Van de Westlandse kassen tot de Rotterdamse haven en de Limburgse aspergeteelt: steeds meer sectoren kampen, zelfs met het vrij verkeer van werknemers binnen de EU, met een dringend tekort aan personeel. Hoewel er buiten de EU mensen staan te popelen om in Nederland aan het werk te gaan, maken op dit moment vooral hoogopgeleide ‘expats’ kans op een werkvergunning. Hiermee blijven arbeidstekorten in stand en wijken ‘niet-kennismigranten’ uit naar gevaarlijke smokkelroutes. Hoog tijd voor een nieuw arbeidsmigratiebeleid.
Theodor Adorno, een van de grootste sociaal filosofen van de vorige eeuw, hield in 1967 aan de Universiteit van Wenen een lezing over de ‘aspecten van het nieuwe rechts-radicalisme’. Met de Holocaust nog vers in het collectieve geheugen probeerde Adorno het nieuw opkomende rechts te duiden.
Het is moreel verdedigbaar om arbeidsmigranten van buiten de EU tijdelijk en onder strikte voorwaarden minder rechten te geven dan burgers in het gastland. Hierdoor zullen landen namelijk bereid zijn om méér arbeidsmigranten toe te laten, stelt migratiedeskundige Martin Ruhs. Want of we het nu leuk vinden of niet: aan veel rechten hangt een prijskaartje. “Als die prijs tijdelijk omlaag gaat, krijgen meer mensen de kans op een beter leven.”
In 1977 schreef de Politieke Partij Radikalen, de ‘vrolijk linkse’ voorloper van GroenLinks, in het verkiezingsprogramma: “Nederland kan geen immigratieland zijn”. De PPR was met name kritisch over arbeidsmigratie. Zeventien jaar later, in 1994, schreef GroenLinks: “Nederland ís al een immigratieland”. En in 2006 stelde de partij dat het gemakkelijker moest worden voor arbeidsmigranten om tijdelijk in Nederland te komen werken. Hoe is deze radicale verandering in het linkse denken over arbeidsmigratie te verklaren?
Bij het streven van GroenLinks naar een meer inclusieve, sociale en duurzame samenleving past het de partij de oorspronkelijke betekenis van emancipatie van achtergestelde groepen te omarmen en zich verre te houden van identiteitspolitiek. Waar emancipatie streeft naar maatschappelijke verandering en gelijkwaardige opname van de groep in de samenleving, zet identiteitspolitiek zich nadrukkelijk af tegen anderen. Identiteit is in deze zin niets anders dan stagnerende emancipatie.
De standpunten van GroenLinks over democratie en zeggenschap van burgers zijn zwak en beperkt, en bieden niet meer dan een bedeesd antwoord op de ruwe uitdagingen van het rechts-populisme. GroenLinks moet de komende decennia het ideaal van radicale democratisering opnieuw uitvinden.
Het bruto binnenlands product is het machtigste cijfer ter wereld. Voor een maatschappij waarin welzijn, duurzaamheid en rechtvaardigheid centraal staan, zijn andere indicatoren nodig. Afgelopen vijftig jaar zijn honderden alternatieven voor het bbp voorgesteld, maar geen van alle heeft het groeicijfer van zijn troon kunnen stoten. Tijd voor een actieplan om het bbp vóór 2030 te vervangen.
Filosofen, dichters, activisme en cultuurkritiek komen bij elkaar in twee rijke boeken over wandelen, die verre van oppervlakkige psychologisering blijven. Auteurs Ton Lemaire en Rebecca Solnit zien het wandelen in letterlijke zin en het onderzoekend slenteren in figuurlijke zin als manieren om de tijd en de moderne wereld te begrijpen.
Als het in de formatieperiode binnen gemeenten misgaat, ligt dat zelden aan de inhoud en veel vaker aan oud zeer, eerder opgedane frustraties en een gebrek aan onderling vertrouwen. Dat is één van de lessen uit een lezenswaardige analyse van lokale collegevorming.
De Franse filosoof Pierre Rosanvallon is een van de belangrijkste hedendaagse denkers over democratie. In zijn dit jaar verschenen boek De democratie denken beschrijft hij de democratie als een permanente reorganisatie van het sociale leven, een ‘werk in uitvoering’ dat nooit af kan zijn.