De waarschijnlijk grootste stelselwijziging sinds de Tweede Wereldoorlog voltrekt zich in relatieve stilte: de invoering van de Omgevingswet. Wetgeving over milieu, natuur, water, bodem en geluid gaat op de schop en moet nu worden vertaald in de gemeentelijke en provinciale omgevingsplannen en - visies. Waar de handen van de ene GroenLinks-politicus jeuken om te beginnen, vreest de ander voor de uitvoering en uitholling van onze de kwetsbare groene ruimte. Wat zijn hun argumenten? En wat zijn de aandachtspunten voor GroenLinks volgend jaar bij de lokale coalitieonderhandelingen?
Het is een tamelijk uitzonderlijk verschijnsel: een economische theorie die de gemoederen in beweging brengt. Kranten schrijven erover, columnisten vliegen elkaar in de haren. Ik heb het over de Modern Monetary Theory, kortweg MMT.
Het klimaatverhaal van GroenLinks moet inclusiever. DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks, en het Jong Wetenschappelijk Bureau pleiten daarom voor een narratief waarin klimaatrechtvaardigheid voor iedereen centraal staat. Ook doen zij een aantal voorstellen om klimaatrechtvaardigheid in de politieke praktijk te brengen.
Het kapitalisme moet hervormd worden – dat is de boodschap die de Italiaans-Amerikaanse econoom Mariana Mazzucato in al haar werken uitdraagt. Maar hoe doen we dat? En wat moet ervoor in de plaats komen? Op die vragen geeft Mazzucato een antwoord in haar nieuwste boek 'Moonshot. Grootse missies voor de hervorming van het kapitalisme', dat dit voorjaar in Nederlandse vertaling is verschenen.
Eén van de afspraken in het coalitieakkoord van de gemeente Venlo was om de energietransitie van onderop te laten plaatsvinden. Het dorp Hout-Blerick pakte deze uitdaging als eerste op.
Door keurmerken als Max Havelaar werd eerlijke handel gereduceerd tot ‘een betere prijs’. Niet de boeren in Zuid-Amerika werden hier beter van, maar vooral de westerse consument die een goed gevoel kreeg van het kopen van een product met een ‘eerlijk’ keurmerk. Eerlijke handel vraagt eerder juist om niét consumeren dan om duurzamer consumeren.
Van klimaatmaatregelen tot vluchtelingenopvang: lokale veranderingen leiden niet alleen tot conflicten tussen overheid en burgers, maar ook tussen inwoners onderling – met alle gevolgen van dien voor de gemeenschap. Een gesprek is vaak lastig, en tegenstanders van veranderingen krijgen vaak ten onrechte het label ‘Nimby’ opgeplakt. Hoe kunnen lokale politici en beleidsmakers het beste omgaan met strijd in de gezamenlijke achtertuin?
Al in 2006 schreef historicus Gerrit Voerman over de ontwikkeling naar zogeheten plebiscitaire partijen. In verschillende politieke partijen werden belangrijke kwesties, zoals het politieke leiderschap en de samenstelling van de kandidatenlijst, niet langer beslecht op het congres maar via een referendum. Dat zou partijen democratischer moeten maken: immers, meer mensen kunnen deelnemen aan het besluitvormingsproces. Maar hierdoor ontstond een democratiseringsparadox, waarschuwde Voerman: door deze trend werd het partijkader - actieve leden - namelijk gemarginaliseerd.
Over verandering gesproken luidde de kop van mijn eerste voorwoord voor de Helling, in de lente van 2018. De feestvreugde over de verkiezingswinst van 2017 denderde nog na en GroenLinks stond op het punt om ook bij de gemeenteraadsverkiezingen een glansrijke overwinning te boeken.
Religie blijft een ongemakkelijk thema voor de politiek. Ze is te aanwezig in de samenleving om te kunnen negeren, maar mag tegelijkertijd niet worden vermengd met het bereik van de staat. Zeker bij links bestaat wantrouwen tegen religie en religieuze instituten, wier grip op de samenleving ooit zo groot was. Inmiddels heeft geen enkele godsdienst nog een meerderheid, maar voert het seculiere de boventoon.