verwaarlozing van het Nederlands een halt toe te roepen.
Juist nu we de kracht van de samenleving meer dan ooit nodig hebben, zijn we vergeten hoe we deze moeten benutten. Om de grote uitdagingen en spanningen van deze tijd aan te kunnen – klimaatverandering voorop – moeten we volop ruimte maken voor burgerkracht, het collectief, samenwerken en verbinding. Dat beperkt zich niet tot dat schattige burgerinitiatiefje in de wijk; het is een gedaantewisseling die zich op alle niveaus moet voltrekken.
Groen staal uit Zweden, windenergie uit Denemarken en een Batterij Alliantie van de EU. Voor het ontwikkelen van een groene industriepolitiek kan Nederland inspiratie opdoen dichtbij huis. Drie voorbeelden.
Soms moet je de toekomst gewoon op je laten afkomen, schreef Loesje op één van haar befaamde posters. Hoewel dit in het dagelijks leven best een relativerende gedachte kan zijn, verkiezen de meeste politici waarschijnlijk een uitspraak zoals die van managementgoeroe Stephen Covey als motto: de beste manier om de toekomst te voorspellen is haar zelf te creëren.
Christina Lafonts Democracy Without Shortcuts sluit naadloos aan bij het onderzoek binnen GroenLinks naar meer deliberatieve vormen van democratie. Hoewel ze nauwelijks met concrete oplossingen komt, doet dit boek beseffen hoezeer het succes om voorstellen om de democratie te versterken, afhangt van de kwaliteit van deliberatie door de hele samenleving heen: in het gezin, op school en in de media.
Het politieke landschap in landen als Nederland is volgens politicologen sinds 2002 te begrijpen in termen van twee dimensies: een economische die gaat over hoe we welvaart verdelen, en een culturele die gaat over integratie, immigratie, identiteit en de plek van de islam in onze samenleving. Vaak worden deze dimensies gezien als volledig van elkaar gescheiden: opvattingen over immigratie zouden geen voorspellers zijn van opvattingen over inkomensverdeling.
Het probleem: naar schatting 14.000 tot 35.000 inwoners van Utrecht kunnen hun rekeningen niet meer betalen. Een exact cijfer is niet te geven: slechts een beperkt deel van de mensen met schulden zoekt hulp en is dus in beeld bij de gemeente.
De doorrekeningen door het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen geven een eenzijdig beeld van de werkelijkheid. Doordat het CPB alleen de financieel-economische gevolgen van voorgenomen beleid in kaart brengt, krijgt de kiezer geen informatie over de effecten van partijprogramma’s op welzijn en milieu.