‘Eigendom is diefstal’, zei ooit de negentiende eeuwse socialist en anarchist Pierre Joseph Proudhon. Een hardere vloek kan men zich in de vrije markteconomie nauwelijks voorstellen. Zonder eigendomsrechten valt er immers niets te verdienen aan een product of zaak.
In Nederland zijn – zelfs met het vrij verkeer van werknemers binnen de EU – een groot aantal sectoren die kampen met een structureel tekort aan personeel. Het gaat hier niet alleen om hooggeschoold werk maar ook om praktisch geschoold werk en banen met weinig instroomeisen (denk aan heftruckchauffeurs, schoonmakers en aspergestekers). Als gevolg van de energietransitie zal de vraag naar praktisch geschoold personeel de komende jaren enkel groeien. In 2018 berekende de SER dat het klimaatakkoord zorgt voor 42.000-78.000 nieuwe voltijdsbanen (terwijl in de fossiele sector maar 6.000-11.000 banen verdwijnen). Er zijn buiten de EU genoeg mensen die dit werk willen doen. Toch is het voor deze groep op dit moment moeilijk om een directe werkvergunning te krijgen.
Technologische vooruitgang gaat gepaard met veel onzekerheden. Beslissingen over deze complexe problemen vallen tussen politiek en wetenschap. Dit leidt tot onduidelijkheid en onvrede.
Delven we onze metalen straks op de oceaanbodem of op planetoïden? Op initiatief van Bureau de Helling spraken de Europese Groenen zich onlangs uit over mijnbouw in de diepzee en de ruimte. Er zijn goede argumenten om deze nieuwe vormen van mijnbouw af te wijzen. Maar de Groenen beseffen ook dat de mensheid veel metalen nodig heeft, alleen al voor de energietransitie.
In Nederland kampen veel sectoren – zelfs met het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie (EU) – met een structureel tekort aan personeel. Het gaat hier niet alleen om hooggeschoolde banen in de informatietechnologie en de financiële sector, maar juist ook om praktisch geschoold werk in bijvoorbeeld de landbouw-, schoonmaak- of logistieke sector. Hoewel er buiten de EU genoeg mensen zijn die dit werk willen doen, is het voor derdelanders (mensen van buiten de EU, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland) moeilijk om een werk-vergunning te krijgen. Het gevolg: personeelstekorten aan de ene kant en on-gereguleerde migratie en kansarme asielaanvragen aan de andere kant.
Met enige regelmaat roept er een politicus dat Nederland minder immigranten moet toelaten. Meestal blijft onvermeld om welke immigranten het precies gaat. Ook blijven de gevolgen van een strikter immigratiebeleid onbesproken. Het verminderen van immigratie is binnen de huidige verdragen echter niet zomaar mogelijk. Bovendien heeft een aanscherping van het immigratiebeleid ingrijpende - en vaak negatieve - gevolgen.
In tijdschrift de Helling reageert bijzonder hoogleraar Menno Fenger op het concept van de Parallelle Arbeidsmarkt (P-markt): een voorstel om werk te bieden aan mensen die door beperkingen of omstandigheden, of door gebrek aan beschikbare banen, niet of nauwelijks toegang hebben tot een reguliere baan. In plaats van een uitkering ontvangen mensen op de P-markt een salaris ter hoogte van maximaal het minimuminkomen. Fenger zet enkele kanttekeningen bij het concept die mijns inziens niet helemaal recht doen aan het model.
Anno 2017 heerst een brede politieke consensus dat technologische innovatie gestimuleerd dient te worden, maar over wat die innovatie vervolgens met de samenleving doet, of kan doen, blijft het overwegend stil. Technologische innovaties dienen niet automatisch linkse kernwaarden als gelijkheid, zelfbeschikking en het delen van macht – integendeel. Het wordt tijd dat GroenLinks een pro-actieve politieke agenda voor technologische innovatie formuleert. Wat kunnen de uitgangspunten voor zo’n politieke agenda zijn?
De voortdurend stijgende huizenprijzen zijn in de eerste plaats een politieke kwestie. De steeds hogere huizenprijzen zetten de toegankelijkheid van de woningmarkt onder druk en vergroten ongelijkheid, waarvan een aantal partijen disproportioneel profiteert. Vooral banken varen hier wel bij.
De bouw moet in 2050 omgevormd zijn tot een circulair werkende sector. Wat betekent dit voor de architectuur? Volgens architect Jos de Krieger van het Rotterdamse Superuse Studios vraagt dit een fundamenteel andere manier van denken en ontwerpen. Het architectenbureau experimenteert volop met tools om hergebruik van materialen mogelijk te maken. Een blik op de toekomst van de architectuur in tekst en beeld.